DEEL 1
KANSREKENING EN INFERENTIËLE STATISTIEK
INTRODUCTIE
1. Beschrijvende statistiek VS. Inferentiële statistiek
2. De steekproef geeft informatie over de populatie
3. Kans en inferentie
4. Verzamelingen en combinatieleer
Verzamelingen
Bewerkingen met verzamelingen
Unie en doorsnede
Speciale situatie
Verschil
Partitie
Complement van een deelverzameling
Combinatieleer
Permutaties
Variaties
Combinaties
Samenvattend
, Inleiding
1. Beschrijvende statistiek VS Inferentiële statistiek
In Statistiek I hebben we de deductieve of de beschrijvende statistiek behandeld. Het doel hiervan is het
herkennen van globale patronen en het ontdekken van kenmerken aan de hand van kengetallen (=
karakteristieke waarden = beschrijvende maten (gemiddelde, standaardafwijking, correlatiecoëfficiënt,
…)) en figuren (histogram, spreidingsdiagram, …).
In Statistiek II behandelen we de inductieve of inferentiële statistiek. Dit is de verklarende statistiek. Het
vergelijkt onderzoeksgegevens met wat mogelijk is door TOEVAL, gebaseerd op kansrekening. Op basis
van een beperkt aantal gegevens wordt getracht om algemene uitspraken te formuleren over de gehele
populatie.
2. De steekproef geeft informatie over de populatie
In de beschrijvende statistiek gaan we proberen een perfecte beschrijving te geven van wat we hebben.
In de inferentiële statistiek gaan we nadenken over wat een steekproef ons vertelt over een hele
populatie. Wat kunnen we op basis van de gegevens van de steekproeven gaan besluiten over de
populatie? En wat zijn de grenzen? Hoe goed zijn de mogelijke conclusies die we maken op basis van de
steekproefgegevens?
1