SWK 6: Gezinspedagogiek Hoorcolleges en bijbehorende theorie
Hoorcollege 1A; ons functioneren wordt bepaald door van alles - Emran
Factoren dichtbij - rijkdom, economisch, sociaal en cultureel kapitaal
Factoren verder weg - beschikbaarheid voorzieningen
Factoren ver weg - cultuur, sociale klasse, demografie
Superdiversiteit:
- Veelheid aan dimensies
- Onderlinge mengvormen
- Onderlinge interacties en veranderingen
!!! - Creolisering
> Dingen van elkaar overnemen > Mensen met verschillende culturele achtergronden die
met elkaar leven, nemen gewild of ongewild culturele uitingen van elkaar over.
Intersectionaliteit:
- Koppeling aan machtsverhoudingen
- Persoonlijk, symbolisch en maatschappelijk niveau
> Denken vanuit verschillende dimensies; je bent niet alleen bijv. alleenstaande moeder,
maar ook hardwerkende vrouw, goede vriendin, etc. > deze samenhang tussen
maatschappelijke ordeningsprocessen wordt intersectionaliteit genoemd > Behandel niet
iedereen met éénzelfde dimensie op dezelfde manier.
Machtsvraag: Wat betekent dit voor iemands sociale positie?
Kenmerken van armoede:
!!! Relatief > Het gaat in mate ten opzichte van een ander
Meerdimensionaal > Bijv. waar woon je, voor hoeveel mensen moet je zorgen, etc.
Gradueel
Tijdsduur
!!! Oorzaken van armoede
Macro niveau
Demografische ontwikkelingen
Scholing en arbeidsmarkt
Opvang, hulp en zorg
Cultuur ten opzichte van armen
Meso niveau
Sociale perceptie
Toegankelijkheid van publieke goederen en diensten
Bekendheid, bereikbaarheid, betaalbaarheid, beschikbaarheid,
begrijpbaarheid en betrouwbaarheid
Micro niveau
Ontoereikend kapitaal > bezit
Economisch, sociaal en cultuur
Bourdieu’s veldtheorie
Typen kapitaal
Economisch kapitaal > geld en spullen (huis, schoenen, etc.)
Sociaal kapitaal
Mate waarin iemand over voordelige sociale connecties beschikt
… en de competenties om deze te onderhouden
Cultureel kapitaal
Beheersing van culturele competenties die eigen zijn aan hogere sociale
posities
> Bekendheid met de dominante cultuur, kennis en begrijpen, bezit en
formele waardering
!!! Veld
Regels die thuis gelden, gelden over het algemeen ook op school.
,Vaak liggen op meerdere velden normen en waarden ver uit elkaar, zoals op; sport, bijbaan,
school, thuis en vrienden. Zeker bij kinderen met een lagere sociale klasse is dit lastiger te
onderscheiden en te begrijpen, vaak liggen hier de velden verder uit elkaar.
Capability benadering
Bijv.
Sport, waarbij > Positieve ervaring, > Identiteit en meetellen
zorgzaam hard werken, winnen
ontwikkelingsgericht en verliezen, communiceren,
relatiegericht aspiraties, vriendenkring
plezierig
!!! Conversiefactoren: Factoren die van invloed zijn op de mate waarin de aangeboden hulp
bijdraagt aan nieuwe mogelijkheden. > zitten in het voorbeeld tussen sport en positieve
ervaring
In het voorbeeld staat tussen ‘positieve ervaring’ en ‘identiteit en meetellen’; keuze. Iemand
kan de hulp krijgen en aannemen, dit betekent niet dat ze het goed of überhaupt gebruiken.
Diversiteit in de samenleving H4 Intersectionaliteit
Bij intersectionaliteit gaat het om verschillen waar iedereen mee te maken heeft in het
contact met de ander.
Bij intersectionaliteit staan deze verschillen en hun combinaties centraal, die belangrijke
assen van maatschappelijke betekenisgeving vormen. Omdat deze assen richting geven aan
de manier waarop de samenleving wordt ingericht, worden ze maatschappelijke
ordeningsprincipes genoemd (denk aan gender, etniciteit, klasse, seksualiteit, etc.).
§4.1 Historische achtergrond
Begin jaren ‘90 is de theorie intersectionaliteit ontwikkeld vanuit studies in voornamelijk de
Verenigde Staten en Groot-Brittannië, over zwart feminisme en het (post)koloniale tijdperk.
