Paragraaf 1 Variabele en constante kosten
Break-evenafzet-> de afzet waarbij je geen winst of verlies hebt-> totale opbrengst = totale kosten
Variabele kosten-> nemen toe als de afzet stijgt en nemen af als de afzet daalt
Proportioneel-> kosten zijn proportioneel als de variabele kosten in dezelfde mate toe- en afnemen
als de afzet
Constante kosten/vaste kosten-> veranderen niet (onmiddellijk) als de afzet stijgt of daalt
Capaciteit-> maximale aantal goederen/diensten/producten dat een handelsonderneming kan
verkopen/leveren/produceren
Verandering constante kosten-> kunnen veranderen door een wijziging van de capaciteit en
prijswijzigingen
Paragraaf 2 Break-evenanalyse
Break-evenomzet = break-evenafzet x verkoopprijs
Dekkingsbijdrage per product-> gelijk aan het verschil tussen de verkoopprijs en de variabele kosten
per product-> totale dekkingsbijdrage = afzet x (verkoopprijs – variabele kosten per product)
TO = TK-> totale opbrengsten = totale kosten
C
BEA (break-evenafzet) =
p−v
C-> constante kosten per periode, p-> verkoopprijs per product, v-> variabele kosten per product
Paragraaf 3 Grafieken van de break-evenanalyse
TO-lijn-> totale opbrengstenlijn-> geeft de totale opbrengsten weer
TK-lijn-> totale kostenlijn-> geeft de totale kosten weer
Bedrijfseconomie hoofdstuk 32 Kosten en resultaten bij dienstverlening
Paragraaf 1 Kostenberekeningen
Voorcalculatie-> verwachte/begrote kosten
Nacalculatie-> werkelijke kosten
(Standaard)kostprijs-> de som van de toegestane of stadaardkosten per product
Standaardkosten-> kosten die de onderneming noodzakelijk moet maken bij een productie onder
normale omstandigheden
totale constante standaardkosten totale variabele standaardkosten C V
Kostprijs = + = +
normale productie begrote productie N B
Machine-uur-> een uur van een vast actief
Met een opslagpercentage zorg je voor een opslag voor dekking van de constante kosten op de
variabele kosten-> toegestane kosten = variabele kosten + opslag voor constante kosten
Paragraaf 2 Efficiencyresultaten
Efficiencyresultaat-> een resultaat omdat er meer of minder van een productiemiddel is verbruikt
dan toegestaan
Formule efficiencyresultaat-> (sh – wh) x sp = (de standaard hoeveelheid – de werkelijke
hoeveelheid) x de standaard prijs
sh > wh = voordelig resultaat
sh < wh = nadelig resultaat