- Bijzonder taalgebruik
- Spreken in beelden
- Niet letterlijk maar figuurlijk
Vormen
1. Vergelijking
2. Metafoor
a. Die ezel heeft zijn boek vergeten.
b. Beeld: wel genoemd, object: niet genoemd
c. Overeenkomst
3. Metonymia
a. Geen overeenkomst, maar ander verband tussen beeld en object
4. Personificatie
a. Iets dat geen persoon is, wordt afgebeeld als persoon
i. ‘’De wind huilt.’’
ii. ‘’Mijn auto wil niet meer.’’
5. Synesthesie
a. Ongebruikelijke combinatie / verwarring zintuigen
i. ‘’Schreeuwende kleuren.’’
ii. ‘’Warme stem.’’