Hoorcollege 1:
Migration and the multicultural society
Door de enorme diversiteit zijn de Nederlanders meestal geen meerderheid meer = superdiversity.
Overview:
Relevance of cultural diversity:
Diversiteit groeit in elke culturele society. Er komen daardoor verschillende perspectieven. Hierdoor
kunnen er bijvoorbeeld specifieke interventies komen, zodat ze cultuur-sensitief zijn. Maar ook het besef
dat sommige mensen tussen culturen en talen moeten switchen.
Er zijn maar 91.000 asielzoekers in Nederland aangekomen in 2021. Dat is maar 0.16% van het totaal
aantal asielzoekers. Dit is wel beïnvloed door COVID. Op dit moment heeft 25,3% van de inwoners in
Nederland een migratieachtergrond (westers en niet westers en ook de tweede generatie meegenomen).
Migration in the Nederlands:
Geschiedenis:
In de tweede helft van de 19e eeuw kwamen vooral veel mensen uit (voormalige) Nederlands kolonies en
gastarbeiders naar Nederland. Sinds de 2000 komen er ook veel werk- en economische migranten uit
Oost-Europa. Nu komen veel migranten uit conflict gebieden.
Politiek perspectief:
Tot 1980 werd migratie als iets tijdelijks gezien. Er werd dus niet gestuurd op integreren, maar op
tijdelijke ondersteuning (huizing bijvoorbeeld). Er was daardoor ook nog een grote focus op het behouden
van de cultuur (moedertaal werd geleerd op school), omdat er gedacht werd dat ze weer teruggingen.
,Na 1980 werd er niet meer gedacht dat ze teruggingen. Er kwam ook een beleid voor deze minorities. Er
werd daarin ook gefocust op integratie. Het was economisch gezien ook lastig. Doordat ze de taal niet
spraken, was er hoge werkeloosheid. Hierdoor vielen veel mensen ook uit in hun secundaire opleiding.
Het was een multiculturele benadering: de eigen cultuur mocht behouden blijven. Er was veel sprake van
Marginalisatie: Niet de eigen cultuur behouden, maar ook geen contact met de meerderheidscultuur.
Na 1990 kwam er een integratiebeleid. De Nederlandse taal moest geleerd worden (dit was wel van
slechte kwaliteit). Hierdoor bleef de werkeloosheid hoog en waren veel mensen afhankelijk van
maatschappelijke politieke voorzieningen. Er kwam ook veel segregatie doordat er bijvoorbeeld
islamitische scholen ontstonden. Marokkaans-Nederlandse jongeren zorgden voor veel delinquent gedrag
(waarschijnlijk door de hoge drop-out bij scholen).
2000: de tweede generatie. Veel mensen starten hun eigen bedrijf, waardoor de werkeloosheid zakte.
Hierdoor konden ze ook beter integreren.
Maar iets daarna kwam er een shift in het beleid en ging het meer naar assimilatie: de
meerderheidscultuur aannemen. Er waren verschillende gebeurtenissen die zorgden voor een
verandering in het beleid (9/11, Pim Fortuyn). Mensen kregen een slechter beeld van migranten hierdoor
en vonden dat ze de Nederlandse identiteit (en dus cultuur) moesten aannemen (assimilatie).
Er kwam ook een groeiende benadrukking op Islam als oorzaak van alle problemen en er kwam angst voor
radicaliseren. Er ontstond veel wantrouwen tussen Moslims en niet-moslims. Ook ontstonden er veel
stereotypen.
Berry’s acculturation model:
Migreren van een society naar een anderen = acculturation.
Er zijn vier verschillende strategieën om te migreren vanuit het groepsperspectief ^ en individueel
perspectief:
, Marginalisatie betekent hierin dat je je niet thuis voelt.
Uit onderzoek blijkt dat integratie zorgt voor een positieve invloed op persoonlijk en onderwijzend gebied.
Wanneer de adolescenten geen duidelijke acculturatie strategie hebben, zijn ze niet blij en voelen ze zich
niet thuis.
Het idee van gesegmenteerde assimilatie is dat er meer dan 1 weg is.
Het schoolsysteem heeft ook invloed in hoeveel toegang ze hebben en hoe participerend het
schoolsysteem is. Wanneer dit al in vroege scholing is, kunnen immigratiekinderen sneller de Nederlandse
taal leren. Het is lastig om je weg te vinden in een gecompliceerd (onderwijs)systeem als immigrant.
Voor goede assimilatie is het ook belangrijk dat de politieke situatie ook goed is (politieke discours:
politiek klimaat, stereotypes en hiërarchie). Maar ook over social discours (hoe accepterend zijn we
tegenover migranten)
Migration and the multicultural society
Door de enorme diversiteit zijn de Nederlanders meestal geen meerderheid meer = superdiversity.