De term intersectionele discriminatie, benadrukt de verwevenheid tussen gender en etniciteit:
discriminatie/racisme/uitsluiting treft zwarte vrouwen anders dan zwarte mannen, maar ook
niet altijd op dezelfde manier als witte vrouwen of mannen.
In Nederland was in de jaren ‘80 de zmv-vrouwen-beweging (zwarte-migranten en
vluchtelingenvrouwen).
Sindsdien is de intersectionele analyse vooral een geschikt instrument gebleken om
maatschappelijke ongelijkheid, in- en uitsluitingsmechanismen en machtsverhoudingen
te beschrijven en analyseren.
Intersectionaliteit wordt ook wel kruispuntdenken of caleidoscopisch denken genoemd.
Wat is intersectionaliteit?
In de samenleving wordt op verschillende niveaus onderscheid gemaakt tussen mensen
(man, vrouw, homo, hetero, arm, rijk, hoog/laag opgeleid, christen, moslim, oud, jong, etc.).
Deze verschillen zijn verbonden met machtsposities in de samenleving.
Machtsverhoudingen vormen de basis van maatschappelijke ongelijkheid, ongelijke
behandeling en uitsluiting. Sommige mensen ondervinden van deze machtsposities
structureel voordeel en sommigen structureel nadeel. Gender, etniciteit, levensfase en
dergelijke worden ordeningsprincipes genoemd. Intersectionaliteit verwijst naar die
kruisingen van de verschillende ordeningsprincipes die gelijktijdig en met elkaar verweven
zijn (iemand is niet alleen man, maar heeft ook een etnische achtergrond, klasse, etc.).
Bij het gangbare denken gaat het om het gescheiden benaderen van de ordeningsprincipes,
wat een vertekend beeld kan geven van de werkelijkheid. Mensen worden in aparte stukjes
identiteiten gesplitst (of vader, of homo, of moslim), alsof iemand maar 1 identiteit kan
,hebben. Dit kan leiden tot stigmatisering en stereotypering (de moslim, de homo, de vrouw).
Tevens bestaat hierdoor ook de neiging tot eendimensionaal denken, wat leidt tot de
gedachte dat er maar 1 waarheid is. Terwijl ieder mens juist uniek is en dus verschillend.
Ordeningsprincipes structureren of geven richting aan de manier waarop de samenleving is
georganiseerd. Zij worden daarom maatschappelijke ordeningsprincipes genoemd die
werkzaam zijn op verschillende niveaus: op persoonlijk, symbolisch en institutioneel
(maatschappelijk) niveau.
Binair denken: Verschillen staan tegenover elkaar (bijv. man - vrouw, homo - hetero, etc.). In
deze manier van denken zit altijd een hiërarchie, er bestaat een machtsverhouding.
De gangbare manier van denken over verschil wordt gekenmerkt door:
Statisch denken: Een man blijft een man, een geboren Nederlander kan nooit een
migrant worden…
Eendimensionaliteit: Of-ofdenken, man of vrouw, geboren Nederlander of migrant.
Binariteit: Man vs vrouw, homo vs hetero, geboren Nederlander vs migrant.
Hiërarchie en macht: Man of vrouw, homo of hetero, de 1 heeft altijd een hogere
status dan de ander, er is een machtsverhouding.
Uitsluiting: Ordeningsprincipes ordenen de samenleving, bijv. homo’s worden
uitgesloten, door o.a het woord ‘homo’ dat wordt gebruikt als scheldwoord.
Bij de intersectionele benadering bestaat iemand uit verschillende deelidentiteiten
(meervoudige identiteit), die maken wie dat persoon in totaliteit is. Het intersectioneel denken
verspreid het en-enperspectief in plaats van het of-ofperspectief.
Intersectionaliteit is een manier van denken, handelen en kijken die gekenmerkt wordt door:
Dynamisch denken: Bij intersectioneel denken is er meer sprake van een manier
van denken die verbindend is, waarbij er ruimte is voor ‘anders zijn’ en voor
perspectiefwisseling.
Inclusiviteit: Het gevoel van ‘erbij horen’. Inclusie gaat verder dan diversiteit,
diversiteit alleen is niet genoeg. Een belangrijke kernwaarde bij inclusie is
waardigheid, het benadrukt dat ieders leven de moeite waard is. Waarden waarbij
men mensen als geheel accepteert, als deze waarden het uitgangspunt zijn, komt de
diversiteit vanzelf en kan er ook sprake zijn van inclusie.
