Middeleeuwen nu
-versvorm - proza
-vertellen / luisteren - stil lezen
Minstreels en sprooksprekers: droegen verhalen voor aan het publiek.
Proloog: Inleiding verhaal.
Topos:
- Vermelden van vroeger werk.
- Vermelden van de moeite waaronder het werk tot stand is gekomen.
- Vermelde van eerdere pogingen zonder het door de auteur gewenste
resultaat.
Tegenslagtopos: Een schrijven geeft daarmee aan dat hij moeilijkheden
had om het, nu volgende verhaal te kunnen schrijven.
Willem heeft het verhaal vertaalt van het Frans naar het Nederlands op
verzoek van een zekere dame, die verder niet genoemd word en zeer
gesteld is op beschaafd gedrag.
Methapoor: Een beeld, iets wat niet letterlijk bedoeld word.
De vos: Reinaert
De leeuw: Koning Nobel
De das: Grimbeert
De wolf: Isengrijn
De hond: Courtois
De kater: Tibeert
De bever: Pancer
De haas: Cuweart
De wolvin: Hersint
De hen: Coppe
De beer:Bruun
De ram: Belijn
De klerk: Botsaert