Cristy Verzijl
Inleiding
Functies van bloed
Eencellige organismen:
Opname van O2, nutriënten, H20
Afgifte CO2 en andere afvalstoffen
Meercellige organismen (zie ook
modulewijzer bijlage 1)
Transportmiddel
o opgelost in water
o gebonden aan eiwitten
algemeen: albumine
bindt apolaire
stoffen
specifiek: tyroxine
bindend globuline
Bescherming
o afweersysteem: b.v.
immuunsysteem
o bloedstelping bij
beschadiging bloedvat
Temperatuurregulatie
Waterhuishouding en pH-
homeostase
Overzicht samenstelling
Water
Ionen Na+, Cl- , Ca2+, HCO3-, etc
Organische verbindingen: glucose, etc
Eiwitten
Bloedcellen
o rood: erytrocyten
wit: leukocyten
plaatjes: trombocyten
Hematologie
Celmorfologie: herkenning van cellen
Hemocytometrie: meetgegevens, b.v. aantallen cellen, Hb concentratie
Hemostase: bloedstelping
Immuunhematologie: bloedtransfusie en orgaantransplantaties
Klinische chemie
Onderzoek in lichaamsvloeistoffen
naar veranderingen in samenstelling en hoeveelheden/concentraties van stoffen,
die samenhangen met een ziekte ten behoeve van
o stellen diagnose
o leveren van informatie voor therapie
o screening
Immunologie
Afweersysteem
o Tegen
vreemde eiwitten/stoffen,
infecties van bacteriën en andere micro-organismen
1
, virus geïnfecteerde cellen en tumoren
o Aangeboren en verworven afweer
o Humorale en cellulaire afweer
o Onderscheid tussen zelf en niet-zelf
Bloed: samenstelling en functies
Bij verschillende afwijkingen vragen we ons af:
Hoe werkt het normaal gesproken? (fysiologie)
Wat is er mis? (pathologie)
Hoe kunnen we het meten? (op welke wijze onderscheid tussen pathologische en
fysiologische omstandigheden?)
Onderzoeksmateriaal via prikken (zie ook modulewijzer bijlage 1)
Veiligheid patiënt
o infecties vanaf de huid naar bloed
o gebruik steriele naalden etc
o ontstaan van hematomen
o flauwvallen patiënt
Veiligheid prikker
o overdracht van infecties door bloed (b.v. hepatitis B, HIV)
Onderzoeksmateriaal
Volbloed: arterieel,
capillair, veneus (arterieel
mag alleen door arts
gedaan worden)
onstolbaar gemaakt bloed
(gebruik van
anticoagulantia)
bloedcellen
plasma
serum
Capillair/veneus bloed
Capillair bloed voor:
trombocytentelling,
leukocytentelling,
bloeduitstrijkje,
hematocriet, hemoglobine
Veneus bloed als vrij veel
bloed nodig is
Anticoagulantia
Remmen de stolling door
o binding van Ca2+: EDTA, citraat, oxalaat
o stolfactorremmer: heparine (activeert antitrombine III)
Bepaalde onderzoeken met bepaald anti- coagulans: codering met dopkleur
o citraat: BSE, trombocytenaggregatie en stollingstesten
o EDTA: hemocytometrische bepalingen
Plasma en serum
Onstolbaar gemaakt bloed (in plastic) centrifugeren: rode cellen, witte cellen en
plasma
bv. voor bloedgroepbepaling, stollingsbepalingen
Bloed (in glas) laten stollen, vervolgens centrifugeren: stolsel
en serum
voor meeste bepalingen, ook in klinische chemie
1