-> Opbouwend van makkelijk naar moeilijk
Activiteitsgebieden= bewegen op muziek, gymnastiek en spel
Maar ook: balanceren, klimmen en klauteren, zwaaien, springen, over de kop gaan, mikken,
jongleren, hardlopen, tikspelen, doelspellen en stoeispellen.
-Verschil speelzaal en gymlokaal/zaal
Speelzaal: groep 1 en 2
Gymlokaal/zaal: groep 3 t/m 8
-> Het verschil is de grootte, materialen, indeling etc.
-Soort lessen
1. Klassikale les
Leerkracht leert de gehele klas tegelijkertijd hetzelfde aan. Dit kunnen meerdere activiteiten
zijn, maar die worden dan achter elkaar gegeven.
2. Meer vakken of tuintjes les
Verschillende leerlijnen in één zaal.
3. Open of vrije les
Allerlei uitdagende en uitnodigende activiteiten op een veilige manier klaarzetten.
-Basisvaardigheden veiligheid
*Indeling van de groepen: homogeen qua niveau, jongen of meisje.
*Autonomie: wat valt op? (observeren)/wat doe ik? (nieuwe situatie creëren voor de
kinderen.
*Hulpverlenen en activiteit kiezen: hoe kan ik in meervakken werken, waarbij er in één vak
geleerd kan worden? -> Keuzes worden vooraf gemaakt.
*Orde en structuur: hoe bouw ik het op? Instructievormen en regels.
Welke keuzes maak je vooraf? Welke in de les? Hoe pas je die aan?
-Posities t.o.v. de groep
*Helikopterview: op een plek staan waar iedereen je ziet. Jij ziet de leerlingen en de
leerlingen zien jou.
*Waar plaats je de arrangementen (spullen) en hoe?
*Loopt ‘t? Is het veilig?
-(Boeiende) instructies
Wie doet: wat, wanneer, waar, op welke manier en wat daarna?
-> Worden gebruikt bij: klaarzetten, herstellen, veranderen en opruimen van de
bewegingsarrangementen. Leerlingen hierbij betrekken (bijvoorbeeld bij de instructie).