Je verwerft de kennis en vaardigheden m.b.t. de volgende kennisgebieden:
De transitie van de verzorgingsstaat
Het functioneren van de overheid
Het functioneren van de politiek op lokaal, regionaal en landelijk niveau
De toegenomen rol van de gemeente
De veranderende rol van de sociale professional als gevolg van de transitie
Meer specifiek kun je zeggen, dat je
Kunt omschrijven wat een (politiek)probleem is tentamen!
Een politiek probleem is ‘een als ongewenst en veranderbaar beschouwde situatie, waarbij
de overheid betrokken is of zou moeten zijn’.
Weet hoe politieke processen werken op basis van minimaal drie procesmodellen
Het barrièremodel = een model van het gehele politieke proces. De onderdelen van het
beleidsproces worden niet opgevat als fasen, maar als hindernissen. Volgens het
barrièremodel moeten vier hindernissen worden genomen om overheidsoptreden ten
aanzien van een bepaald probleem te bewerkstelligen:
- het (h)erkennen van het probleem als een politiek
probleem
- het toekennen van een hoge prioriteit aan het
probleem- het nemen van een besluit ten aanzien
van het probleem - het uitvoeren van het besluit.
Het politiekesysteemmodel tentamen! van Easton (1965) is een model van het gehele
politieke proces. De centrale begrippen van het politiekesysteemmodel zijn als volgt:
1. Invoer: politieke actoren zijn deelnemers aan het politieke proces, ook wel ‘de omgeving’
genoemd. De omgeving presenteert zowel wensen als steun aan de overheid. Zogenoemde
poortwachters houden sommige wensen tegen en laten andere wensen toe in het
besluitvormingsproces. Poortwachters zijn bijvoorbeeld politici, ambtenaren,
belangengroepen en media. Het politieke systeem kan slechts overleven als burgers het
systeem steunen. Burgers zijn dan loyaal aan het systeem. Deze loyaliteit wordt diffuse
steun genoemd. Diffuse steun uit zich bijvoorbeeld in een hoge opkomst bij verkiezingen. 2.