Verwevenheid en gelijktijdigheid van de ordeningsmechanismen: Doordat de
combinaties van maatschappelijke positioneringen zo gelijktijdig verweven zijn met
elkaar, voldoen simpele opsommingen of tegenstellingen als zwart-wit, man-vrouw,
etc. niet meer.
Meervoudigheid: Iedereen heeft een meervoudige samengestelde identiteit, een
identiteit die uit meerdere deelidentiteiten bestaat. Er is sprake van een meervoudig
perspectief; men denkt niet vanuit 1 perspectief > of-ofperspectief, maar vanuit een
meervoudig denken > en-enperspectief.
H8. De presentiebenadering
§8.1 Een theorie van presentie
Theorie van presentie: Heeft te maken met de houding, de attitude van de werker. De
elementen van deze theorie zijn:
Zonder agenda; zonder vooropgezet plan een gesprek aangaan
Openstaan voor de ander; biedt je aan als gesprekspartner en toon belangstelling
Aandachtige betrekking; interesse tonen in alledaagse en ‘kleine’ zaken die
mensen bezighouden
Aansluiten; luisteren naar de ander en aansluiten bij wat die vertelt
Perspectiefwisseling; je perspectief wisselen, proberen vanuit het perspectief van
de ander te kijken
Zich aanbieden; concrete hulp aanbieden
Geduld en tijd; de tijd te hebben en te nemen
Trouw; de ander laten weten dat je terug zal komen
, Bij presentiebenadering gaat het er vooral om aanwezig te zijn, de basis wordt gevormd door
het aandachtig, open en trouw aangaan van een relatie waarin je zorgt hebt voor de ander.
Exposure: het zich onderdompelen in een bepaalde situatie
Niet-ingrijpende manieren om dit te doen zijn het lezen van (auto)biografieën,
documentaires, films, foto’s etc.
Leeg luisteren: de tijd en ruimte nemen om met iemand te praten.
De presentiebenadering houdt in dat je aandachtig bent, je moet je ook voortdurend bewust
zijn van de ander en van jezelf. De presentiebenadering toepassen vereist reflectie, soms is
het nodig om je even terug te trekken en te bedenken wat er allemaal gebeurt, of gebeurd
is.
Hoorcollege 1B: Ouderschap - Debby Collignon
Ouderschap
is een van de grootste transities in het leven, een onomkeerbare levensgebeurtenis
(life-event)
is een existentiële verandering die ouders kwetsbaar maakt
is een nieuwe identiteit die het hele familiesysteem beïnvloedt
is meer dan alleen opvoederschap
naast het ouderschap heb je ook het partnerschap
je draagt zorg voor de (geestelijke) gezondheid van je gezin
je organiseert en plant zorg, werk, vrije tijd, sociale contacten en financiën
Ouderschap is een proces dat in de loop van de tijd verandert en zich ontwikkelt
Waarom is er belangstelling voor ouderschap?
Aanvankelijk werd het fenomeen ouderschap weinig bestudeerd
Belangstelling voor de aard en het verloop van ouderschap leert zorgvuldig en
genuanceerd kijken als er zich problemen voordoen
Het normaliseert ons denken en handelen als professional (als pedagoog)
> transactioneel ontwikkelingsmodel
> Bronfenbrenner’s Ecological Systems Theory
Opvoederschap gaat over wie je bent als mens, opvoederschap gaat over het opvoeden van
een kind dat goed mee kan doen in de samenleving. Professionals houden zich bezig met
opvoederschap, ouders met opvoederschap. Hier kunnen mooie oplossingen uit ontstaat,
maar ook conflicten.
Kenmerkend voor ouderschap is:
Het besef verantwoordelijkheid
Onvoorwaardelijkheid: ouders ervaren dat het bestaan van het kind en het eigen
bestaan nooit meer los van elkaar staan
Tijdloosheid: ouder blijf je levenslang, wat er ook gebeurt. Je kunt geen afscheid
nemen van je ouderschap
Bij ouders die hun kind opgeven, het ouderschap is er wel, opvoederschap niet.
Geadopteerd kind, ouder- en opvoederschap is er.
