College 1
Begrippen en basis
Formeel strafrecht
- Strafprocesrecht
- Geeft procedure aan
- Voorziet verdachte van zijn rechten
Materieel strafrecht
- Welk gedrag onder welke omstandigheden is strafbaar?
- Welke sancties daarvoor opgelegd kunnen worden
- Niet alleen straffen, ook schadevergoedingen
- Doel straffen: vergelding en preventie van recidive
Algemeen
Verbod op eigenrichting: niet eigen rechter spelen voor burgers onderling
Legaliteitsbeginsel: het is alleen strafbaar als dat in de wet staat
Opportuniteitsbeginsel: OvJ kan zelf beslissen om te seponeren of te vervolgen
Vervolgingsmonopolie: alleen het OM mag beslissen om te vervolgen
Legaliteitsbeginsel, art. 1 Sr
“Geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling.”
- Geen misdrijf zonder wet
- Geen straf zonder wet
- Alleen de wet bepaalt wat er wel en niet mag
Materieel legaliteitsbeginsel
Legaliteitsbeginsel, art. 1 Sv
“Strafvordering heeft alleen plaats op de wijze bij wet voorzien.”
- De wet = wifz
- Muilkorfarrest
- Bevordert rechtszekerheid burgers
Formeel legaliteitsbeginsel
Beslissingsschema rechter
1. Vier formele vragen (art. 348 Sv) / voorvragen
2. Vier materiële vragen (art. 250 Sv) / hoofdvragen
- Blauwdruk voor afdoening van de zaak
, - De rechter, officier van justitie én de verdachte/diens raadsman volgen bij/tijdens een zitting
de volgorde van deze vragen.
- Een andere volgorde hanteren is niet mogelijk
- Om tot oplegging van een sanctie te komen, moeten alle vragen worden beantwoord
- Als een strafzaak strandt bij één van de formele vragen, dan mag de zaak door de OvJ
opnieuw aangebracht worden
- Als een strafzaak strandt bij een van de materiële vragen, dan mag de zaak niet door de OvJ
opnieuw worden aangebracht (ne bis in idem)
Formele vragen, art. 348 Sv – voorvragen
1. De geldigheid der dagvaarding
2. Hare bevoegdheid tot kennisneming van het tenlastegelegde feit
3. En de ontvankelijkheid van den officier van justitie
4. En of er redenen zijn voor schorsing der vervolging
Werking schema formele vragen
1. Is de dagvaarding geldig?
- Voldoet de dagvaarding aan de eisen?
- Zo ja, door naar vraag 2
- Zo nee, nietigheid der dagvaarding (art. 349 lid 1 Sv)
2. Is de rechter bevoegd?
- Absoluut bevoegd én juist rechtsgebied?
- Zo ja, door naar vraag 3
- Zo nee, onbevoegdheid van de rechter (art. 349 lid 1 Sv)
3. Is de OvJ ontvankelijk in zijn vervolging?
- Zo ja, door naar vraag 4
- Zo nee, niet-ontvankelijkheid OvJ (art. 349 lid 1 Sv)
4. Moet de vervolging geschorst worden?
- Denk aan bijv. psychose o.i.d.
- Zo ja, schorsing der vervolging (art. 349 lid 1 Sv)
- Zo nee, door naar vraag 1 materiële vragen
, Materiële vragen, art. 350 Sv – hoofdvragen
1. Is bewezen dat het feit door de verdachte is begaan?
2. Welk strafbaar feit is bewezen?
3. De strafbaarheid van de verdachte
4. De oplegging van straf of maatregel, bij de wet bepaald.
Werking schema materiële vragen
1. Kan het ten laste gelegde feit worden bewezen?
- Voldoende bewijs!
- Zo nee, vrijspraak (art. 352 lid 1 Sv)
- Zo ja, door naar vraag 2
2. Kan het ten laste gelegde feit worden gekwalificeerd?
- Staat in de wet dat het strafbaar is?
- Zo nee, OVAR (art. 352 lid 2 Sv)
- Zo ja, door naar vraag 3
3. Is de verdachte strafbaar?
- Geen strafuitsluitingsgrond
- Zo nee, OVAR (art. 352 lid 2 Sv)
- Zo ja, door naar vraag 4
4. Wordt een straf of maatregel opgelegd?
- Zo nee, rechterlijk pardon (art. 9a Sr)
- Zo ja, sanctie (straf en/of maatregel)
Begrippen en basis
Formeel strafrecht
- Strafprocesrecht
- Geeft procedure aan
- Voorziet verdachte van zijn rechten
Materieel strafrecht
- Welk gedrag onder welke omstandigheden is strafbaar?
