2.1 stoffen verhitten
Verbranden
o Voor verbranden heb je een brandbare stof en zuurstof nodig -> bij het
verbranden verdwijnen die.
o Brandbare stof + zuurstof -> verbrandingsproduct(en)
Ontleden
o Papier -> koolstof + water + brandbaar gas
o Ontledingsreactie
- Reactie waarbij één of meer stoffen ontstaan.
o Beginstof -> ontledingsproduct
Scheiden
o Als je een mengsel scheidt, blijven er twee of meer stoffen over. Die
waren al aanwezig. Er ontstaan geen nieuwe stoffen.
2.2 ontleden
Thermolyse
o Ontleding door warmte
o Stoffen die bij verhitting door zuurstof verkolen -> organische stoffen
Organische stoffen -> koolstof + water + rook + (brandbaar) gas
Elektrolyse
o Ontleding door elektriciteit
Water -> waterstof + zuurstof
Waterstof + zuurstof -> water
Fotolyse
o Ontleding door licht
Zilverbromide -> zilver + broom
Waterstofperoxide -> water + zuurstof
Niet-ontleedbare stoffen
o Stoffen zo ver mogelijk te ontleden -> stoffen die niet meer ontleedbaar
zijn. Ongeveer 100
o Ontleedbare stoffen -> verbindingen
o Niet-ontleedbare stoffen -> elementen
Metalen
o Geleiden warmte en elektriciteit
o Glanzend oppervlak als ze gepolijst zijn
, 2.3 moleculen, een model voor stoffen
Het deeltjesmodel
o Een vereenvoudigde voorstelling van hoe stoffen ‘in elkaar zitten’.
- Iedere stof is opgebouwd uit heel kleine deeltjes (moleculen).
- Iedere stof heeft zijn eigen soorten moleculen.
- Moleculen bewegen voortdurend: temperatuur stijgt -> moleculen
sneller/heftiger bewegen.
Het deeltjesmodel en de drie fasen
o Vaste stoffen
- Vaste vorm
- Volume ligt vast
- Ze trillen
o Vloeistoffen
- Geen vaste vorm
- Volume ligt vast
o Gassen
- Geen vaste vorm
- Lichter dan vaste stoffen en vloeistoffen
- Volume ligt niet vast
- Kleinere dichtheid dan vloeistof
Mengsels en zuivere stoffen
o Zuivere stof -> een molecuulsoort
o Mengsel -> verschillende molecuulsoorten door of bij elkaar.
Verbranden
o Voor verbranden heb je een brandbare stof en zuurstof nodig -> bij het
verbranden verdwijnen die.
o Brandbare stof + zuurstof -> verbrandingsproduct(en)
Ontleden
o Papier -> koolstof + water + brandbaar gas
o Ontledingsreactie
- Reactie waarbij één of meer stoffen ontstaan.
o Beginstof -> ontledingsproduct
Scheiden
o Als je een mengsel scheidt, blijven er twee of meer stoffen over. Die
waren al aanwezig. Er ontstaan geen nieuwe stoffen.
2.2 ontleden
Thermolyse
o Ontleding door warmte
o Stoffen die bij verhitting door zuurstof verkolen -> organische stoffen
Organische stoffen -> koolstof + water + rook + (brandbaar) gas
Elektrolyse
o Ontleding door elektriciteit
Water -> waterstof + zuurstof
Waterstof + zuurstof -> water
Fotolyse
o Ontleding door licht
Zilverbromide -> zilver + broom
Waterstofperoxide -> water + zuurstof
Niet-ontleedbare stoffen
o Stoffen zo ver mogelijk te ontleden -> stoffen die niet meer ontleedbaar
zijn. Ongeveer 100
o Ontleedbare stoffen -> verbindingen
o Niet-ontleedbare stoffen -> elementen
Metalen
o Geleiden warmte en elektriciteit
o Glanzend oppervlak als ze gepolijst zijn
, 2.3 moleculen, een model voor stoffen
Het deeltjesmodel
o Een vereenvoudigde voorstelling van hoe stoffen ‘in elkaar zitten’.
- Iedere stof is opgebouwd uit heel kleine deeltjes (moleculen).
- Iedere stof heeft zijn eigen soorten moleculen.
- Moleculen bewegen voortdurend: temperatuur stijgt -> moleculen
sneller/heftiger bewegen.
Het deeltjesmodel en de drie fasen
o Vaste stoffen
- Vaste vorm
- Volume ligt vast
- Ze trillen
o Vloeistoffen
- Geen vaste vorm
- Volume ligt vast
o Gassen
- Geen vaste vorm
- Lichter dan vaste stoffen en vloeistoffen
- Volume ligt niet vast
- Kleinere dichtheid dan vloeistof
Mengsels en zuivere stoffen
o Zuivere stof -> een molecuulsoort
o Mengsel -> verschillende molecuulsoorten door of bij elkaar.