Van visie naar handelen
Denkniveaus (Tellings)
1. Praktijk: opvoeder- kind
- Opvoedkundig handelen in de alledaagse praktijk
(Kind durft niet af te spreken, moeder gaat eventjes mee zodat hij toch
gaat)
2. Praktijktheorie: doelen en middelen praktijk
- Denken en handelen van de professional
(Niet het alledaagse handelen, maar iemand die ervaring heeft met
situaties. Systematisch nadenken over het gedrag van het kind en plan
van aanpak maken met ouders.)
3. Objecttheorie: pedagogische wetenschap
- Je zoekt verdieping via de pedagogische wetenschap
(Je wilt een beloningssysteem gebruiken en gaat zoeken in bronnen
naar welke beloningssystemen werken voor kinderen die het lastig
vinden om met andere kinderen te spelen.)
4. Metatheoretisch: theoretische pedagogiek
- Het nadenken over de drie andere niveaus. Reflectie/ discussie niveau.
(Veel twijfel of een beloningssysteem wel pedagogisch verantwoord is,
of wij als maatschappij willen dat kinderen ‘overal voor worden
beloond’. Is het wel handig? Willen wij dit? Verschillende niveaus van
denken van pedagoog kritisch denkend pedagoog.)
(2 en 3 meest nadrukkelijk)
Pedagogiek is onderdeel van sociaal werk, omdat het gaat over de samenleving
verbeteren en het welzijn van het individu.
Methodisch werken
- Planmatig: je werkt met een plan
- Systematisch: je werkt met een doel
- Gestructureerd: je kunt het uitleggen
Methodisch werken zorgt voor een betere kwaliteit en een betere effectiviteit.
Methodisch werken
Casus:
Berend (36), Manon (34), kinderen Mira (5), Vigo (3 jaar) en Cato (1)
Moeder overspannen. Vigo at slecht
Half jaar begeleiding
1. Doelgericht (doelen opstellen gericht op eten Vigo en overspanning moeder)
2. Systematisch (er zit structuur en logica achter: eerst overspanning en dan
eetprobleem behandelen.)
3. Situationeel (wat voor het ene gezin werkt, werkt voor het andere gezin niet.
Methodieken en interventies modelleer je naar de situaties. Spel met
beloningen met het eten, aanpassen naar leeftijd van Vigo.)
4. Relationeel (je komt in de persoonlijke levenssfeer van mensen.)
- Taakalliantie (Overeenstemming over de taak die je met een cliënt
bereikt.
- Emotionele alliantie (is er vertrouwen, is er een klik?)
, 5. Versterkend (gericht op mogelijkheden en krachten van de ander.
Empoweren, zelfvertrouwen krijgen in het zelf doen of handelen.)
6. Moreel (het is per definitie normatief waarde geladen. Hoe wij omgaan met
mensen, daar liggen achterliggende normen en waarden achter.)
7. Tastend (er zit per definitie een bepaalde onzekerheid in ons werk.)
De plancyclus
- Plancyclus: meer praktijk
gerelateerd
- Onderzoekende cyclus: meer
studie gerelateerd
- Plancyclus mist ontwerpen en
bijstellen die wel zit in de
onderzoekende cyclus.
- Oriënteren vragen stellen
- Diagnosticeren tot een conclusie
komen over wat er aan de hand is
- Plannen doelen opstellen
- Uitvoeren de doelen uitvoeren
die zijn opgesteld
- Evalueren kijken of de doelen
zijn bereikt en wat er misschien nog
aan veranderd kan worden.
Plannen- realistisch (SMART)!
- Bevorderende factoren: kans wordt groter dat het doel wordt behaald
- Belemmerende factoren: kans wordt kleiner dat het doel wordt behaald
, Hoorcollege 2
De pedagoog in het werkveld
Deel 1:
Je beschrijft:
- De verschillende soorten problematieken waarbij een pedagoog
betrokken is
- De verschillende rollen en taken van een pedagoog binnen deze
problematieken
- De maatschappelijke veranderingen waarmee een pedagoog te maken
heeft (gehad)
- De competenties die een pedagoog hierbij nodig heeft
Niveaus pedagogisch denken
1. Praktijk: Opvoeder-kind
2. Praktijktheorie: Doelen en middelen praktijk
3. Objecttheorie: Pedagogische wetenschap
4. Metatheoretisch: Theoretische pedagogiek
Opvoedingsvragen dingen waar je tegenaan loopt. Deze heeft elke ouder,
pedagogen zijn niet nodig.
Opvoedingsspanning de vragen blijven onbeantwoord. Deze kunnen leiden tot
een gespannen verhouding tussen ouders onderling of tussen ouders en kind. Soms
zijn pedagogen hierbij, maar wel minimaal.
Opvoedingsprobleem: opvoedingsrelatie tussen ouders en kind loopt vast. Ouders en
kind kunnen zelf de spanning niet meer aan.
Wij als pedagoog:
1. Versterken opvoedingsrelaties: bijdragen aan het zelfvertrouwen van ouders
in hun rol als opvoeder.
2. Herstellen opvoedingsrelaties: de relatie tussen ouder en kind is vastgelopen
en de pedagoog helpt deze weer te herstellen.
3. Brengen samenhang in de opvoeding: op het moment dat kinderen
ondergesneeuwd dreigen te worden tussen verschillende
opvoedingsomgevingen kan een pedagoog de samenhang tussen die
omgevingen bewaken.
Opvoedingsondersteuning
“Het geheel van maatregelen, voorzieningen, structuren en activiteiten die erop
gericht zijn de mogelijkheden van het (primaire) opvoedingsmilieu aan te spreken, te
verrijken en/of te optimaliseren teneinde kinderen en jeugdigen optimale opvoeding
en ontwikkelingskansen te bieden.”
Empowerment
- ‘Ouders versterken in hun rol als opvoeder.’