Lichamelijke ontwikkeling • Snelle toename in lengte en gewicht (hoofd relatief groot in verhouding tot het
lichaam).
• Neuronen groeien en vormen onderlinge verbindingen in de hersenen.
• Baby’s draaien, richten zich op, gaan rechtop zitten, kruipen en lopen.
• Baby’s reiken naar kleine objecten, grijpen ze vast en pakken ze op.
• Met zes maanden zien zij diepte, herkenning van patronen, gezichten, vormen en
kleuren.
• Baby’s horen een grote variatie aan frequenties (hoge piepen horen zij wel).
• De reukzin (voorkeur voor zoete smaken) en de tastzin (gebruik om wereld te
verkennen) is bij de geboorte goed ontwikkeld.
Cognitieve ontwikkeling • Baby’s beginnen objectpermanentie te begrijpen en met de fysieke wereld te
experimenteren.
• Begin van het gebruik van representatie en symbolen.
• De snelheid van informatieverwerking neemt toe. Via zintuigen staat centraal.
• De taal ontwikkelt zich snel via brabbelen en eenwoordzinnen.
• Krijgt idee van grote, vorm, evenwicht.
• Ze bezitten het vermogen om dingen te herinneren.
Sociaal-emotionele ontwikkeling • Gezichtsuitdrukkingen lijken emoties weer te geven en baby’s begrijpen
gezichtsuitdrukkingen van anderen.
• Peuters beginnen empathie te ontwikkelen (2 jaar) en theory of mind.
• Ontwikkeling van een hechtingsstijl.
• Eind eerste jaar vreemdensangst en scheidingsangst.
• Sociaal glimlachen en non-verbale decodering.
Persoonlijkheidsontwikkeling • Baby’s verschillen qua temperament en activiteitniveau.
• Rond 12 maanden zelfbesef
• 18-24 maanden à besef eigen fysieke kenmerken en vermogens, uiterlijk blijft stabiel.
Seksuele ontwikkeling • Biologische sekse ligt vast.
• Knuffelen is belangrijk voor de psychoseksuele ontwikkeling.
• Zichzelf aanraken, ook hun geslachtsdelen (soms erectie jongens)
Theorieën
Piaget (Ontwikkelingstheorie) • Sensomotorisch stadium
↪ Substadium 1: eenvoudige reflexen (0-1 maand)
Substadium 2: eerste gewoonten en primaire circulaire reacties (1-4 maanden)
Substadium 3: secundaire circulaire reacties (4-8 maanden)
Substadium 4: coördinatie van secundaire circulaire reacties (8-12 maanden)
Substadium 5: tertiaire circulaire reacties (12-18 maanden)
Substadium 6: het begin van denken (18-24 maanden)
Erikson (Psychosociale • Stadium van vertrouwen versus wantrouwen (geboorte – 1.5 jaar)
ontwikkeling) ↪ In deze periode ontwikkelen baby’s het gevoel van vertrouwen of ↪ ↪
wantrouwen, afhankelijk van hoe goed hun verzorgers op hun behoeften ↪
reageren.
• Stadium van schaamte versus autonomie (1.5 – 3 jaar)
↪ Kinderen ontwikkelen van twaalf á achttien maanden tot drie jaar
↪ zelfstandigheid en autonomie als hun ouders hun verkenningsdrang stimuleren
↪ en schaamte en zelftwijfel ervaren als ouders te veel of te weinig verwachten.
Bowbly • Hechtingstheorie
↪ Het emotionele en fysieke contact tussen ouder en kind. Als de ouder niet reageert op
↪ het kind kan het ervoor zorgen dat het kind angstig wordt en moeite heeft met relaties
↪ opbouwen.
Deci en Ryan • Zelfdeterminatietheorie (ZDT)
↪ Er zijn drie natuurlijke basisbehoeften die het functioneren, het welbevinden en de ↪
groei van mensen beïnvloeden: autonomie, verbondenheid en competentie.