algemeen: alle actoren in samenleving hebben een functie, dragen op eigen manier bij aan
voortbestaan samenleving. Harmonie & consensus staan centraal.
conflict: slecht functionerende relaties tussen actoren → conflict, = uitzondering, onwenselijke
ordeaantasting.
oplossing: d.m.v. aanpassingen het evenwicht herstellen → consensus
macht & gezag zijn verweven in structuur samenleving, → consensus, sociale cohesie →
macht- en gezagsverhoudingen zijn functioneel, positief, want zorgen voor voortbestaan
samenleving.
sociale cohesie: integratie in groepen (collectief bewustzijn) + subsystemen (sociale
instituties) → waarden-en normenoverdracht → binding → sociale cohesie → voortbestaan
samenleving.
sociale cohesie neemt toe als er sprake is van een dominante cultuur, en als sociale
instituties goed op elkaar zijn afgestemd (goede onderlinge banden) → geïntegreerd sociaal
systeem
sociale ongelijkheid: is functioneel, verschillen zijn zinvol & logisch; iedereen vervult zijn
eigen passende taak → instandhouding systeem
(politieke) socialisatie → identiteit als product van de samenleving; belangrijk proces dus,
verbindt individuen aan en integreert ze in de samenleving → instandhouding (politieke) cultuur
rationalisering: voordelen Weber worden benadrukt; rationalisering → groei welvaart &
economie & arbeidsverdeling, waar iedereen een eigen functie heeft; samen houden ze de
samenleving draaiende.
globalisering: → toenemende wederzijdse afhankelijkheid; in hoeverre komt er één
overkoepelend wereldsysteem?
evolutionistische theorie: staten maken dezelfde lineaire ontwikkeling door richting
‘beschaving’; onderontwikkelde landen lopen een fase achter, hun traditionele
verhoudingen belemmeren modernisering
Conflictparadigma
algemeen: voortdurende strijd tussen actoren om schaarse goederen; functioneel
onderdeel van samenleving. Conflict is de uitgangssituatie, en bepaalt de maatschappij.
conflict → verandering (nuttig); nadruk op machtsverschillen → voortdurende strijd om meer
macht om eigenbelang te maximaliseren
● Marx: ongelijkheid in bezitsverhoudingen → tegengestelde belangen → steeds grotere
bezitloze klasse → omverwerping kapitalistisch systeem
● Huntington: grote sociale & culturele verschillen → conflict
macht & gezag: strijd machtigen & minder machtigen centraal; welke actoren hebben de
macht? verschillen in inkomen/bezit/prestige/cultuur → machtsverschillen
sociale cohesie: afwezigheid ervan staat centraal; oorzaken hiervoor kunnen zijn: verschillen
in waarden/normen/belangen/opvattingen → sociale uitsluiting → conflict;
focus op sub- en tegenculturen