Shimara van den Elzen
CRIMINALITEIT, COGNITIE EN PERSOONLIJKHEID
SAMENVATTING VAN DE HOORCOLLEGES
INHOUDSOPGAVE
Criminaliteit, cognitie en persoonlijkheid ................................................................................................ 1
Hoorcollege 1: Introductie ................................................................................................................... 2
Hoorcollege 2: Voorspellers en verklaringen ..................................................................................... 14
Hoorcollege 3: Basis persoonlijkheidstrekken ................................................................................... 24
Hoorcollege 4: Narcisme.................................................................................................................... 37
Hoorcollege 5: Antisociale persoonlijkheidsstoornis ......................................................................... 48
Hoorcollege 6: Psychopathie ............................................................................................................. 59
Hoorcollege 7: Emoties en cognities bij psychopathie ....................................................................... 66
Hoorcollege 8: Affect en emotieregulatie .......................................................................................... 78
Hoorcollege 9: Hechting en empathie ............................................................................................... 89
Hoorcollege 10: Cognitie ................................................................................................................. 100
Hoorcollege 11: Besluit en reflecties ............................................................................................... 111
Voorbeeld tentamenvragen............................................................................................................. 117
1
, TiU: Criminaliteit, cognitie en persoonlijkheid (2021/2022)
Shimara van den Elzen
HOORCOLLEGE 1: INTRODUCTIE
Algemene introductie
Persoonlijkheid, persoonlijkheidsstoornis en geweld:
- Er zit veel heterogeniteit in:
o Criminelen. Bestaat langs een continuüm: loopt van ‘naïef’ tot ‘professioneel’.
o Misdaden. Bestaat langs een continuüm: loopt van ‘triviaal’ tot ‘heel ernstig’.
- Geweldsdelicten vallen onder de meest ernstige delicten:
o Dit zijn delicten waarbij de slachtoffers verwond raken. Dit kan zowel fysiek als
psychologisch zijn (of een combinatie).
o Dit soort delicten zorgen voor het verspreiden van angst in gemeenschappen.
o Ook binnen geweldsdelicten kan er veel heterogeniteit zijn: dit continuüm
loopt van ‘weinig geweld’ tot ‘met voorbedachte rade’.
- Er is één bepaalde groep die (gewelddadige) misdrijven pleegt:
o Dit zijn mensen met psychische stoornissen. Dit noemen we ook wel de
geestelijk gestoorde dader. In dit vak focussen we vooral op
persoonlijkheidsstoornissen.
▪ Maar dit hoeft natuurlijk niet altijd zo te zijn, mensen zonder
psychische stoornissen kunnen ook misdrijven plegen!
Geweld is een belangrijke volksgezondheidskwestie:
- Interpersoonlijk geweld is een ernstig en groot maatschappelijk probleem. Dit is zo,
omdat het niet alleen schade toebrengt aan individuen, maar ook aan families en
gemeenschappen.
- Er zijn meerdere factoren die geweld verklaren (volgens de World Health
Organization):
o In deze cursus focussen we slechts op het individuele niveau. Het individu
leidt aan een stoornis (psychopathologie / psychische problemen) en van
daaruit gaat hij/zij delicten plegen.
Geweld: definitie
- Geweld: gedragingen die bedoeld zijn om schade toe te brengen aan een levend
wezen dat gemotiveerd is om schade te voorkomen.
- Het zijn GEEN handelingen die:
o Onopzettelijk zijn.
▪ Bijv. een verkeersongeval.
o Consensueel zijn.
▪ Wanneer je het samen hebt afgesproken valt het ook niet onder
geweld. Op voorhand is afgesproken dat de gebeurtenis mogelijk pijn
kan gaan doen. Bijv. SM of een bokswedstrijd.
o Uiteindelijk voordelig zijn.
▪ Bijv. een tandartsbezoek.
2
, TiU: Criminaliteit, cognitie en persoonlijkheid (2021/2022)
Shimara van den Elzen
Geweld versus agressie:
- Geweld is dus het krachtig toebrengen van lichamelijk letsel.
- Agressie is minder fysiek schadelijk (bijv. bedreigingen, negeren, etc.), maar het is
erg psychologisch schadelijk. Het kan net zo schadelijk zijn als fysiek geweld (of zelfs
meer!).
➔ Geweld verwijst naar zowel agressie als fysiek geweld!
Individuele verschillen in aanleg tot geweld:
- Er zijn veel individuele verschillen tussen mensen. Dit komt omdat mensen
verschillen in persoonlijkheidskenmerken (Big Five).
- Ook verschillen mensen in persoonlijkheidsprocessen:
o Cognitieve processen:
▪ Morele ontkoppeling: bepaalde excuses verzinnen voor jezelf om je
slechte gedrag goed te praten. Bijv. een verkrachter die zegt “de vrouw
die ik heb verkracht had een kort rokje aan, dus ze vroeg er om”. Dit is
een cognitief proces. De ene persoon maakt hier veel gebruik van en
de ander helemaal niet, dit zorgt voor verschillen in geweld.
