AARDRIJKSKUNDE
SAMENVATTING
HOOFDSTUK 2 KLIMAAT
§1 DE STRALINGSBALANS VAN DE AARDE
De straling van de zon is bepalend voor het leven op de aarde.
(Het duurt 8 minuten voordat zonlicht de aarde bereikt)
- Het aardoppervlak wordt direct verwarmd door de zon
- De atmosfeer wordt indirect verwarmd door de zon
- Hoe hoger in de atmosfeer, hoe lager de temperatuur (per 1000 meter, 6 graden
omlaag)
Stralings- of Energiebalans = Het overzicht van instraling en uitstraling [69 Eenheden
inkomende straling – 69
Eenheden uitgaande
straling]
Instraling = kortgolvige straling (ultravioletstraling) [100 eenheden]
Uitstraling = Langgolvige straling (infraroodstraling) [144 eenheden]
Kortgolvige instraling --> de wolken, stof en aarde weerkaatsen een deel (Reflectie /
albedo)
Langgolvige straling --> H2O en CO2 houden een deel tegen (Broeikaseffect)
Opname zonnestraling, afstaan warmtestraling = absorptie
Als de energiebalans verstoord wordt, zal de aarde eerst opwarmen en daarna afkoelen
Versterkt broeikaseffect = Het deel van het broeikaseffect dat is veroorzaakt door
handelingen van de mens.
(Uitstoot CO2, CH4 en andere gassen)
Naast de kortgolvige straling die het aardoppervlak opneemt, is er ook nog de
langgolvige straling door het broeikaseffect.
Waar op de aarde is het het warmst?
Rond de evenaar (hier heb je loodrecht invallende zonnestralen)
§2 WERELDWIJDE LUCHTSTROMEN
Atmosferische circulatie --> warme lucht is lichter en stijgt op
Troposfeer = koud --> dus die lucht koelt zeer af
Hogeluchtdrukgebieden = koude, zware/dalende lucht [Maximum]
Lagedrukgebieden = warme, lichte/stijgende lucht [Minimum]
, Lucht die van een H-gebied naar een L-gebied stroomt = wind
Sterke luchtdrukverschillen zorgen voor harde wind
Atmosferische circulatie:
- Opstijgende lucht
- Lagedrukgebied dat lucht aanzuigt
- Wind waait naar de evenaar toe
- Lucht daalt weer rond 30 graden NB/ZB (ontstaan circulatiecellen)
- Instabiele Lagedrukgebieden rond 60 graden NB/ZB
- Hogedrukgebieden op (koude) polen
Coriolis-effect / de wet van Buys Ballot:
- Passaten nabij de evenaar
- Westenwinden op gematigde breedte
- Oostenwinden rond de polen
In het noordelijk halfrond wijkt de wind af naar rechts.
In het zuidelijke halfrond wijkt de wind af naar links.
Inter-Tropische Convergentie Zone (ITCZ)
Gebied rond evenaar --> equationaal minimum
Een moesson is een wind die van de subtropische H-gebieden richting de evenaar waait,
die vervolgens onder invloed van de ITCZ kruist en van richting verandert.
§3 OCEAAN- EN ZEESTROMEN
Zeestromen volgen de overheersende windrichting (oceanische circulatie)
- Westenwinden
- Zuidoostpassaten
Warme zeestroom: de evenaar --> de polen
Koude zeestromen: de polen --> de evenaar
Lucht- en zeestromen zorgen samen voor transport van warmte richting hogere breedte
--> een meer gelijkmatige verdeling van warmte op aarde. (Omgekeerd hetzelfde)
Uitzonderlijke positie Antarctica:
Westenwind isoleert het continent --> erg koud
└ Enorme witte ijskap die zonlicht weerkaatst, waardoor het klimaat op de hele
aarde relatief koud is.
SAMENVATTING
HOOFDSTUK 2 KLIMAAT
§1 DE STRALINGSBALANS VAN DE AARDE
De straling van de zon is bepalend voor het leven op de aarde.
(Het duurt 8 minuten voordat zonlicht de aarde bereikt)
- Het aardoppervlak wordt direct verwarmd door de zon
- De atmosfeer wordt indirect verwarmd door de zon
- Hoe hoger in de atmosfeer, hoe lager de temperatuur (per 1000 meter, 6 graden
omlaag)
Stralings- of Energiebalans = Het overzicht van instraling en uitstraling [69 Eenheden
inkomende straling – 69
Eenheden uitgaande
straling]
Instraling = kortgolvige straling (ultravioletstraling) [100 eenheden]
Uitstraling = Langgolvige straling (infraroodstraling) [144 eenheden]
Kortgolvige instraling --> de wolken, stof en aarde weerkaatsen een deel (Reflectie /
albedo)
Langgolvige straling --> H2O en CO2 houden een deel tegen (Broeikaseffect)
Opname zonnestraling, afstaan warmtestraling = absorptie
Als de energiebalans verstoord wordt, zal de aarde eerst opwarmen en daarna afkoelen
Versterkt broeikaseffect = Het deel van het broeikaseffect dat is veroorzaakt door
handelingen van de mens.
(Uitstoot CO2, CH4 en andere gassen)
Naast de kortgolvige straling die het aardoppervlak opneemt, is er ook nog de
langgolvige straling door het broeikaseffect.
Waar op de aarde is het het warmst?
Rond de evenaar (hier heb je loodrecht invallende zonnestralen)
§2 WERELDWIJDE LUCHTSTROMEN
Atmosferische circulatie --> warme lucht is lichter en stijgt op
Troposfeer = koud --> dus die lucht koelt zeer af
Hogeluchtdrukgebieden = koude, zware/dalende lucht [Maximum]
Lagedrukgebieden = warme, lichte/stijgende lucht [Minimum]
, Lucht die van een H-gebied naar een L-gebied stroomt = wind
Sterke luchtdrukverschillen zorgen voor harde wind
Atmosferische circulatie:
- Opstijgende lucht
- Lagedrukgebied dat lucht aanzuigt
- Wind waait naar de evenaar toe
- Lucht daalt weer rond 30 graden NB/ZB (ontstaan circulatiecellen)
- Instabiele Lagedrukgebieden rond 60 graden NB/ZB
- Hogedrukgebieden op (koude) polen
Coriolis-effect / de wet van Buys Ballot:
- Passaten nabij de evenaar
- Westenwinden op gematigde breedte
- Oostenwinden rond de polen
In het noordelijk halfrond wijkt de wind af naar rechts.
In het zuidelijke halfrond wijkt de wind af naar links.
Inter-Tropische Convergentie Zone (ITCZ)
Gebied rond evenaar --> equationaal minimum
Een moesson is een wind die van de subtropische H-gebieden richting de evenaar waait,
die vervolgens onder invloed van de ITCZ kruist en van richting verandert.
§3 OCEAAN- EN ZEESTROMEN
Zeestromen volgen de overheersende windrichting (oceanische circulatie)
- Westenwinden
- Zuidoostpassaten
Warme zeestroom: de evenaar --> de polen
Koude zeestromen: de polen --> de evenaar
Lucht- en zeestromen zorgen samen voor transport van warmte richting hogere breedte
--> een meer gelijkmatige verdeling van warmte op aarde. (Omgekeerd hetzelfde)
Uitzonderlijke positie Antarctica:
Westenwind isoleert het continent --> erg koud
└ Enorme witte ijskap die zonlicht weerkaatst, waardoor het klimaat op de hele
aarde relatief koud is.