Economie Integraal 1 Havo Hoofdstuk 2
Betalingsbereidheid → Het bedrag dat je maximaal voor een product wilt
betalen
Consumentensurplus → Het verschil tussen de betalingsbereidheid en de
werkelijke prijs
Vraaglijn: Geeft het verband weer tussen de prijs van een product en de
gevraagde hoeveelheid (afzet).
In een vraaglijn kan je ook het consumentensurplus weergeven.
Verschuiving langs de vraaglijn:
- Gebeurt uitsluitend bij een prijsverandering
- Hierdoor verandert het consumentensurplus en de welvaart
Verschuiving van de vraaglijn:
- Vraaglijn schuift naar rechts of naar links
- Heeft meerdere oorzaken:
1. Er is meer of minder besteedbaar inkomen bij consumenten
2. De voorkeur van consumenten verandert
3. Het aantal consumenten verandert
4. De prijs van andere producten verandert, zoals substitutie- en
complementaire goederen
Substitutiegoederen → Goederen die in de ogen van de consument door
elkaar kunnen worden vervangen, bijvoorbeeld perziken en nectarines
Complementaire goederen → Goederen die elkaar aanvullen, zoals
computerschermen en toetsenborden
Prijselasticiteit → Getal dat aangeeft hoeveel de afzet verandert bij een
prijsverandering van 1%.
Bijvoorbeeld: Als de prijs van een bolletje ijs met 1% stijgt, zal het gevraagde
aantal bolletjes afnemen met 0,67%.
𝑣𝑒𝑟𝑎𝑛𝑑𝑒𝑟𝑖𝑛𝑔𝑎𝑓𝑧𝑒𝑡 𝑖𝑛 %
Elasticiteit ( 𝐸𝑣 ) =
𝑣𝑒𝑟𝑎𝑛𝑑𝑒𝑟𝑖𝑛𝑔𝑝𝑟𝑖𝑗𝑠 𝑖𝑛 %
Luxe Producten → producten die geen noodzaak zijn, bijvoorbeeld auto's en
vakanties. De afzet van deze producten verandert sterk bij prijsveranderingen;
de afzet is prijselastisch.
𝐸 𝑣 < -1
Noodzakelijke producten → producten die je nodig hebt, zoals voeding en
elektriciteit. De afzet van deze producten verandert niet zo sterk bij
prijsveranderingen; de afzet is prijsinelastisch.
-1 < 𝐸𝑣 < 0
Onmisbare producten → producten waar je niet zonder mee kan, zoals
levensnoodzakelijke medicijnen. De afzet van deze producten verandert niet bij
prijsverandering; de afzet is volstrekt prijsinelastisch
𝐸𝑣 = 0
Betalingsbereidheid → Het bedrag dat je maximaal voor een product wilt
betalen
Consumentensurplus → Het verschil tussen de betalingsbereidheid en de
werkelijke prijs
Vraaglijn: Geeft het verband weer tussen de prijs van een product en de
gevraagde hoeveelheid (afzet).
In een vraaglijn kan je ook het consumentensurplus weergeven.
Verschuiving langs de vraaglijn:
- Gebeurt uitsluitend bij een prijsverandering
- Hierdoor verandert het consumentensurplus en de welvaart
Verschuiving van de vraaglijn:
- Vraaglijn schuift naar rechts of naar links
- Heeft meerdere oorzaken:
1. Er is meer of minder besteedbaar inkomen bij consumenten
2. De voorkeur van consumenten verandert
3. Het aantal consumenten verandert
4. De prijs van andere producten verandert, zoals substitutie- en
complementaire goederen
Substitutiegoederen → Goederen die in de ogen van de consument door
elkaar kunnen worden vervangen, bijvoorbeeld perziken en nectarines
Complementaire goederen → Goederen die elkaar aanvullen, zoals
computerschermen en toetsenborden
Prijselasticiteit → Getal dat aangeeft hoeveel de afzet verandert bij een
prijsverandering van 1%.
Bijvoorbeeld: Als de prijs van een bolletje ijs met 1% stijgt, zal het gevraagde
aantal bolletjes afnemen met 0,67%.
𝑣𝑒𝑟𝑎𝑛𝑑𝑒𝑟𝑖𝑛𝑔𝑎𝑓𝑧𝑒𝑡 𝑖𝑛 %
Elasticiteit ( 𝐸𝑣 ) =
𝑣𝑒𝑟𝑎𝑛𝑑𝑒𝑟𝑖𝑛𝑔𝑝𝑟𝑖𝑗𝑠 𝑖𝑛 %
Luxe Producten → producten die geen noodzaak zijn, bijvoorbeeld auto's en
vakanties. De afzet van deze producten verandert sterk bij prijsveranderingen;
de afzet is prijselastisch.
𝐸 𝑣 < -1
Noodzakelijke producten → producten die je nodig hebt, zoals voeding en
elektriciteit. De afzet van deze producten verandert niet zo sterk bij
prijsveranderingen; de afzet is prijsinelastisch.
-1 < 𝐸𝑣 < 0
Onmisbare producten → producten waar je niet zonder mee kan, zoals
levensnoodzakelijke medicijnen. De afzet van deze producten verandert niet bij
prijsverandering; de afzet is volstrekt prijsinelastisch
𝐸𝑣 = 0