Stemmingsstoornissen
Ontregeling gemoedstoestand: neerslachtigheid of overmatige opgewektheid.
Depressieve stoornis: 14 dagen achtereen met tenminste vijf klachten: depressieve
stemming, interesseverlies (geen plezier; anhedonie), afgenomen eetlust (of
toename), slaapproblemen, geremdheid of prikkelbaarheid, moeheid en gevoelens
van waardeloosheid (of schuldgevoelens).
Dysthyme stoornis: neerslachtige en gedrukte stemming, chronische aard. Gering
aantal symptomen ten minste twee jaar (nooit langer dan twee maanden zonder)
achtereen, meer dagen wel dan niet het grootste gedeelte van de dag aanwezig. Ten
minste twee klachten: slechte eetlust (of veel eten), slaapproblemen, moeheid,
geringe eigenwaarde, slechte concentratie en gevoelens van hulpeloosheid.
Depressieve stoornis NAO
o Premenstruele dyfore stoornis: klachten treden op tussen ovulatie en menstruatie,
verdwijnen na het begin van de menstruatie.
o Recidiverende kortdurende depressieve stoornis: terugkerende
stemmingsklachten gedurende twee dagen tot twee weken en gedurende 12
maanden minstens 1x per maand.
Bipolaire stoornis: manische symptomen of afwisseling met voornamelijk manische
dan wel depressieve symptomen.
o Manische episode: minstens 1 week drie symptomen: opgeblazen gevoel van
eigenwaarde, afgenomen behoefte aan slaap, spraakzamer, snel afgeleid en
toename activiteiten.
Cyclothyme stoornis: minstens twee jaar hypomane symptomen of depressieve
symptomen. Periode van twee jaar niet langer dan 2 maanden aaneengesloten
symptoomvrij geweest. Eerste twee jaar geen episoden die voldoen aan depressieve
stoornis, manische stoornis of gemengde stoornis.
Rapid Cycling: ten minste vier stemmingsomslagen per jaar.
Gedeeltelijk in remissie: herstel maar na twee maanden nog genoeg symptomen
waardoor diagnose nog van toepassing is.
Volledig in remissie: hersteld.
Met katatone kenmerken: met bewegingstoornissen.
Vitale kenmerken: verlies van plezier in alle activiteiten en ten minste drie
symptomen: gedrukte stemming, vroeg ontwaken, dagschommeling, geremdheid of
agitatie, verminderde eetlust en schuldgevoelens.
Atypische kenmerken: stemming klaart op door positieve gebeurtenissen, ten minste
twee kenmerken: toegenomen eetlust, overmatig slapen, sterke vermoeidheid,
langdurige overgevoeligheid voor afwijzing.
Seizoensgebonden: twee jaar op een rij verband tussen stemmingsstoornis en het
seizoen.
Post partum: klachten zijn begonnen binnen vier weken na bevalling.
Depressieve stoornis
Somber, niet kunnen genieten, lusteloos, futloos, slechte concentratie, slaapproblemen.
Piekeren, negatieve gedachten, prikkelbaarheid. ’s Morgens op zijn ergst, overdag neigen
naar inactiviteit. Wanneer ’s avonds stemming beter is: dagschommeling.
Meer bij vrouwen hormonale verschillen. Vaker bij landen verder van de evenaar af.
Vaker in grote steden. Eerste symptomen rond 40e jaar.
Risicofactoren: verlies, alcohol- middelengebruik, lichamelijke ziekte, stress en sociaal
isolement.
Brengt risico op suïcide met zich mee, dit neemt toe met de leeftijd.
Biologische verklaring: erfelijkheid, disbalans tussen neurotransmitterstoffen (tekort
serotonine, tekort norepinefrine, teveel dopamine, teveel cortisol). Depressieve
mensen zijn gevoeliger voor ziekte; verminderde immunologische afweer. Hormonale
factoren, seizoen en hoeveelheid zonlicht zijn van invloed.
, Psychogene verklaring: aangeleerd hulpeloos te gedragen, inadequate coping en
machteloosheid.
Cognitieve verklaring: negatief denkschema.
Geïntegreerde verklaring: endogene depressie; vooral biologisch bepaald. Exogene
depressie: duidelijke aanleiding, reactieve depressie.
Behandeling: biologische, psychologische en sociale gedragsmatige interventies:
o Cognitieve gedragstherapie: bewustmaken van negatieve denkschema en
omzetten in een positieve.
o Farmacotherapie: antidepressieve medicatie, werkt meestal pas na 2-4 weken:
SSRI: Specific Serotonin Re-uptake inhibitors: verhoging serotine in hersenen.
SNRI en NaSSA: verhoging van neurotransmitters serotonine en norepinefrine.
Tricyclische middelen: breder en krachtiger, meer bijwerkingen.
Stemmingsstabilisator: lithium. Verbetering treedt meestal op na 2 weken.
Vermindert manische en psychotische verschijnselen en onrust.
MAO-remmers: remming van MAO enzym, leidt tot verhoging van serotonine
en norepinefrine; alleen bij uitzondering.
Bijwerkingen medicatie:
o Serotine: gejaagdheid, hoofdpijn, transpireren, paniekerigheid.
o Norepinefrine: duizeligheid, valneigingen, versneld hartslag.
o Antihistaminerge: sufheid, slaperigheid, toename eetlust.
o Anticholinerge: droge mond, verminderde speeksel, obstipatie, wazig zien,
moeilijke mictie, moeilijke zaadlozing, geheugenstoornissen, delier.
o Stemmingstabilisatoren: misselijkheid, braken, diarree, gewichtstoename,
trillende handen en geheugen- en concentratiestoornissen.
Overige behandelingen:
o Lichttherapie: voor depressie die samenhangt met seizoen.
o Slaapdeprivatie: uit slaap houden, overslaan van nacht slapen werkt
stemmingsverbeterend.
o Elektroconvulsietherapie: elektrische puls aan de hersenen, leidt tot afname
gedragsonrust en verbetering van stemming onder narcose. Unilateraal:
eenzijdige stroompuls, bilateraal: tweezijdig.
o Psychosociale: oppakken van de dagstructuur.
o Interpersoonlijke therapie (IPT): steun gevende en activerende
gesprekstherapie.
Dysthyme stoornis
Symptomen gelijk aan depressie, geen klachtenvrije periode. Chronische vorm van
depressie.
Vaker bij vrouwen, vaker bij alleenstaande en mensen met laag inkomen.
Gebruik van medicijnen, alcohol en drugs kunnen oorzaken zijn van de chronische
klachten.
Dubbeldepressie: dysthyme stoornis met episodisch verslechtering van stemming tot
depressieve stoornis.
Behandeling: overeenkomstig met depressieve stoornis, daarnaast:
o Inzichtgevende psychotherapie: verband tussen dysthyme stemmingsklacht en
traumatische ervaringen worden gezocht. Doel is bewustwording van eigen
persoonlijkheidsontwikkeling en verwerken van conflicten.
Bipolaire stoornis
Manische symptomen of afwisseling van manische dan wel depressieve symptomen.
Manische symptomen: verhoogde stemming, uitbundig, opgewonden, prikkelbaar, labiel,
humeurwisseling, slechte aandacht, snel afgeleid, impulsief, versnelde en luide spraak,
hyperactief, toegenomen eetlust, onvoorspelbaar, ontremd op seksueel opzicht. Soms
hallucinaties.
Gemengde episode: toestand van depressieve als manische symptomen tegelijk. Ten
minste een week bij iedere dag aanwezig.