3. Industrialisatie en ismen
§1. Kenmerken van de industriële samenleving.
>Het begrip industrialisatie. <
Er waren een aantal zaken nodig voor het ontstaan van industrieën:
- Uitvindingen zoals de stoommachine.
- Energiebronnen zoals steenkool, gas, olie, elektriciteit en atoomenergie.
- Grondstoffen.
- Zeer veel kapitaal.
- Voldoende arbeidskrachten: bevolkingsgroei 18e eeuw.
De overgang van jagen en verzamelen op de landbouw bracht veel veranderingen met zich
mee. Dit deed de overgang op industrie ook (is nog steeds gaande).
De veranderingen waren zo groot, dat we spreken van de Industriële Revolutie.
Door de industriële revolutie ontstond er een industriële samenleving = een samenleving
waarin de meeste goederen in fabrieken worden gemaakt en waarin de meeste mensen in
steden wonen.
Als een agrarische samenleving door het toenemen van het aantal industrieën verandert in
een industriële samenleving, wordt deze verandering ook wel industrialisatie genoemd.
§2. Snelle groei van fabrieken en steden.
De nieuwe machines die waren uitgevonden waren veel te groot en te duur om thuis te
kunnen gebruiken, wat altijd de norm was geweest.
Rijke ondernemers lieten daarom werkplaatsen bouwen, kochten machines en grondstoffen
en lieten er veel arbeiders werken: fabriek.
De eerste fabrieken werden gebouwd bij rivieren, omdat het water werd gebruikt voor de
aandrijving van de machines, maar toen de stoommachine in gebruik kwam, werden de
fabrieken dicht bij ijzer- en steenkoolmijnen gebouwd.
De arbeiders gingen wonen bij de fabrieken waarin zij werkten.
Zo ontstonden nieuwe steden of groeiden oude steden flink.
In 1750 leefden in Engeland ongeveer 15% van de bevolking in steden. Rond 1850 was dit
50%.
De groei van de fabrieken werd ook mogelijk door massaproductie, waarbij gebruik werd
gemaakt van arbeidsverdeling en de lopende band.
Massaproductie= een productiesysteem waarmee grote aantallen van precies hetzelfde
product worden gemaakt.
Arbeidsverdeling= het maken van producten in verschillende stappen. Iedere arbeider
hoefde maar 1 handeling te verrichten.
Lopende band= brengt een product van arbeider naar arbeider, zodat elke arbeider zijn
handeling kan verrichten zonder tijdverlies.
Voordelen massaproductie:
- Er kon sneller en goedkoper worden geproduceerd.
- Massaproducten werden zo voor veel mensen betaalbaar.
- Er was weinig vakbekwaamheid nodig dus de vraag naar ongeschoolde arbeiders nam
toe dus de kosten van de fabriekseigenaren waren minder.
- N.I. Caspersz - Sprekend Verleden - havo/vwo 2 - hfstk 3 §1 t/m 12 - zesde druk -
§1. Kenmerken van de industriële samenleving.
>Het begrip industrialisatie. <
Er waren een aantal zaken nodig voor het ontstaan van industrieën:
- Uitvindingen zoals de stoommachine.
- Energiebronnen zoals steenkool, gas, olie, elektriciteit en atoomenergie.
- Grondstoffen.
- Zeer veel kapitaal.
- Voldoende arbeidskrachten: bevolkingsgroei 18e eeuw.
De overgang van jagen en verzamelen op de landbouw bracht veel veranderingen met zich
mee. Dit deed de overgang op industrie ook (is nog steeds gaande).
De veranderingen waren zo groot, dat we spreken van de Industriële Revolutie.
Door de industriële revolutie ontstond er een industriële samenleving = een samenleving
waarin de meeste goederen in fabrieken worden gemaakt en waarin de meeste mensen in
steden wonen.
Als een agrarische samenleving door het toenemen van het aantal industrieën verandert in
een industriële samenleving, wordt deze verandering ook wel industrialisatie genoemd.
§2. Snelle groei van fabrieken en steden.
De nieuwe machines die waren uitgevonden waren veel te groot en te duur om thuis te
kunnen gebruiken, wat altijd de norm was geweest.
Rijke ondernemers lieten daarom werkplaatsen bouwen, kochten machines en grondstoffen
en lieten er veel arbeiders werken: fabriek.
De eerste fabrieken werden gebouwd bij rivieren, omdat het water werd gebruikt voor de
aandrijving van de machines, maar toen de stoommachine in gebruik kwam, werden de
fabrieken dicht bij ijzer- en steenkoolmijnen gebouwd.
De arbeiders gingen wonen bij de fabrieken waarin zij werkten.
Zo ontstonden nieuwe steden of groeiden oude steden flink.
In 1750 leefden in Engeland ongeveer 15% van de bevolking in steden. Rond 1850 was dit
50%.
De groei van de fabrieken werd ook mogelijk door massaproductie, waarbij gebruik werd
gemaakt van arbeidsverdeling en de lopende band.
Massaproductie= een productiesysteem waarmee grote aantallen van precies hetzelfde
product worden gemaakt.
Arbeidsverdeling= het maken van producten in verschillende stappen. Iedere arbeider
hoefde maar 1 handeling te verrichten.
Lopende band= brengt een product van arbeider naar arbeider, zodat elke arbeider zijn
handeling kan verrichten zonder tijdverlies.
Voordelen massaproductie:
- Er kon sneller en goedkoper worden geproduceerd.
- Massaproducten werden zo voor veel mensen betaalbaar.
- Er was weinig vakbekwaamheid nodig dus de vraag naar ongeschoolde arbeiders nam
toe dus de kosten van de fabriekseigenaren waren minder.
- N.I. Caspersz - Sprekend Verleden - havo/vwo 2 - hfstk 3 §1 t/m 12 - zesde druk -