- Welke sancties daarvoor opgelegd kunnen worden
- Niet alleen straffen, ook schadevergoedingen
- Doel straffen: vergelding en preventie van recidive
Algemeen
Verbod op eigenrichting: niet eigen rechter spelen voor burgers onderling
Legaliteitsbeginsel: het is alleen strafbaar als dat in de wet staat
Opportuniteitsbeginsel: OvJ kan zelf beslissen om te seponeren of te vervolgen
Vervolgingsmonopolie: alleen het OM mag beslissen om te vervolgen
Legaliteitsbeginsel, art. 1 Sr
“Geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling.”
- Geen misdrijf zonder wet
- Geen straf zonder wet
- Alleen de wet bepaalt wat er wel en niet mag
Materieel legaliteitsbeginsel
Legaliteitsbeginsel, art. 1 Sv
“Strafvordering heeft alleen plaats op de wijze bij wet voorzien.”
- De wet = wifz
- Muilkorfarrest
- Bevordert rechtszekerheid burgers
Formeel legaliteitsbeginsel
Beslissingsschema rechter
1. Vier formele vragen (art. 348 Sv) / voorvragen
2. Vier materiële vragen (art. 250 Sv) / hoofdvragen
- Blauwdruk voor afdoening van de zaak
, - De rechter, officier van justitie én de verdachte/diens raadsman volgen bij/tijdens een zitting
de volgorde van deze vragen.
- Een andere volgorde hanteren is niet mogelijk
- Om tot oplegging van een sanctie te komen, moeten alle vragen worden beantwoord
- Als een strafzaak strandt bij één van de formele vragen, dan mag de zaak door de OvJ
opnieuw aangebracht worden
- Als een strafzaak strandt bij een van de materiële vragen, dan mag de zaak niet door de OvJ
opnieuw worden aangebracht (ne bis in idem)
Formele vragen, art. 348 Sv – voorvragen
1. De geldigheid der dagvaarding
2. Hare bevoegdheid tot kennisneming van het tenlastegelegde feit
3. En de ontvankelijkheid van den officier van justitie
4. En of er redenen zijn voor schorsing der vervolging
Werking schema formele vragen
1. Is de dagvaarding geldig?
- Voldoet de dagvaarding aan de eisen?
- Zo ja, door naar vraag 2
- Zo nee, nietigheid der dagvaarding (art. 349 lid 1 Sv)
2. Is de rechter bevoegd?
- Absoluut bevoegd én juist rechtsgebied?
- Zo ja, door naar vraag 3
- Zo nee, onbevoegdheid van de rechter (art. 349 lid 1 Sv)
3. Is de OvJ ontvankelijk in zijn vervolging?
- Zo ja, door naar vraag 4
- Zo nee, niet-ontvankelijkheid OvJ (art. 349 lid 1 Sv)
4. Moet de vervolging geschorst worden?
- Denk aan bijv. psychose o.i.d.
- Zo ja, schorsing der vervolging (art. 349 lid 1 Sv)
- Zo nee, door naar vraag 1 materiële vragen
, Materiële vragen, art. 350 Sv – hoofdvragen
1. Is bewezen dat het feit door de verdachte is begaan?
2. Welk strafbaar feit is bewezen?
3. De strafbaarheid van de verdachte
4. De oplegging van straf of maatregel, bij de wet bepaald.
Werking schema materiële vragen
1. Kan het ten laste gelegde feit worden bewezen?
- Voldoende bewijs!
- Zo nee, vrijspraak (art. 352 lid 1 Sv)
- Zo ja, door naar vraag 2
2. Kan het ten laste gelegde feit worden gekwalificeerd?
- Staat in de wet dat het strafbaar is?
- Zo nee, OVAR (art. 352 lid 2 Sv)
- Zo ja, door naar vraag 3
3. Is de verdachte strafbaar?
- Geen strafuitsluitingsgrond
- Zo nee, OVAR (art. 352 lid 2 Sv)
- Zo ja, door naar vraag 4
4. Wordt een straf of maatregel opgelegd?
- Zo nee, rechterlijk pardon (art. 9a Sr)
- Zo ja, sanctie (straf en/of maatregel)