Ontstaan jeugdcultuur:
- Wederopbouw na WO II
- Babyboom
- Geen school meer op zaterdag
- Condooms
- Rock ’n Roll
- Jongeren krijgen meer geld (zakgeld)
Muziekpromotie op radio:
Beschikbaarheid muziek vergroot Beschikbaarheid muziek vergroot:
- Radio
- Jazz wordt beluisterd (maar niet in clubs) zwart en wit gescheiden
- Muziekprogramma’s
- Speciale muziek zenders
Verspreiding muziek:
- Langspeelplaten
- Cassettebandjes
- CD
- (nu digitaal)
Uitgaansleven:
Begin 20e eeuw:
- Dansen op de muziek
- Danszalen in de stad
- Dansscholen (met vaste danssoorten) beheerste bewegingen
- Jazzclubs (alleen voor zwarten)
- Danszalen
- Jongerenorganisaties
Jaren 60:
- Disco’s
- Café optredens / clubs
- Straatcultuur
,Rock ’n Roll:
- Elvis Presli
- Afzetten tegen oudere generaties
- Dansrage (heupen)
- Veel weerstand goddeloosheid, verderf, seksuele losbandigheid
Muzikale kenmerken:
- Country:
Hillbilly
Ellende
Akoestisch, meerstemmig
- Gospel:
Extase (vraag en antwoord)
Spiritueel, meerstemmig
Blues:
- Ellende
- Gitaar
- Bluesschema
Rythm & blues:
- Aanstekelijk ritme
- Levendig
Blanke Rock ’n Roll:
- Gekruiste teksten
- Grote platenmaatschappijen
- Commercieel
- Nog geen vaste bands
- Mierzoete ballads (=Een ballad is een rustig nummer met een melancholische tekst uit de
pop of de jazz. Een ballad is een melodieuze popsong, vaak met een intieme sfeer. De
teksten gaan meestal over liefde. )
- Solo artiesten
- Niet zelf geschreven muziek
Beat:
- Engelse popmuziek
- Accent op de 2e en 4e tel
- Vaste bandformaties
- Explosie creativiteit
- Grote diversiteit
, Beatles:
- Veel variëteit, symfonie orkest
- Songteksten afgedrukt als poëzie
Singer-songwriter
- Komt voort uit de folk
- Nadruk op de tekst
- Tekst geregeld maatschappij kritisch (protest songs)
- Album als kunstwerk
Hippies:
- Geweldloosheid, veel idealen, (weinig actie)
- Woodstock (1969)
Symfonische rock:
- Jaren 70, blanke rock
- Ingewikkeld vormschema
- Veel verschillende instrumenten en geluiden
- Lange nummers
- Pink Floyd
Glam rock:
- Jaren 70, blanke rock
- Gepolijste nummers
- Theatrale component is belangrijk
- Bohaimian rhapsody
Soul:
- Gekoppeld aan zwarte vrijheidsbeweging
- Dansmuziek met ruige randjes (stemgebruik)
- Swingend
- Koperblazers
- Bas en drums zijn begeleiding
- Gitaar: korte/snelle slagen
- Zang= expressief opbouwen naar climax
- Publiek moet in extase komen
- Achtergrond zangeressen helpen met call-and-response (=In muziek is een oproep en
antwoord een opeenvolging van twee verschillende zinnen die gewoonlijk in verschillende
delen van de muziek zijn geschreven, waarbij de tweede zin wordt gehoord als direct
commentaar op of als reactie op de eerste.)
- Wederopbouw na WO II
- Babyboom
- Geen school meer op zaterdag
- Condooms
- Rock ’n Roll
- Jongeren krijgen meer geld (zakgeld)
Muziekpromotie op radio:
Beschikbaarheid muziek vergroot Beschikbaarheid muziek vergroot:
- Radio
- Jazz wordt beluisterd (maar niet in clubs) zwart en wit gescheiden
- Muziekprogramma’s
- Speciale muziek zenders
Verspreiding muziek:
- Langspeelplaten
- Cassettebandjes
- CD
- (nu digitaal)
Uitgaansleven:
Begin 20e eeuw:
- Dansen op de muziek
- Danszalen in de stad
- Dansscholen (met vaste danssoorten) beheerste bewegingen
- Jazzclubs (alleen voor zwarten)
- Danszalen
- Jongerenorganisaties
Jaren 60:
- Disco’s
- Café optredens / clubs
- Straatcultuur
,Rock ’n Roll:
- Elvis Presli
- Afzetten tegen oudere generaties
- Dansrage (heupen)
- Veel weerstand goddeloosheid, verderf, seksuele losbandigheid
Muzikale kenmerken:
- Country:
Hillbilly
Ellende
Akoestisch, meerstemmig
- Gospel:
Extase (vraag en antwoord)
Spiritueel, meerstemmig
Blues:
- Ellende
- Gitaar
- Bluesschema
Rythm & blues:
- Aanstekelijk ritme
- Levendig
Blanke Rock ’n Roll:
- Gekruiste teksten
- Grote platenmaatschappijen
- Commercieel
- Nog geen vaste bands
- Mierzoete ballads (=Een ballad is een rustig nummer met een melancholische tekst uit de
pop of de jazz. Een ballad is een melodieuze popsong, vaak met een intieme sfeer. De
teksten gaan meestal over liefde. )
- Solo artiesten
- Niet zelf geschreven muziek
Beat:
- Engelse popmuziek
- Accent op de 2e en 4e tel
- Vaste bandformaties
- Explosie creativiteit
- Grote diversiteit
, Beatles:
- Veel variëteit, symfonie orkest
- Songteksten afgedrukt als poëzie
Singer-songwriter
- Komt voort uit de folk
- Nadruk op de tekst
- Tekst geregeld maatschappij kritisch (protest songs)
- Album als kunstwerk
Hippies:
- Geweldloosheid, veel idealen, (weinig actie)
- Woodstock (1969)
Symfonische rock:
- Jaren 70, blanke rock
- Ingewikkeld vormschema
- Veel verschillende instrumenten en geluiden
- Lange nummers
- Pink Floyd
Glam rock:
- Jaren 70, blanke rock
- Gepolijste nummers
- Theatrale component is belangrijk
- Bohaimian rhapsody
Soul:
- Gekoppeld aan zwarte vrijheidsbeweging
- Dansmuziek met ruige randjes (stemgebruik)
- Swingend
- Koperblazers
- Bas en drums zijn begeleiding
- Gitaar: korte/snelle slagen
- Zang= expressief opbouwen naar climax
- Publiek moet in extase komen
- Achtergrond zangeressen helpen met call-and-response (=In muziek is een oproep en
antwoord een opeenvolging van twee verschillende zinnen die gewoonlijk in verschillende
delen van de muziek zijn geschreven, waarbij de tweede zin wordt gehoord als direct
commentaar op of als reactie op de eerste.)