Ouderschapstheorie Alice van der Pas
3 aannames
1. Elke ouder heeft een besef van verantwoordelijk zijn
2. Ouderschap maakt kwetsbaar
3. Ouders zijn eindverantwoordelijk
Hoorcollege 1A; ons functioneren wordt bepaald door van alles - Emran
Factoren dichtbij - rijkdom, economisch, sociaal en cultureel kapitaal
Factoren verder weg - beschikbaarheid voorzieningen
Factoren ver weg - cultuur, sociale klasse, demografie
Superdiversiteit:
- Veelheid aan dimensies
- Onderlinge mengvormen
- Onderlinge interacties en veranderingen
!!! - Creolisering
> Dingen van elkaar overnemen > Mensen met verschillende culturele achtergronden die
met elkaar leven, nemen gewild of ongewild culturele uitingen van elkaar over.
Intersectionaliteit:
- Koppeling aan machtsverhoudingen
- Persoonlijk, symbolisch en maatschappelijk niveau
> Denken vanuit verschillende dimensies; je bent niet alleen bijv. alleenstaande moeder,
maar ook hardwerkende vrouw, goede vriendin, etc. > deze samenhang tussen
maatschappelijke ordeningsprocessen wordt intersectionaliteit genoemd > Behandel niet
iedereen met éénzelfde dimensie op dezelfde manier.
Machtsvraag: Wat betekent dit voor iemands sociale positie?
Kenmerken van armoede:
!!! Relatief > Het gaat in mate ten opzichte van een ander
Meerdimensionaal > Bijv. waar woon je, voor hoeveel mensen moet je zorgen, etc.
Gradueel
Tijdsduur
!!! Oorzaken van armoede
Macro niveau
Demografische ontwikkelingen
Scholing en arbeidsmarkt
Opvang, hulp en zorg
Cultuur ten opzichte van armen
Meso niveau
Sociale perceptie
Toegankelijkheid van publieke goederen en diensten
Bekendheid, bereikbaarheid, betaalbaarheid, beschikbaarheid,
begrijpbaarheid en betrouwbaarheid
Micro niveau
Ontoereikend kapitaal > bezit
Economisch, sociaal en cultuur
Bourdieu’s veldtheorie
Typen kapitaal
Economisch kapitaal > geld en spullen (huis, schoenen, etc.)
Sociaal kapitaal
Mate waarin iemand over voordelige sociale connecties beschikt
… en de competenties om deze te onderhouden
Cultureel kapitaal
Beheersing van culturele competenties die eigen zijn aan hogere sociale
posities
> Bekendheid met de dominante cultuur, kennis en begrijpen, bezit en
formele waardering
!!! Veld
Regels die thuis gelden, gelden over het algemeen ook op school.
,Vaak liggen op meerdere velden normen en waarden ver uit elkaar, zoals op; sport, bijbaan,
school, thuis en vrienden. Zeker bij kinderen met een lagere sociale klasse is dit lastiger te
onderscheiden en te begrijpen, vaak liggen hier de velden verder uit elkaar.
Capability benadering
Bijv.
Sport, waarbij > Positieve ervaring, > Identiteit en meetellen
zorgzaam hard werken, winnen
ontwikkelingsgericht en verliezen, communiceren,
relatiegericht aspiraties, vriendenkring
plezierig
!!! Conversiefactoren: Factoren die van invloed zijn op de mate waarin de aangeboden hulp
bijdraagt aan nieuwe mogelijkheden. > zitten in het voorbeeld tussen sport en positieve
ervaring
In het voorbeeld staat tussen ‘positieve ervaring’ en ‘identiteit en meetellen’; keuze. Iemand
kan de hulp krijgen en aannemen, dit betekent niet dat ze het goed of überhaupt gebruiken.
Diversiteit in de samenleving H4 Intersectionaliteit
Bij intersectionaliteit gaat het om verschillen waar iedereen mee te maken heeft in het
contact met de ander.
Bij intersectionaliteit staan deze verschillen en hun combinaties centraal, die belangrijke
assen van maatschappelijke betekenisgeving vormen. Omdat deze assen richting geven aan
de manier waarop de samenleving wordt ingericht, worden ze maatschappelijke
ordeningsprincipes genoemd (denk aan gender, etniciteit, klasse, seksualiteit, etc.).
§4.1 Historische achtergrond
Begin jaren ‘90 is de theorie intersectionaliteit ontwikkeld vanuit studies in voornamelijk de
Verenigde Staten en Groot-Brittannië, over zwart feminisme en het (post)koloniale tijdperk.
