2021-2022
Verhaal en voorrang
Eigendomsvoorbeho
Zakelijke rechten ud en recht van
reclame
(Faillissements)
Fiduciaverbod
pauliana
, Verhaal en voorrang
Verhaalsrecht
Iedere schuldeiser kan zijn vordering verhalen op alle goederen van zijn
schuldenaar voor zover ze tot het vermogen van de schuldenaar behoren. De
schuldeiser is vrij in de keuze van het goed of de goederen waarop hij verhaal
wil zoeken (3:276 BW).
Paritas
creditorum
Bij meerdere schuldeisers geldt in beginsel dat ze een onderling en gelijk recht
hebben op voldoening van de opbrengst (3:277 BW)
Inhoud hoofdstuk
Ten aanzien van het verhaalsrecht wordt ingegaan op de uitwinbare goederen en welke
vermogens voor verhaal vatbaar zijn. Vervolgens wordt de paritas creditorum behandeld
waarbij de voorrang en achterstelling nader worden belicht.
1
Verhaal 2 3 4
Uitwinbare
vermogen Voorrang Achterstelling
goederen
,Verhaal
Verhaalsuitoefening buiten faillissement
De schuldeiser kan conservatoir en vervolgens executoriaal beslag leggen op basis van
een executoriale titel. Na beslaglegging volgt executoriale verkoop en verhalen op de
uiteindelijke netto-executieopbrengst. Artikel 430 e.v. BW zijn hierop van toepassing.
Verhaalsuitoefening in faillissement
Bij faillissement is sprake van collectieve uitwinning middels een beslag op het gehele
vermogen van de failliet. Individueel gelegde beslagen komen te vervallen (art. 33
Faillissementswet (Fw)). De schuldeiser moet zijn vordering ter verificatie indienen bij
de curator, waarna hij bij erkenning aanspraak maakt op een evenredig deel van zijn
vordering zoals neergelegd in de (slot)uitdelingslijst.
Faillissementsproces
1. Faillissementsaanvraag (1 Fw)
2. Faillietverklaring faillissementsbeslag daardoor
a. Vermogen failliet gefixeerd (20 Fw)
b. Failliet beschikkingsonbevoegd (23 Fw)
c. Curator beschikkingsbevoegd (68 Gw, Pannevis q.q./Air Holland Finance)
3. Vordering indienen ter verificatie
4. Verificatievergadering
a. Schulden vastgesteld en vastgelegd in proces-verbaal
b. Akkoord proberen
i. Bij geen akkoord insolventie (173 Fw) waarna de opbrengst
verdeeld
ii. Bij akkoord geen insolventie en faillissementsbeslag vervalt (161
Fw).
Vroegtijdige opheffing mogelijk bij onvoldoende baten (16 Fw).
, 1
1. Uitwinbare goederen
De hoofdregel in artikel 3:276 BW: in beginsel zijn alle goederen voor executie vatbaar
1.1 Uitzondering
De wet of overeenkomst kan bepalen dat bepaalde goederen niet uitgewonnen kunnen
worden (art. 3:276 BW). Daarmee vormen deze goederen een uitzondering op de
hoofdregel.
- 447 jo 448 Rv Beslagverbod executoriaal beslag
- 712 Rv Beslagverbod conservatoir beslag
- 475a lid 2 Rv Beslag op loon dat onder een inhoudingsplicht valt
- 436 Rv Goederen openbare orde
- 475a e.v. Rv Beslagvrije voet voor loon en uitkeringen
- 21 en 22a Fw Beslagvrije voet faillissement
- 295 Fw Beslagvrije voet schuldsanering
Het kan ook voorkomen dat de aard van het goed niet voor overdracht vatbaar is (denk
aan een natuurlijke verbintenis). Ook op basis van overeenkomst kunnen goederen
uitgesloten worden, zolang dit niet in strijd is met dwingende wetsbepalingen.