Duitsland – begrippen
Otto von Bismarck
Kanselier
Realpolitik
Politiek van von Bismarck met als doel één sterke Duitse staat waaraan alles
ondergeschikt werd gemaakt.
Modern imperialisme
In bezit nemen van kolonies in de tweede helft van de 19 e eeuw door West-Europese
landen in Afrika en Azië.
Weltpolitik
Buitenlandse politiek van keizer Wilhelm II rond 1900 om Duitsland een leidende rol
in de wereld te laten spelen, vooral door het stichten van koloniën.
Alliantiepolitiek
Buitenlandse politiek gericht op het vormen van bondgenootschappen, van von
Bismarck.
Vlootwet
Duitse wet die een uitbreiding en modernisering van de oorlogsvloot inhield; 1898
Geallieerden
De samenwerkende landen in WOI en WOII tegen Duitsland.
Von Schlieffenplan
Duitse militaire strategie om eerst snel Frankrijk te verslaan om daarna het leger over
te kunnen brengen naar Rusland, om een tweefrontenoorlog te vermijden.
, Tweefrontenoorlog
Oorlog die in twee ver van elkaar verwijderde gebieden wordt gevoerd.
Slag bij de Marne
Veldslag tussen het Duitse en het geallieerde leger waarbij de Duitse opmars tot
staan werd gebracht, vlakbij Parijs, die onbeslist bleef. Hieruit volgde de
loopgravenoorlog.
Loopgravenoorlog
Een oorlog die uitgevochten wordt via tegenover elkaar liggende uitgegraven gangen
in de grond.
Shellshock
Ernstige psychische klachten als gevolg van de loopgravenoorlog.
Oorlogseconomie
Economie die volledig in dienst staat van oorlog.
Onbeperkte duikbotenoorlog
Oorlogsvoering van Duitsers die vanuit duikboten alle boten die zij tegenkwamen tot
zinken brachten in 1917.
Isolationisme
De buitenlandse politiek van de VS waarin zij zich niet bemoeiden met Europa.
Lusitania
Brits passagiersschip dat door de Duitsers tot zinken werd gebracht, maar waar ook
Amerikanen op zaten. Dit zorgde voor een Anti-Duits sentiment bij de VS.
Zimmermanntelegram
Geheim Duits telegram met de aankondiging van de onbeperkte duikbotenoorlog en
de vraag of Mexico de VS wilde aanvallen. Dit werd onderschept door de Britten en
Otto von Bismarck
Kanselier
Realpolitik
Politiek van von Bismarck met als doel één sterke Duitse staat waaraan alles
ondergeschikt werd gemaakt.
Modern imperialisme
In bezit nemen van kolonies in de tweede helft van de 19 e eeuw door West-Europese
landen in Afrika en Azië.
Weltpolitik
Buitenlandse politiek van keizer Wilhelm II rond 1900 om Duitsland een leidende rol
in de wereld te laten spelen, vooral door het stichten van koloniën.
Alliantiepolitiek
Buitenlandse politiek gericht op het vormen van bondgenootschappen, van von
Bismarck.
Vlootwet
Duitse wet die een uitbreiding en modernisering van de oorlogsvloot inhield; 1898
Geallieerden
De samenwerkende landen in WOI en WOII tegen Duitsland.
Von Schlieffenplan
Duitse militaire strategie om eerst snel Frankrijk te verslaan om daarna het leger over
te kunnen brengen naar Rusland, om een tweefrontenoorlog te vermijden.
, Tweefrontenoorlog
Oorlog die in twee ver van elkaar verwijderde gebieden wordt gevoerd.
Slag bij de Marne
Veldslag tussen het Duitse en het geallieerde leger waarbij de Duitse opmars tot
staan werd gebracht, vlakbij Parijs, die onbeslist bleef. Hieruit volgde de
loopgravenoorlog.
Loopgravenoorlog
Een oorlog die uitgevochten wordt via tegenover elkaar liggende uitgegraven gangen
in de grond.
Shellshock
Ernstige psychische klachten als gevolg van de loopgravenoorlog.
Oorlogseconomie
Economie die volledig in dienst staat van oorlog.
Onbeperkte duikbotenoorlog
Oorlogsvoering van Duitsers die vanuit duikboten alle boten die zij tegenkwamen tot
zinken brachten in 1917.
Isolationisme
De buitenlandse politiek van de VS waarin zij zich niet bemoeiden met Europa.
Lusitania
Brits passagiersschip dat door de Duitsers tot zinken werd gebracht, maar waar ook
Amerikanen op zaten. Dit zorgde voor een Anti-Duits sentiment bij de VS.
Zimmermanntelegram
Geheim Duits telegram met de aankondiging van de onbeperkte duikbotenoorlog en
de vraag of Mexico de VS wilde aanvallen. Dit werd onderschept door de Britten en