De term intersectionele discriminatie, benadrukt de verwevenheid tussen gender en etniciteit:
discriminatie/racisme/uitsluiting treft zwarte vrouwen anders dan zwarte mannen, maar ook
niet altijd op dezelfde manier als witte vrouwen of mannen.
In Nederland was in de jaren ‘80 de zmv-vrouwen-beweging (zwarte-migranten en
vluchtelingenvrouwen).
Sindsdien is de intersectionele analyse vooral een geschikt instrument gebleken om
maatschappelijke ongelijkheid, in- en uitsluitingsmechanismen en machtsverhoudingen
te beschrijven en analyseren.
Intersectionaliteit wordt ook wel kruispuntdenken of caleidoscopisch denken genoemd.
Wat is intersectionaliteit?
In de samenleving wordt op verschillende niveaus onderscheid gemaakt tussen mensen
(man, vrouw, homo, hetero, arm, rijk, hoog/laag opgeleid, christen, moslim, oud, jong, etc.).
Deze verschillen zijn verbonden met machtsposities in de samenleving.
Machtsverhoudingen vormen de basis van maatschappelijke ongelijkheid, ongelijke
behandeling en uitsluiting. Sommige mensen ondervinden van deze machtsposities
structureel voordeel en sommigen structureel nadeel. Gender, etniciteit, levensfase en
dergelijke worden ordeningsprincipes genoemd. Intersectionaliteit verwijst naar die
kruisingen van de verschillende ordeningsprincipes die gelijktijdig en met elkaar verweven
zijn (iemand is niet alleen man, maar heeft ook een etnische achtergrond, klasse, etc.).
Bij het gangbare denken gaat het om het gescheiden benaderen van de ordeningsprincipes,
wat een vertekend beeld kan geven van de werkelijkheid. Mensen worden in aparte stukjes
identiteiten gesplitst (of vader, of homo, of moslim), alsof iemand maar 1 identiteit kan
,hebben. Dit kan leiden tot stigmatisering en stereotypering (de moslim, de homo, de vrouw).
Tevens bestaat hierdoor ook de neiging tot eendimensionaal denken, wat leidt tot de
gedachte dat er maar 1 waarheid is. Terwijl ieder mens juist uniek is en dus verschillend.
Ordeningsprincipes structureren of geven richting aan de manier waarop de samenleving is
georganiseerd. Zij worden daarom maatschappelijke ordeningsprincipes genoemd die
werkzaam zijn op verschillende niveaus: op persoonlijk, symbolisch en institutioneel
(maatschappelijk) niveau.
Binair denken: Verschillen staan tegenover elkaar (bijv. man - vrouw, homo - hetero, etc.). In
deze manier van denken zit altijd een hiërarchie, er bestaat een machtsverhouding.
De gangbare manier van denken over verschil wordt gekenmerkt door:
Statisch denken: Een man blijft een man, een geboren Nederlander kan nooit een
migrant worden…
Eendimensionaliteit: Of-ofdenken, man of vrouw, geboren Nederlander of migrant.
Binariteit: Man vs vrouw, homo vs hetero, geboren Nederlander vs migrant.
Hiërarchie en macht: Man of vrouw, homo of hetero, de 1 heeft altijd een hogere
status dan de ander, er is een machtsverhouding.
Uitsluiting: Ordeningsprincipes ordenen de samenleving, bijv. homo’s worden
uitgesloten, door o.a het woord ‘homo’ dat wordt gebruikt als scheldwoord.
Bij de intersectionele benadering bestaat iemand uit verschillende deelidentiteiten
(meervoudige identiteit), die maken wie dat persoon in totaliteit is. Het intersectioneel denken
verspreid het en-enperspectief in plaats van het of-ofperspectief.
Intersectionaliteit is een manier van denken, handelen en kijken die gekenmerkt wordt door:
Dynamisch denken: Bij intersectioneel denken is er meer sprake van een manier
van denken die verbindend is, waarbij er ruimte is voor ‘anders zijn’ en voor
perspectiefwisseling.
Inclusiviteit: Het gevoel van ‘erbij horen’. Inclusie gaat verder dan diversiteit,
diversiteit alleen is niet genoeg. Een belangrijke kernwaarde bij inclusie is
waardigheid, het benadrukt dat ieders leven de moeite waard is. Waarden waarbij
men mensen als geheel accepteert, als deze waarden het uitgangspunt zijn, komt de
diversiteit vanzelf en kan er ook sprake zijn van inclusie.
