Voorwoord
Mijn naam is Anne, ik ben samenwonend en moeder van een dochter van 4 jaar en een zoon van 13 jaar.
De afgelopen 8 jaar ben ik werkzaam bij de x waar ik diverse functies heb bekleed. Door de jaren heen
heb ik drie reorganisatie binnen de bank meegemaakt en doorstaan. Door deze voortzettende
reorganisatie tendens ben ik erg bezig geweest met de toekomst en hoe deze in te vullen. Iedere
reorganisatie kwam de gedachte om terug te gaan naar school.
Van jongs af aan heb ik grote interesse voor menselijke drijfveren. Het hoe, wat en waarom van de
mens, de krachten erachter maar ook eventuele culturele aspecten die ermee samen hangen. Een
logische stap dus om een maatschappelijke opleiding te volgen. Een kink in de kabel zou je zeggen,
want ik heb een studie tot boekhouder afgerond. Hier ligt mijn hart helaas niet en ben ik me ook altijd
bewust van.
En dus ben ik nu 1ste jaar student aan de NCOI en volg ik de opleiding HBO Maatschappelijk Werk en
Dienstverlening. Ik heb in 2024 mijn baan achter me gelaten om een oude passie te volgen. De knoop
doorhakken was absoluut niet makkelijk, want zekerheid opgeven gaat niet zonder slag of stoot. Maar
ik heb het gevoel dat de opleiding past bij mijn interesse, mijn persoonlijkheid en bij wie ik ben als
mens. En tot nu toe ben ik blij dat ik het risico heb genomen.
Daarnaast wil ik graag mijn dank uitspreken aan mijn zwager E voor zijn tijd en openheid, waarmee hij
mij in de gelegenheid stelt zijn levensloop te schetsen.
Ook wil ik graag docent bedanken voor haar prettige manier van les geven. Ook ben ik dankbaar voor
het naar voren halen van de examenopdracht in les 1.
Ik vind het een geslaagde module om deze opleiding mee te starten. Het levert een diepe bijdrage aan
mijn motivatie en mijn enthousiasme voor het vak. Ik heb dan ook met bijzonder veel plezier de
lessen
,Samenvatting
Voor het opstellen van de levensloop heb ik gebruik gemaakt van de literatuur van Robert S. Feldman;
De opdracht is ingedeeld in leeftijdsfasen echter zal ik de samenvatting per theorie uiteenzetten.
E doorloopt alle stadiums van de cognitieve ontwikkelingstheorie van Piaget. Op cognitief vlak zie ik
enkel vooruitgang en is er geen stagnatie te bespeuren. E lijkt blootgesteld aan de juiste ervaringen
en heeft zodoende zijn maximale potentieel kunnen bereiken.
Voor de psychoseksuele theorie van Freud vind ik in de orale fase een koppeling naar de
zindelijkheidstraining. De latentiefase kan niet met zekerheid gekoppeld worden. In de genitale fase
die speelt in pubertijd is ook een duidelijke koppeling. E toont interesse in het andere geslacht en
krijgt verkering met Brigitte. Uit het interview komt niet naar voren of er in deze fases iets is
misgegaan waarbij fixatie zou zijn ontstaan. De theorie van Freud sluit op een aantal punten aan
maar is toch minimaal toe te passen.
Voor de morele theorie van Kohlberg zien we dat deze deels aansluit in peutertijd, schooltijd en
pubertijd. E is zich op jonge leeftijd wel al bewust van goed en fout. Op zijn 13 e steelt hij een
parfummetje, dit echter enkel voor de spanning en niet omdat hij zich dit niet kan veroorloven. Hij
wist heel goed dat wat hij deed fout is. De ontwikkeling van het morele besef heeft wel
plaatsgevonden. Ondanks dat er koppelingen zijn is het lastig verband te leggen met de informatie in
het interview.
De psychosociale theorie van Erikson is de theorie die het meest aansluit. Erikson is in elke fase terug
te zien in de levensloop van E. Hij doorloopt alle 8 stadiums. Naar de visie van Erikson heeft E in elke
stadium een eventuele crisis voldoende het hoofd geboden om verder naar het volgende stadium te
kunnen gaan. Hij heeft alle stadia’s dus met succes doorlopen.
Er zijn nog veel verschillende theorieën en componenten uit het boek, die zowel op cognitief vlak als
op sociaal en persoonlijk vlak, te verbinden zijn aan de levensloop van E. Gezien de variabelen in het
verslag, kan ik geen algemene conclusie te trekken. Dat is de grens voor wat betreft mijn
deskundigheid.
Ik wens u veel leesplezier.
, Inhoudsopgave
Inleiding..................................................................................................................................................3
1.Babytijd (0-3 jaar)................................................................................................................................4
2.Peuter en kleutertijd (3-6 jaar).............................................................................................................6
3.Schooltijd (6-12 jaar)............................................................................................................................7
4.Puber-adolescentie (12-20 jaar)..........................................................................................................8
5.Jongvolwassenheid (20-40 jaar)..........................................................................................................9
6.Middelbare leeftijd (40-60 jaar)..........................................................................................................11
7.Ouderdom (60+ jaar)..........................................................................................................................11
8.Reflectie.............................................................................................................................................12
Literatuuroverzicht................................................................................................................................12
Bijlage 1: Samenvatting van het interview............................................................................................13
Bijlage 2: De interviewvragen...............................................................................................................14
Bijlage 3: Schematische overzichten van de ontwikkelingstheorieën...................................................15