bij kanker
Samenvatting voeding en diëtetiek leerjaar 2 semester 2
,Inhoud
4. antitumor behandeling...................................................................................................................3
4.5 moleculaire doelgerichte therapie............................................................................................4
5.2 voeding.....................................................................................................................................5
Hoofdstuk 5 voedingsbehoefte en voedingsadvies................................................................................6
3. voedingsadvies...............................................................................................................................9
2 bewegen en trainen ......................................................................................................................12
4.1 Richtlijnen gezonde voeding 2015 of specifieke voeding eisen? ...............................................14
4.4 Eiwit ...........................................................................................................................................15
hoofdstuk 8 (specifieke klachten).........................................................................................................22
Hoofdstuk 9 klinische voeding..............................................................................................................27
2.2 Anorexie en snelle verzadiging...............................................................................................40
4.3 dumpingsyndroom..................................................................................................................42
6. palliatieve zorg..............................................................................................................................45
5. adjuvante chemotherapie............................................................................................................53
1.2 oorzaken en symptomen........................................................................................................56
2. de nog niet behandelde patiënt...................................................................................................57
2.1 voedingstoestand en voedingsbehoefte.................................................................................57
3. radiotherapie en chemoradiatie...................................................................................................58
3.2 passageklachten.....................................................................................................................59
4. Chirurgie......................................................................................................................................60
4.1 voedingstoestand en voedingsbehoefte.................................................................................60
5. chemotherapie en moleculair doelgerichte therapie...................................................................61
5.1 voedingstoestand en voedingsbehoefte.................................................................................61
6. herstel revalidatie en nazorg.......................................................................................................62
7. palliatieve zorg..............................................................................................................................62
7.2 voedingsstent.........................................................................................................................62
22. borstkanker....................................................................................................................................63
1. achtergrond..................................................................................................................................63
1.1 incidentie................................................................................................................................63
1.2 oorzaken en symptomen........................................................................................................63
1.3 behandelingen........................................................................................................................63
2. de nog niet behandelde patiënt...................................................................................................64
2.1 voedingstoestand en voedingsbehoefte.................................................................................64
1
, 2.2 overgewicht............................................................................................................................64
3. chirurgie........................................................................................................................................65
3.1 lymfoedeem............................................................................................................................65
5. chemotherapie.............................................................................................................................66
5.3 Mucositis................................................................................................................................67
5.6 osteoporose............................................................................................................................68
6. hormoontherapie.........................................................................................................................69
6.1 gewichtstoename...................................................................................................................69
6.2 Osteoporose...........................................................................................................................69
8.2 onbedoeld gewichtsverlies.....................................................................................................71
Handboek voeding bij kanker
Hoofdstuk 3 ziekte en behandeling
1. Pathologie
kanker er worden meer cellen gevormd (celproliferatie) dan er afsterven (apotose)
-bij sommige soorten kanker is er vooral veel groei, bij sommige soorten is er een tekort aan afbraak.
3 fasen van het ontstaan van kanker
initiatiefase kanker ontstaat door schade in het DNA, mutaties in de genen die celgroei normaliter
in goede banen leiden.
wanneer de schade niet word hersteld of opgeruimd:
promotiefase de beschadigde cellen ontwikkelen zich niet normaal.
progressiefase Het aantal tumorcellen neemt toe, er ontstaat een gezwel of tumor
2
, - een tumor kan omliggende organen wegdrukken of ingroeien
2. verschijnselen en klachten
-weefselschade en functieverlies, in het orgaan waar de tumor is ontstaan of door druk en door groei
in aangrenzende organen
-malaise klachten, slechte eetlust, aversie, vermoeidheid
-gewichts- en spierverlies, metabole ontregeling, afbraak van vetmassa en vetvrije massa
-pijn, door de druk van de tumor of de behandeling er van.
-psychiatrische en psychische symptomen.
3. diagnostiek
-klinische verschijnselen, klachten, weefselonderzoek, laboratoriumonderzoek, beeldvormend
onderzoek (echo, röntgen, CT, PET, MRI)
- vaststellen welke vorm van kanker en welke specifieke kenmerken de tumorcellen hebben, welk
stadium het kanker proces verkeert TNM classificatie.
4. antitumor behandeling
De behandeling van kanker kan verschillende doelen hebben:
curatief: het doel is volledige genezing, door radicale verwijdering of vernietiging van de tumor.
pallieatief: wanneer volledige genezing niet meer mogelijk is, de behandeling is ziektegericht of
symptoomgericht. Bij ziektegerichte behandeling is het doel het kankerproces te remmen en
daarmee de overleving te verlengen. Als temmen van het kankerproces en daardoor de
levensverlenging niet meer mogelijk is, wordt symptoomgerichte palliatie ingezet. De behandeling is
daarbij gericht op bestrijding van hinderlijke symptomen en op een zo goed mogelijk kwaliteit van
leven. In de laatste fase heeft palliatieve behandeling als doel om het stervensproces zo goed
mogelijk te laten verlopen.
4.1 chirurgie
Bij chirurgie kan de tumor in zijn geheel worden verwijderd met als doel de patiënt te genezen
(curatieve resectie). Soms moet het gehele orgaan met bijbehorende lymfeklieren worden
weggenomen. Zo worden en de tumorcellen verwijderd maar kan het stadium en de specifieke
kenmerken van de tumor worden bepaald om te kijken of aanvullende behandeling nodig is.
Palliatieve chirurgie kan worden ingezet om tumormassa te verkleinen of hinderlijke complicaties op
te lossen (bijvoorbeeld het verwijderen van een obstructie om passage weer mogelijk te maken.)
Chirurgie wordt ook preventief ingezet bijvoorbeeld bij een borstamputatie bij erfelijke borstkanker.
4.2 radiotherapie
Radiotherapie werkt met een type straling dat het proces van celdeling verstoort: door de straling
ontstaan radicalen en vooral zuurstofradicalen in de cel die direct schade toebrengen aan het DNA.
Daardoor gaan de cellen direct dood, of ze verliezen het vermogen om zich veder te delen en sterven
op termijn af. Hoe groot de dosis straling is tijdens de behandeling hangt af van:
- doe gevoeligheid en de plaats van de tumor
- de grootte en plaats van de tumor
-het doel van de bestraling: curatie of palliatie
-het herstelvermogen van het gezonde weefsel in het bestraalde gebied
-de leeftijd en algemene conditie van de patiënt
Tumorcellen zijn gevoeliger voor bestraling dan gezonde cellen en kunnen niet, of minder goed ervan
herstellen. Maar ook gezond snel delend weefsel is stralingsgevoelig, zoals de epitheel laag van het
maag-darmkanaal. Als de mond-keelholte, de slokdarm, de maag of de darmen in het
3