Maandag 2 november 2020
12:00 - 13:30
Daan Peters
ERE1v.D
Pagina 1 van 32
,Literatuur stof
Week 1:
Verheugt H6.2 en 6.3
Janssen H11.1 t/m 11.3 en 11.5
Week 2:
Verheugt H6.5 en 8.2
Van der roest H6.4.1 t/m 6.4.3
Philips H3.4 en 3.5
Week 3:
Verheugt H6.4 tot (NIET MET) 6.4.2.1
(6 blz)
Week 4:
Verheugt H10 t/m 10.4
(12 blz)
Pagina 2 van 32
,Week 1
Literatuur
Week 1:
Verheugt H6.2 en 6.3:
H6.2 Het rechtssubject:
Het objectieve recht benoemd de verhoudingen tussen personen in termen van rechten
en plichten.
Drager van die rechten en plichten = rechtssubject
• Natuurlijke personen
• Rechtspersonen
Natuurlijke personen
Rechtssubjectiviteit:
• Een natuurlijk persoon is zijn hele leven een rechtssubject tot de dood. =
rechtssubjectiviteit.
• Na de dood gaan de rechten en plichten óf over op de erfgenamen óf teniet.
• Bij meeste natuurlijke personen na de dood blijven zijn vermogensrechten (zoals
eigendomsrechten) bestaan en vallen ze in de nalatenschap. Ook gaan er
vermogensrechten te niet zoals
◦ vruchtgebruik op een huis,
◦ lidmaatschap van een voetbalclub
◦ of het recht om mee te spelen in een rockband.
• Rechtssubjectiviteit komt toe aan iedere natuurlijke persoon: art. 1:1 BW
Rechtspersonen
Juridische eenheid:
• Groepen of organisaties van mensen door het objectieve recht aangewezen als
rechtssubject.
• Rechtspersonen om redenen van doelmatigheid als juridische eenheid in het leven
geroepen, zelfstandig drager van rechten en plichten
• Onderscheiden in
◦ Privaatrechtelijke rechtspersonen: vereniging, stichting, besloten
vennootschap (BV) naamloze vennootschap (NV)
◦ Publiekrechtelijke rechtspersonen: de Staat, provincies, gemeenten,
waterschappen (art. 2:1 BW)
• Rechtspersonen en natuurlijke personen gelijk betreft het vermogensrecht.
Betekenis:
Het recht heeft de juridische guur van de rechtspersoon geschapen, omdat het e ectief
is als groepen en organisaties aan het rechtsverkeer kunnen deelnemen als zelfstandige
rechtssubjecten. --> maatschappelijke werkelijkheid laat zien dat de mens niet alleen
individueel deelneemt aan het rechtsverkeer, maar ook in groepen.
Voorbeeld:
Als er 60 rechtssubjecten in een vereniging zitten spreek je van 61 rechtssubjecten,
omdat de vereniging ook nog als rechtssubject meetelt.
Pagina 3 van 32
fi ff
, Vertegenwoordiging:
• Een rechtspersoon kan slechts naar buiten optreden door middel van mensen van
vlees en bloed.
• Er moet dus iemand namens een vereniging bijvoorbeeld een computer kopen
voor de vereniging. Er is hier sprake van vertegenwoordiging.
Eigen vermogen:
• Elk rechtspersoon heeft een eigen vermogen
• Vorderingen en schulden zijn volledig gescheiden van zijn leden van de vereniging.
• Het handelsrecht kent rechtspersonen als samenwerkingsorganen voor:
◦ Geld
◦ Arbeid
◦ En goederen
• De stichting is een belangrijke samenwerkingsbron. Komen veel voor in
gezondheidszorg en welzijnswerk
• Vereniging biedt de juridische mogelijkheid om mensen met een
gemeenschappelijk belang, zoals een bepaalde vrijetijdsbesteding, voor dat doel
bijeen te brengen en te houden.
H6.3 Rechtsfeiten
De nitie rechtsfeit:
Het vermogen van iedere natuurlijke of rechtspersoon bestaat uit rechten en plichten.
• Een rechtsfeit is een feit waaraan het recht een of meer rechtsgevolgen verbindt.
◦ VB: Een geboorde: er ontstaan rechtsgevolgen zoals recht op bescherming
van lichamelijke integriteit en het recht op een naam en nationaliteit.
◦ VB: De dood: rechtsgevolgen als bv het huwelijk dat wordt ontbonden,
arbeidsovereenkomst wordt ontbonden, erfgenamen treden in plaats van
er ater.
◦ VB: De verkoper van een ets
Rechtsfeiten worden onderscheiden in blote rechtsfeiten en menselijke handelingen.
Blote rechtsfeiten:
• Dit type rechtsfeiten worden niet door menselijk gedrag veroorzaakt.
• Bloot = het feit is niet aan te merken aan actieve menselijke handeling.
◦ VB: geboorte en dood
◦ VB: tijdsverloop, ziekte, blikseminslag en overstroming
◦ VB: dat men als buren naast elkaar woont (naburigheid art. 5:37 e.v. BW)
◦ VB: verstrijken van verjaringstermijn
Menselijke handelingen:
• Als je voor het recht van belang bent, omdat het recht er een gevolg aan verbindt.
◦ VB: bij het sluiten van een koopovereenkomst (menselijke handeling) ben je
verplicht de koopprijs te betalen (rechtsgevolg)
◦ Een aanrijding heeft als rechtsgevolg voor de automobilist een verplichting
om de schade te betalen.
Pagina 4 van 32
flfi
fi