Inhoudsopgave
Hoofdstuk 12 .............................................................................................................. 2
Hoofdstuk 13 .............................................................................................................. 5
Hoofdstuk 14 .............................................................................................................. 7
Hoofdstuk 15 ............................................................................................................ 10
Hoofdstuk 16 ............................................................................................................ 13
Pdf-framing en propagandatechnieken ................................................................. 18
Hoofdstuk 17 ............................................................................................................ 21
Hoofdstuk 18 ............................................................................................................ 23
Hoofdstuk 19 ............................................................................................................ 24
Hoofdstuk 20 ............................................................................................................ 28
,Hoofdstuk 12
Fundamenteel wetenschappelijk onderzoek à weten om te weten, theorie staat
centraal.
Praktijkgericht onderzoek (toegepast onderzoek) à weten om te doen, doe je om
een praktisch probleem op te lossen.
Hypotheses opstellen vervolgens bevestigen of ontkrachten.
Uitkomsten praktijkgericht onderzoek = opdrachtgever een goed oplossing
aanreiken.
Toegepast communicatieonderzoek = theorie als uitgangspunt voor probleem uit
beroepspraktijk om te omschrijven.
Communicatieonderzoek lopen door fundamenteel wetenschappelijk en
praktijkgerichte benaderingen door elkaar.
2
, Praktijkgericht communicatieonderzoek = direct afgestemd op het signaleren van
concreet probleem.
Toegepast onderzoek = duidelijke probleemstellingen hebben en de hoofdpunten van
onderzoeksvraag kunnen verantwoorden. Zonder conceptueel of theoretisch kader is
het niet mogelijk.
Methode je kiest voor mediaonderzoek = afhankelijk onderzoeksdoel en onderwerp.
Praktische benadering uitgaan van corporate communicatie (hoofdvormen
bedrijfscommunicatie samenvatten) 3 vormen: interne managementcommunicatie,
externe concerncommunicatie en marketingcommunicatie.
Marketingcommunicatie inschakelen om externe doelgroep te bereiken.
Afzonderlijke modaliteit = aparte communicatiespecialisme.
Public relations = ander onderzoek dan bij reclame of propaganda.
Er kunnen kritische vragen worden gesteld over onderbouwing van keuzes,
beantwoorden is lastig op het moment dat het voorkomt. Tijd tot tijd afvragen welke
invalshoek je kiest en bewust worden van keuzemogelijkheden.
Concreet empirisch onderzoek = onderwerpen in kaart brengen en aangeven wat je
wilt weten. Formuleert op basis vooronderstellingen je onderzoeksdoel.
Communicatieonderzoek= meerdere analyse eenheden; kenmerken zenders,
specifieke eigenschappen media, vormgeving van boodschappen en karakteristieken
ontvangers.
Relaties wetenschappelijk beschrijven (zenders, boodschappen, media en
ontvangers) = veronderstellingen expliciet maken.
Tegenwoordig stellen interactieve media mensen en organisaties zowel zender als
ontvanger te zijn.
Elk medium à eigen specifieke werking à ook inzetbaar per doelgroep.
Bepaald communicatieproces object van onderzoek is geworden à hoge eisen
stellen verzamelen van gegevens. Kan pas toetsen als je kwantitatief als kwalitatief
voldoende mediagegevens hebt.
Het wordt moeilijker als deze massagegevens over mediabereik en mediagebruik wil
interpreteren. Voorbeeld: effecten reclame aan de hand van cases beschrijven of
hypotheses.
Verschillen in onderzoeken kunnen ontstaan door vraagstelling, methodiek en de
opzet van het soort mediaonderzoek. Betekend niet dat ze niet deugen en kunnen
alsnog betrouwbaar zijn.
Invalshoek bepaald onderzoek aanpak.
3