Noteer je volledige naam en de code van dit examen: A91310XMTH11 Versie A
Het examen start met 40 meerkeuze vragen. Per juist antwoord 1 punt. Er is maar 1
antwoord mogelijk. Daarna volgen 6 open vragen.
1 Waarbij gebruikt de arts een stitchcutter?
A bij een nagelextractie
B bij een wigexcisie
C bij het hechten van een wond
D bij verwijderen van een hechting
2 Afbeelding 1
Afbeelding 1 toont een?
A accellon
B cervixbrush
C cytobrush
D spatel
3. Waaruit bestaat mechanische reiniging?
A. bewaren in desinfectans tot en met het reinigen met een kunststof borstel en
handwarm sopje
B. reinigen met behulp van alcohol en daarna met extra scheutje hibitane
C. reinigen met behulp van stoom en daarna te spoelen met water
D. verlagen van het aantal micro organismen met behulp van alcohol en daarna
spoelen en schoonborstelen.
Vervolg examen volgende pagina
, 4 Wat moet er in de urine aanwezig zijn om een urineweginfectie aan te tonen?
A. bilirubine
B. erytrocyten
C. ketonen
D. nitriet
5. Welk onderzoek heeft een hoge sensitiviteit?
A. glucosegehalte bepalen met vingerprik
B. Hb bepalen met vingerprik
C. leucocyten bepalen uit de urine
D. zwangerschapstest uit de urine
6 De oogarts gaat een gerstekorrel uit het oog weghalen. Wat legt de
doktersassistent klaar?
A. chalazionklem
B. hefboompje
C. otoscoop
D. scherpe lepel
7 In welke positie wordt de behandeltafel gezet als een patiënt onwel wordt bij
een ingreep?
A. korotkoff
B. riva-rocci
C. tourniquet
D. trendelenburg
8 Waarom moet een doktersassistent handen wassen na het uitrekken van
handschoenen?
A. bacteriën leven graag in een vochtige omgeving en in handschoenen zweet
iemand meer
B. de huid groeit steeds door dus om oude huidschilfers te verwijderen
C. handen wassen na het dragen van handschoenen is onzin, handen blijven
immers schoon
D. virussen komen na verloop van tijd vanzelf weer terug op handen
Vervolg examen volgende pagina