grondstoffen
Paragraaf 1 Fifo
Fifo-> first in, first out-> de goederen worden bij verkoop tegen de prijs van de langst aanwezige
partij afgeboekt
Paragraaf 2 Lifo
Lifo-> last in, first out-> de goederen worden bij verkoop tegen de prijs van de laatst ingekochte
goederen afgeboekt
Paragraaf 3 Vaste verrekenprijs
Vaste verrekenprijs (vvp)-> schatting van de gemiddelde inkoopprijs voor de komende periode
Nadeel vvp-> het zijn schattingen van de werkelijkheid-> kunnen heel erg afwijken
Paragraaf 4 Materialen en grondstoffen
Grondstof-> maakt deel uit van het eindproduct.
Hulpstof-> nodig om de productie te laten verlopen, maar niet terug te zien in het eindproduct
Afval-> onvermijdbaar verlies aan grondstoffen dat bij de productie ontstaat
Brutoverbruik-> grondstoffen waar je mee begint
Nettoverbruik-> de hoeveelheid grondstoffen die in het eindproduct terecht komen
Afval zonder waarde-> heeft geen verkoopwaarde, niet herbruikbaar
Afval met waarde-> het afval is herbruikbaar of verkoopbaar
Bedrijfseconomie hoofdstuk 29 Overige kostensoorten
Paragraaf 1 Afschrijven
Afschrijven-> waardevermindering van duurzame productiemiddelen in de boekhouding tot uiting
brengen (door gebruik en tijdverloop)
Duurzame productiemiddelen-> activa die meer dan één productieproces meegaat-> gebouwen,
machines, transpostmiddelen enz.-> bij de aanschaf betaal je niet alleen prestaties voor nu, maar ook
prestaties in de toekomst
Aanschafprijs van een duurzaam product-> de aanschafprijs + de bijkomende kosten
(overdrachtskosten, installatiekosten en/of afleveringskosten)
Grootte van afschrijving afhankelijk van:
- De waarde van het duurzame productiemiddel
- De levensduur
- De restwaarde
- Het gebruik
Technische levensduur-> de periode dat een product de prestaties kan leveren waarvoor het is
gekocht-> door reperaties en vervanging van onderdelen te verlengen
Economische levensduur-> de periode waarin het op economische gronden verstandig is het
productiemiddel te gebruiken (onderhoudskosten, beschikbare nieuwe apparatuur etc.)
Restwaarde-> de geschatte verwachte opbrengst van verkoop aan het einde van de levensduur-> als
het product verwijdert moet worden heten de kosten sloopkosten