Verwevenheid en gelijktijdigheid van de ordeningsmechanismen: Doordat de
combinaties van maatschappelijke positioneringen zo gelijktijdig verweven zijn met
elkaar, voldoen simpele opsommingen of tegenstellingen als zwart-wit, man-vrouw,
etc. niet meer.
Meervoudigheid: Iedereen heeft een meervoudige samengestelde identiteit, een
identiteit die uit meerdere deelidentiteiten bestaat. Er is sprake van een meervoudig
perspectief; men denkt niet vanuit 1 perspectief > of-ofperspectief, maar vanuit een
meervoudig denken > en-enperspectief.
H8. De presentiebenadering
§8.1 Een theorie van presentie
Theorie van presentie: Heeft te maken met de houding, de attitude van de werker. De
elementen van deze theorie zijn:
Zonder agenda; zonder vooropgezet plan een gesprek aangaan
Openstaan voor de ander; biedt je aan als gesprekspartner en toon belangstelling
Aandachtige betrekking; interesse tonen in alledaagse en ‘kleine’ zaken die
mensen bezighouden
Aansluiten; luisteren naar de ander en aansluiten bij wat die vertelt
Perspectiefwisseling; je perspectief wisselen, proberen vanuit het perspectief van
de ander te kijken
Zich aanbieden; concrete hulp aanbieden
Geduld en tijd; de tijd te hebben en te nemen
Trouw; de ander laten weten dat je terug zal komen
, Bij presentiebenadering gaat het er vooral om aanwezig te zijn, de basis wordt gevormd door
het aandachtig, open en trouw aangaan van een relatie waarin je zorgt hebt voor de ander.
Exposure: het zich onderdompelen in een bepaalde situatie
Niet-ingrijpende manieren om dit te doen zijn het lezen van (auto)biografieën,
documentaires, films, foto’s etc.
Leeg luisteren: de tijd en ruimte nemen om met iemand te praten.
De presentiebenadering houdt in dat je aandachtig bent, je moet je ook voortdurend bewust
zijn van de ander en van jezelf. De presentiebenadering toepassen vereist reflectie, soms is
het nodig om je even terug te trekken en te bedenken wat er allemaal gebeurt, of gebeurd
is.
Hoorcollege 1B: Ouderschap - Debby Collignon
Ouderschap
is een van de grootste transities in het leven, een onomkeerbare levensgebeurtenis
(life-event)
is een existentiële verandering die ouders kwetsbaar maakt
is een nieuwe identiteit die het hele familiesysteem beïnvloedt
is meer dan alleen opvoederschap
naast het ouderschap heb je ook het partnerschap
je draagt zorg voor de (geestelijke) gezondheid van je gezin
je organiseert en plant zorg, werk, vrije tijd, sociale contacten en financiën
Ouderschap is een proces dat in de loop van de tijd verandert en zich ontwikkelt
Waarom is er belangstelling voor ouderschap?
Aanvankelijk werd het fenomeen ouderschap weinig bestudeerd
Belangstelling voor de aard en het verloop van ouderschap leert zorgvuldig en
genuanceerd kijken als er zich problemen voordoen
Het normaliseert ons denken en handelen als professional (als pedagoog)
> transactioneel ontwikkelingsmodel
> Bronfenbrenner’s Ecological Systems Theory
Opvoederschap gaat over wie je bent als mens, opvoederschap gaat over het opvoeden van
een kind dat goed mee kan doen in de samenleving. Professionals houden zich bezig met
opvoederschap, ouders met opvoederschap. Hier kunnen mooie oplossingen uit ontstaat,
maar ook conflicten.
Kenmerkend voor ouderschap is:
Het besef verantwoordelijkheid
Onvoorwaardelijkheid: ouders ervaren dat het bestaan van het kind en het eigen
bestaan nooit meer los van elkaar staan
Tijdloosheid: ouder blijf je levenslang, wat er ook gebeurt. Je kunt geen afscheid
nemen van je ouderschap
Bij ouders die hun kind opgeven, het ouderschap is er wel, opvoederschap niet.
Geadopteerd kind, ouder- en opvoederschap is er.
Ouderschapstheorie Alice van der Pas
3 aannames
1. Elke ouder heeft een besef van verantwoordelijk zijn
2. Ouderschap maakt kwetsbaar
3. Ouders zijn eindverantwoordelijk