THEORIE-DATA-CYCLUS
sociale wetenschappers zoeken naar verklaringen van sociale fenomenen in de wereld om ons
heen → kennis vergaren om theorieën te vormen
sociaal wetenschappelijk onderzoek:
1. streeft naar kennis en theorievorming
2. is systematisch en controleerbaar
3. maakt gebruik van empirische gegevens
→ ondersteuning/gebrek van theorie
↳ = samenhangend geheel van uitspraken waarmee sociale
fenomenen verklaard kunnen worden
sociaal wetenschappelijk onderzoek is een cyclisch proces: theorievorming op grond van
empirische gegevens; conclusies leiden tot aanpassing van bestaande theorie/ tot het formuleren
van een nieuwe theorie → theorie-data-cyclus beschrijft systematisch proces van sociaal
wetenschappelijk onderzoek
kenmerken goede wetenschappelijke theorie:
- falsifieerbaar: een theorie moet weerlegd kunnen worden met systematische
waarheden → je bent nooit zeker wanneer het niet het geval is, je moet het kunnen
weerleggen want als dat nooit kan hoef je het ook niet te onderzoeken
- probabilistisch: uitspraken binnen een theorie gelden niet voor alle gevallen of op
elk moment in de tijd (vb: niet elk kind heeft problemen na scheiding ouders)
- spaarzaam/parsimonious: als een eenvoudige theorie volstaat, is het niet nodig
deze complexer te maken
na theorie ➡ onderzoeksvragen
typen onderzoeksvragen:
• fundamenteel (basic): kennis verzamelen
• toegepast (applied): praktisch probleem in real life situatie
• translationeel: brug tussen 1 en 2 → is gericht op het vertalen van bevindingen uit
fundamenteel onderzoek naar de toepasbaarheid in de praktijk
1
,na onderzoeksvragen ➡ passend onderzoeksontwerp:
welke type empirische gegevens zullen verzameld worden, op welke manier en bij wie?
- kwalitatieve gegevens → bijv. uit interviews of observaties
- kwantitatieve gegevens → verzameld middels gestandaardiseerde vragenlijsten en
testen of systematische observaties
bij wie?
beperkingen middelen & tijd, altijd maar een deel van de populatie onderzoeken
→ onderzoeken = steekproef
● keuzes in het onderzoek beïnvloeden de geldigheid van de resultaten
● het vooraf onderbouwen en vastleggen van deze keuzes verhoogt de
controleerbaarheid van het onderzoek
na onderzoeksontwerp ➡ hypothesen
= een specifieke uitspraak over wat de onderzoeker verwacht waar te zullen nemen in het
onderzoek → maakt nog concreter wat hij precies wilt onderzoeken
als onderzoeker heeft bepaald wat & hoe hij precies wilt onderzoeken:
➡ data-verzameling + data-analyse
kwalitatieve gegevens: (vb) afnemen van interviews → interpreteren van de interviewverslagen
kwantitatieve gegevens: (vb) afnemen van test om narcisme-score te meten → statistisch
analyseren van de cijfermatige gegevens
data-management plan:
• zorgvuldige omgang met vertrouwelijke gegevens
• draagt bij aan controleerbaarheid van onderzoek
na data-analyse:
⇨ de conclusies kunnen wel of niet ondersteunend zijn voor de theorie die het startpunt
vormde
wel: altijd blijft er wel wat onzekerheid over de juistheid van de conclusie → die onzekerheid kan
zo klein mogelijk zijn, maar nooit echt 100% zeker (meer zekerheid wordt gecreëerd door
herhaling van onderzoek)
onderzoekers beschrijven hun onderzoek en de gevonden resultaten in wetenschappelijke
artikelen
sv:
de theorie-data-cyclus beschrijft het systematische proces van sociaal wetenschappelijk
onderzoek
- verzamelen en analyseren van empirische gegevens
- keuzes in het proces beïnvloeden resultaten
- resultaten en conclusies ondersteunen theorie of niet en gaan gepaard met
onzekerheid
- vastleggen onderzoeksontwerp en data-management plan dragen bij aan
controleerbaarheid
2
, KWALITATIEF
HC K1 10-9
voornaamste doel kwalitatief onderzoek is:
- sociale fenomenen te begrijpen vanuit hun natuurlijke context
↳ = alles wat we om ons heen zien aan sociale interactie → menselijke interactie, dingen
die gebeuren in ons leven (vb migratie)
natuurlijke context belangrijk, want daarmee zetten we het af van onderzoek dat bijv. in lab
plaatsvindt
- om empirische patronen te vinden (in gesproken/geschreven teksten, observaties van
gedrag, etc.)
→ die een startpunt kunnen zijn van theorievorming
wat wordt er onderzocht?
- culturele verschillen, bijv. zorg ouderen (= sociaal fenomeen!) → het is typisch Nederlands
om de zorg van ouderen over te laten aan tehuis ipv de familie → onderzoek de culturele
verschillen!
→ kwalitatief onderzoek gaat dan echt naar de natuurlijke context, naar het tehuis, de
onderzoeker is geïnteresseerd in de natuurlijke omgeving van de ouderen
- motieven, vb om te daten bij eerstejaars studenten; hoe denkt de persoon er zelf over +
hoe denkt de omgeving erover → erg contextuele benadering, allerlei factoren worden
zoveel mogelijk meegenomen → holisme = geheel dat iemand vormt, diepgaand erop
ingaan → typische kenmerken van kwalitatief onderzoek
onderzoeker is hier geïnteresseerd in de gehele context van de student
- ideeën van Amerikanen over het recht op wapenbezit → onderzoeker is geïnteresseerd in
het perspectief van de respondent
➜ kenmerken kwalitatief onderzoek:
• de onderzoeker is geïnteresseerd in de natuurlijke omgeving van de student → hiermee
proberen start te maken om voorlopige theorieën te vormen
• de onderzoeker heeft een contextuele benadering
• het perspectief van de respondenten staat centraal
• via specifieke observaties probeert de onderzoeker:
- de sociale werkelijkheid te omschrijven in al haar diversiteit
- naar algemeenheden te zoeken die nieuwe theorieën vormen of bestaande theorieën
aanpassen ⇒ inductie (= typische manier van kwalitatief onderzoek)
observaties: gegevens die verzameld worden bij individuen
theorie-data-cyclus is de basis cyclus van onderzoek → inductieve kwalitatieve onderzoek past
hier goed bij (= vormen van voorlopige theorie)
3