Inleiding Organisatiekunde
TENTAMEN: Maandag 28 maart 2022 om 10.00 uur
TOET MATRIJS
Onderwerp 1 (8 vragen)
- Introductie 7S-model
- Historie van de organisatiekunde
- Strategie
Onderwerp 2 (12 vragen)
- Systemen
- Staff
Onderwerp 3 (8 vragen)
- Structuur
- Skills
Onderwerp 4 (8 vragen)
- Stijl
- Shared values
,HOOFDSTUK 1: INTRODUCTIE
Organisatie
Betekenis: Elke organisatie beschikt over doelstellingen, mensen en middelen. Mensen werken samen om
doelstellingen te behalen. Daarbij gebruiken ze bijna altijd middelen.
Organisatie - bedrijven
Bedrijven: zijn afhankelijk van klanten.
Overige organisaties: zijn afhankelijk van klanten om te kunnen bestaan. Zij richten zich op leden.
Amateursportvereniging en de kerk.
Organisatie – rechtsvormen
Rechtspersoon: Je bent als hoofd van de organisatie zelf aansprakelijk.
Organisaties zonder rechtspersoonlijkheid: eenmanszaak, vof, de maatschap en de commanditaire
vennootschap.
Organisaties met rechtspersoonlijkheid: nv, bv, vereniging, stichting, coöperatie en onderlinge
waarborgmaatschappij.
Samenwerken
Fusie: Twee of meer organisaties van gelijke grote worden samengevoegd.
Overname: Een grote organisatie neemt een kleinere organisatie over.
Joint venture: Twee bedrijven starten samen een extra samenwerkende organisatie, waarbij er 3
organisaties zijn.
Strategische samenwerking: Twee bedrijven starten samen een nieuw project.
Outsourcing: Organisatie wil zich alleen nog focussen op kerntaken.
Inkoopcombinatie: Waarbij er sprake is van een samenwerking binnen het distributiekanaal bij vrijwillig
filiaalbedrijf en franchise. Hierbij vormen verschillende vestigingen samen om op grote schaal te kunnen
inkopen.
Samenwerking tussen een octrooihouder en een licentienemer: Franchise
Geschiedenis – benaderingen
Scientific management (Frederick Taylor): Mens werd gezien als verlenging van machine. Focus op winst,
niet op mensen. Hard werken wordt beloond. Bethlehem experiment: rekening houden met ‘maatman’.
General management (Henri Fayol en Max Weber): Eenheid-van-bevelprinciepe heeft een
functieomschrijving en wordt aangenomen op kwaliteiten. Einde aan vriendjespolitiek.
Human relations benadering: Mens staat centraal. Hatworne experiment: als je mensen aandacht geeft
presteren ze beter.
Revisionisme: Middenweg tussen scientific management en humanrelationsbenadering.
Aanvullende informatie
Contigentiebenadering: Focus op de omgeving van de organisatie want die heeft invloed. Of de invloed die
de onderneming heeft op de omgeving.
Systeemtheorie: Organisaties die invloed uitoefenen op omgeving. Heeft een interdisciplinair karakter. Je
blijft niet alleen bij je eigen functie, maar bekijkt vanuit verschillende invalshoeken.
Managementproces
Taak: Mensen en middelen in te zetten (transformatieproces) zodat de doelstellingen behaald worden. Het
bestaat uit drie onderdelen beleidsvorming, structurering en uitvoering.
, Beleidsvorming
Synoniem: (externe afstemming genoemd): Gaat over het analyseren, plannen maken en doelstellingen
opstellen.
Constituerende beslissingen: Maken van een plan om de doelen te kunnen behalen en benodigdheden
verzamelen die er voor nodig zijn.
Structurering
Info: Gaat over het verdelen van functies en verantwoordelijkheden.
Constituerend: Vooruitzien, plannen, organiseren en coördineren.
Delegeren/dirigeren: Opgang brengen, controleren, hiërarchie.
Missie
Belangrijk: Missie en visie zijn onderdelen van beleidsuitgangspunten
Doel: Bindende factor die medewerkers aanzet tot intensieve samenwerking.
Missie: Heeft lang termijn perspectief.
Onderdelen missionstatement
Werkterrein: welke klanten met welke producten voor welke behoefte. Business scope richt zich op
bestaande product-markt-behoeftecombinaties. Business definition laat zien welke pmbc’s het bedrijf kan
gebruiken om uit te bereiden.
Ambities: Wat wil de organisatie bereiken in de nabije toekomst
Culturele uitgangspunten: Gaat over normen en waarden die worden gehanteerd. Zo wordt kinderarbeid
niet geaccepteerd. Ook niet bij toeleveranciers. En wordt het gestimuleerd om werknemers te ontplooien.
Betekenis voor stakeholders: Welke toegevoegde waarde biedt het bedrijf voor stakeholders (en indirect
naar de klant).
Visie
Belangrijk: Missie en visie zijn onderdelen van beleidsuitgangspunten
Visie: Het is een kijk op de wereld. Heeft verdere toekomst perspectief dan missie. Vooral gericht op
toekomst die nog ‘vaag lijkt’.
Corporate-visionrapport: Hier wordt aangegeven waar de organisatie (strevend) terecht zal komen in de
toekomst.
Inhoud: Wat redelijkerwijs mogelijk moet zijn maar wat er nog niet is.
Doelstellingen vs. Strategie
Doelstellingen: Wat je wilt bereiken ondernemersniveau
Strategie: Hoe je het wilt bereiken.
Doel vs. Doelstelling
Doel: Minder concreet
Doelstelling: SMART geformuleerd.