Vrije Universiteit
Juridische vaardigheden IRS 2022
Argumentatiestructuur
5 stappenplan;
1. Identificeer de conclusie.
2. Markeer de indicatoren
3. Onderscheid norm & feit
4. Maak de structuur
5. Controleer de structuur
Stap 1: identificeer de conclusie
A. Indicator: signaal woorden die aangeven dat er een conclusie volgt
Dus
Concluderend
Daarom
Derhalve
Op deze gronden
Om die reden
B. Standaardconclusies: conclusies die vaak terugkerend zijn in de juridische sector
Middel is gegrond
Verzoek wordt afgewezen
Verdachte wordt vrijgesproken
Beroep is niet-ontvankelijk
Stap 2: markeer indicatoren: geven banden tussen zinnen aan
Conclusie indicatoren;
a. Dus;
b. Concluderend;
c. Daarom;
d. Derhalve;
e. Op deze gronden;
f. Om die reden.
Argument/reden indicatoren; -> nevenschikkend argumentatie
a. Omdat;
b. Want;
c. Immers.
1
, Vrije Universiteit
Juridische vaardigheden IRS 2022
Opsomming indicatoren;
a. Daarbij;
b. Bovendien;
c. Ook;
d. Tevens;
e. Daarnaast;
f. Dan wel;
g. Ten eerste;
h. Ten tweede.
Stap 3: onderscheiden van de normen & feiten
Normen: herkenbaar naar de wet/rechtsspraak
Feiten: bieden de concrete situatie in dat geval.
Aristotelisch syllogisme
Aristotelisch syllogisme: drie propositie, waarvan de derde de conclusie bevat en de andere
twee een premisse
Subject: onderwerp van de bewering/propositie
Predicaat: de eigenschap van het subject
Alle juristen zijn academici
Middenterm: niet in de conclusie, alleen in de premisse
Kleine term: subject van de conclusie
Grote term: predicaat van de conclusie
1. Alle juristen zijn universitair opgeleid
2. Alle universitair opgeleiden zijn academici
3. Alle juristen zijn academici
Term kan bestaan uit;
A. Gedistribueerd: weten we iets over alle leden/verzameling van een groep (juristen)
B. Ongedistribueerd: als we niet alles weten over een groep (academici)
2
Juridische vaardigheden IRS 2022
Argumentatiestructuur
5 stappenplan;
1. Identificeer de conclusie.
2. Markeer de indicatoren
3. Onderscheid norm & feit
4. Maak de structuur
5. Controleer de structuur
Stap 1: identificeer de conclusie
A. Indicator: signaal woorden die aangeven dat er een conclusie volgt
Dus
Concluderend
Daarom
Derhalve
Op deze gronden
Om die reden
B. Standaardconclusies: conclusies die vaak terugkerend zijn in de juridische sector
Middel is gegrond
Verzoek wordt afgewezen
Verdachte wordt vrijgesproken
Beroep is niet-ontvankelijk
Stap 2: markeer indicatoren: geven banden tussen zinnen aan
Conclusie indicatoren;
a. Dus;
b. Concluderend;
c. Daarom;
d. Derhalve;
e. Op deze gronden;
f. Om die reden.
Argument/reden indicatoren; -> nevenschikkend argumentatie
a. Omdat;
b. Want;
c. Immers.
1
, Vrije Universiteit
Juridische vaardigheden IRS 2022
Opsomming indicatoren;
a. Daarbij;
b. Bovendien;
c. Ook;
d. Tevens;
e. Daarnaast;
f. Dan wel;
g. Ten eerste;
h. Ten tweede.
Stap 3: onderscheiden van de normen & feiten
Normen: herkenbaar naar de wet/rechtsspraak
Feiten: bieden de concrete situatie in dat geval.
Aristotelisch syllogisme
Aristotelisch syllogisme: drie propositie, waarvan de derde de conclusie bevat en de andere
twee een premisse
Subject: onderwerp van de bewering/propositie
Predicaat: de eigenschap van het subject
Alle juristen zijn academici
Middenterm: niet in de conclusie, alleen in de premisse
Kleine term: subject van de conclusie
Grote term: predicaat van de conclusie
1. Alle juristen zijn universitair opgeleid
2. Alle universitair opgeleiden zijn academici
3. Alle juristen zijn academici
Term kan bestaan uit;
A. Gedistribueerd: weten we iets over alle leden/verzameling van een groep (juristen)
B. Ongedistribueerd: als we niet alles weten over een groep (academici)
2