▪ Hostile attribution bias: mensen hebben een bias (een verkeerd
idee) waarbij ze denken dat andere mensen vijandig zijn en hen willen
aanvallen. Bijv. je loopt in de gang en iemand stoot tegen je aan.
Iemand met de hostile attribution bias kan dan denken “die persoon
doet dit om mij te pesten”, terwijl de persoon dat per ongeluk deed.
Sommige mensen hebben wel last van deze bias en andere mensen
niet, dit kan verschillen in geweld verklaren.
o Emotionele processen:
▪ Emotionele disregulatie: je kunt je emoties en gevoelens moeilijk
reguleren. Dit kan ook tot uitbarstingen leiden en dus ook verschillen in
geweld verklaren.
- Persoonlijkheidsstoornissen:
o Hier kunnen we naar kijken vanuit een categorisch perspectief: je hebt of
WEL een stoornis of NIET een stoornis, op basis van een cut-off. Maar dit
bleek geen optimale manier om vast te stellen of je een stoornis had of niet,
daarom ontstond het dimensioneel perspectief. Dit perspectief zegt dat we
via een continuüm naar psychopathologie kunnen kijken en op die manier
kunnen vaststellen of er sprake is van een stoornis of niet. Als je vanuit het
dimensioneel perspectief gaat kijken naar problemen, spreek je van
persoonlijkheidsproblemen (in plaats van persoonlijkheidsstoornissen).
Persoonlijkheidsstoornissen en geweld
Persoonlijkheidsstoornissen in diagnostische classificatiesystemen:
- Er zijn verschillende diagnostische systemen om persoonlijkheidsstoornissen te
classificeren, waaronder de DSM en de ICD-10. Hun definitie van
persoonlijkheidsstoornissen wordt hieronder beschreven.
- DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders):
o American Psychiatric Association (APA), DSM-IV, 2000; DSM-5, 2013:
3
, TiU: Criminaliteit, cognitie en persoonlijkheid (2021/2022)
Shimara van den Elzen
- ICD-10 (International Classification of Diseases-10):
o World Health Organization (WHO), 1992:
Verschil tussen een persoonlijkheidsstoornis en een klinische stoornis:
- Persoonlijkheidsstoornis: dit BEN je, het is een onderdeel van je karakter.
- Klinische stoornis: dit HEB / KRIJG je, maar het kan ook weer minder worden of
verdwijnen door middel van behandeling of vanzelf. Zoals angst, depressie of dwang.
Welke persoonlijkheidsstoornissen bestaan er?
- DSM-IV:
o Volgens deze versie van de DSM bestaan er 10 persoonlijkheidsstoornissen
verdeeld over 3 clusters:
▪ A: paranoïde, schizoïde en schizotypische.
▪ B: antisociale, borderline, histrionische (of theatrale) en narcistische.
▪ C: vermijdende, afhankelijke en obsessief-compulsieve.
- DSM-5:
o In 2013 is er een nieuwe editie gekomen van de DSM, namelijk de DSM-5.
Recapitulatie DSM en persoonlijkheidsstoornissen
DSM-IV (1994), DSM-IV-TR (2000):
o Er werd in deze versie van de DSM dus vanuit een categoriaal perspectief
gekeken naar psychopathologie, waarbij er sprake was van een cut-off. Als
iemand aan voldoende criteria voldeed, werd er een stoornis geclassificeerd.
Dus je hebt of WEL een stoornis of GEEN stoornis.
▪ Dit zorgt voor veel comorbiditeit: het samen voorkomen van twee of
meer stoornissen.
▪ Het gaat over een kwalitatief verschil. De kwaliteit is anders, het gaat
om het een of het ander.
▪ Het is prototypisch.
▪ Heterogeniteit: bij stoornissen moet je aan X van de Y aantal criteria
voldoen. Het kan goed zijn dat persoon A aan criteria voldoet voor een
stoornis, persoon B aan andere criteria voldoet en persoon C weer aan
andere criteria voldoet, maar wel dezelfde stoornis toegeschreven
krijgen. Persoon A, B en C hebben dan dezelfde stoornis, maar hun
klinisch beeld is extreem verschillend!
▪ Hierboven genoemd zijn een aantal problemen waarom men van het
categoriale perspectief af wilde en over wilde stappen naar een
dimensioneel perspectief.
• Als je persoonlijkheidsstoornissen vanuit een dimensioneel
perspectief wil bekijken, dan is een persoonlijkheidsstoornis
een constellatie / samenhangsel van extreme posities op
algemene persoonlijkheidstrekken van de Big Five. Dit zijn
neuroticisme (emotionele instabiliteit), vriendelijkheid,
extraversie, openheid voor nieuwe ervaringen en
consciëntieusheid.
4