Overview:
Relevance of cultural diversity:
Diversiteit groeit in elke culturele society. Er komen daardoor verschillende perspectieven. Hierdoor
kunnen er bijvoorbeeld specifieke interventies komen, zodat ze cultuur-sensitief zijn. Maar ook het besef
dat sommige mensen tussen culturen en talen moeten switchen.
Er zijn maar 91.000 asielzoekers in Nederland aangekomen in 2021. Dat is maar 0.16% van het totaal
aantal asielzoekers. Dit is wel beïnvloed door COVID. Op dit moment heeft 25,3% van de inwoners in
Nederland een migratieachtergrond (westers en niet westers en ook de tweede generatie meegenomen).
Migration in the Nederlands:
Geschiedenis:
In de tweede helft van de 19e eeuw kwamen vooral veel mensen uit (voormalige) Nederlands kolonies en
gastarbeiders naar Nederland. Sinds de 2000 komen er ook veel werk- en economische migranten uit
Oost-Europa. Nu komen veel migranten uit conflict gebieden.
Politiek perspectief:
Tot 1980 werd migratie als iets tijdelijks gezien. Er werd dus niet gestuurd op integreren, maar op
tijdelijke ondersteuning (huizing bijvoorbeeld). Er was daardoor ook nog een grote focus op het behouden
van de cultuur (moedertaal werd geleerd op school), omdat er gedacht werd dat ze weer teruggingen.
,Na 1980 werd er niet meer gedacht dat ze teruggingen. Er kwam ook een beleid voor deze minorities. Er
werd daarin ook gefocust op integratie. Het was economisch gezien ook lastig. Doordat ze de taal niet
spraken, was er hoge werkeloosheid. Hierdoor vielen veel mensen ook uit in hun secundaire opleiding.
Het was een multiculturele benadering: de eigen cultuur mocht behouden blijven. Er was veel sprake van
Marginalisatie: Niet de eigen cultuur behouden, maar ook geen contact met de meerderheidscultuur.
Na 1990 kwam er een integratiebeleid. De Nederlandse taal moest geleerd worden (dit was wel van
slechte kwaliteit). Hierdoor bleef de werkeloosheid hoog en waren veel mensen afhankelijk van
maatschappelijke politieke voorzieningen. Er kwam ook veel segregatie doordat er bijvoorbeeld
islamitische scholen ontstonden. Marokkaans-Nederlandse jongeren zorgden voor veel delinquent gedrag
(waarschijnlijk door de hoge drop-out bij scholen).
2000: de tweede generatie. Veel mensen starten hun eigen bedrijf, waardoor de werkeloosheid zakte.
Hierdoor konden ze ook beter integreren.
Maar iets daarna kwam er een shift in het beleid en ging het meer naar assimilatie: de
meerderheidscultuur aannemen. Er waren verschillende gebeurtenissen die zorgden voor een
verandering in het beleid (9/11, Pim Fortuyn). Mensen kregen een slechter beeld van migranten hierdoor
en vonden dat ze de Nederlandse identiteit (en dus cultuur) moesten aannemen (assimilatie).
Er kwam ook een groeiende benadrukking op Islam als oorzaak van alle problemen en er kwam angst voor
radicaliseren. Er ontstond veel wantrouwen tussen Moslims en niet-moslims. Ook ontstonden er veel
stereotypen.
Berry’s acculturation model:
Migreren van een society naar een anderen = acculturation.
Er zijn vier verschillende strategieën om te migreren vanuit het groepsperspectief ^ en individueel
perspectief:
, Marginalisatie betekent hierin dat je je niet thuis voelt.
Uit onderzoek blijkt dat integratie zorgt voor een positieve invloed op persoonlijk en onderwijzend gebied.
Wanneer de adolescenten geen duidelijke acculturatie strategie hebben, zijn ze niet blij en voelen ze zich
niet thuis.
Het idee van gesegmenteerde assimilatie is dat er meer dan 1 weg is.
Het schoolsysteem heeft ook invloed in hoeveel toegang ze hebben en hoe participerend het
schoolsysteem is. Wanneer dit al in vroege scholing is, kunnen immigratiekinderen sneller de Nederlandse
taal leren. Het is lastig om je weg te vinden in een gecompliceerd (onderwijs)systeem als immigrant.
Voor goede assimilatie is het ook belangrijk dat de politieke situatie ook goed is (politieke discours:
politiek klimaat, stereotypes en hiërarchie). Maar ook over social discours (hoe accepterend zijn we
tegenover migranten)