Duitse Literatuurgeschiedenis
Mittelalter (500-1500)
De middeleeuwen is te verdelen in 3 perioden:
● Althochdeutsche Zeit (750-1050)
● Mittelhochdeutsche Zeit (1050-1350)
● Neuhochdeutsche Zeit (1350-1500)
De middeleeuwen is een term bedacht door Italiaanse renaissancisten, geeft de periode
tussen de klassieke Oudheid (Antike) en de renaissance (Neuzeit) aan. Er waren 3 standen,
de kerk, de adel en de boeren. De macht wordt verdeeld tussen de kerk en de adel. De
geestelijken (clerus) kunnen schrijven, sommige edelen ook.
Althochdeutsche Zeit
In de kloosters ontstaan vooral geestelijke teksten in het Latijn. Keizer Karel de Grote (768-
814) laat geestelijken opschrijven wat er in de oudhoogduitse taal mondeling is
overgebleven. Een voorbeeld hiervan is het hildebrandslied (oud-Germaans heldenlied) over
een vader en een zoon op het slagveld.
Mittelhochdeutsche Zeit
Deze tijd heeft de hoofse cultuur als basis, de hoofse cultuur is gebaseerd op de adel. Er zijn
3 genres:
● heldenepos → bijvoorbeeld het nibelungenlied uit ongeveer 1200
● hoofse roman (artusroman) → gebaseerd op de romans van Chretie de
Troyes, voorbeelden zijn: Parzival van Wolfram van Eschenbach (1170-
1220) enTristan und Isolde (1210) van Gottfried von Straßburg
● minnesang → liederen met thema hoge liefde, verering van een
onbereikbare adelijke dame, een voorbeeld is Walter vor der Vogelweide
- niedere minne → beschrijving van liefde tussen een Ridder en een
vrouw van een lagere stand
- höhere minne → de verering van een onbereikbare, adellijke dame
Neuhochdeutsche Zeit
Het accent verschuift van het hof (adel) naar de stad (burgerij).Steden groeien en daarmee
groeit ook het zelfbewustzijn van de burgers. Rond 1450 werd de boekdrukkunst
uitgevonden en in 1492 werd Amerika ontdekt door Columbus. Onder andere door deze
gebeurtenissen luidde zich een nieuw tijdperk in, namelijk de renaissance. Er was
verschillende literatuur in de Neuhochdeutsche Zeit:
● geestelijke literatuur → (door het ontstaan van bedelorden in de steden):
preken, heiligenlegenden, geestelijk drama, mystieke literatuur
, ● moralistik → moraliserende literatuur, bijvoorbeeld fabels en een Schwank
(kort verhaal over komische situatie, voorloper schelmenroman)
Neuzeit (1500-1700)
● Renaissance, Humanismus, Reformation (1500-1600)
● Barock (1600-1700)
Renaissance
In de middeleeuwen is de mens gericht op het Jeneseits (leven na de dood). Dit veranderde
rond 1500 in het richten op het hier en nu (Diesseits). Bovendien wil men de wereld met het
verstand onderzoeken en verklaren. De renaissance (Wiedergeburt) heeft oorsprong in Italië
(rond 1300). Het is de verering van de klassieke oudheid (Grieken en Romeinen) de mens
staat centraal in de renaissance.
Humanismus
Humanismus is een intellectuele en wetenschappelijke beweging die elke vorm van kennnis
wilde baseren op de literatuur en cultuur van de klassieke oudheid. Erasmus van Rotterdam
is een belangrijk humanist. Het humanisme heeft een positief mensbeeld, de mens is in
staat zelf zijn leven zin te geven.
Er was veel vertrouwen in het menselijke verstand:
● uitvindingen van de boekdrukkunst door Gutenberg rond 1450
● ontdekking van Amerika door Columbus in 1492
● Copernicus en het bewijs van Galilei dat de aarde om de zon draait (heliocentrisch
wereldbeeld) en niet omgekeerd (ptolemeïsch wereldbeeld)
Reformation
In 1517 plakte Martin Luther de 95 stellingen aan de kerk van Wittenberg en leverde hij
hierdoor kritiek op de misstanden binnen de kerk (o.a. de aflatenhandel), maar ook leverde
hij kritiek op de leer van de kerk. Reformation is de vernieuwing, de beweging die uiteindelijk
leidde tot een tweedeling binnen de kerk: Katholiek en Protestants. Luther vertaalt ook de
bijbel in het Duits, dit is de aanzet tot het vormen van een eenheidstaal.
Een Meistersinger was een dichter en/of zanger van burgerlijke afkomst in de 15e en 16e
eeuw. Meistersinger (meervoud) waren verenigd in een soort gilde.
Barock
De spanningen tussen de katholieken en de protestanten leidden tot de 30-jarige oorlog
(1618-1648) en valt deels samen met de 80-jarige oorlog. In 1648 is er de vrede van
Münster (Westfälischer Frieden). Naast de verschrikkingen van de oorlog heersen ook
Mittelalter (500-1500)
De middeleeuwen is te verdelen in 3 perioden:
● Althochdeutsche Zeit (750-1050)
● Mittelhochdeutsche Zeit (1050-1350)
● Neuhochdeutsche Zeit (1350-1500)
De middeleeuwen is een term bedacht door Italiaanse renaissancisten, geeft de periode
tussen de klassieke Oudheid (Antike) en de renaissance (Neuzeit) aan. Er waren 3 standen,
de kerk, de adel en de boeren. De macht wordt verdeeld tussen de kerk en de adel. De
geestelijken (clerus) kunnen schrijven, sommige edelen ook.
Althochdeutsche Zeit
In de kloosters ontstaan vooral geestelijke teksten in het Latijn. Keizer Karel de Grote (768-
814) laat geestelijken opschrijven wat er in de oudhoogduitse taal mondeling is
overgebleven. Een voorbeeld hiervan is het hildebrandslied (oud-Germaans heldenlied) over
een vader en een zoon op het slagveld.
Mittelhochdeutsche Zeit
Deze tijd heeft de hoofse cultuur als basis, de hoofse cultuur is gebaseerd op de adel. Er zijn
3 genres:
● heldenepos → bijvoorbeeld het nibelungenlied uit ongeveer 1200
● hoofse roman (artusroman) → gebaseerd op de romans van Chretie de
Troyes, voorbeelden zijn: Parzival van Wolfram van Eschenbach (1170-
1220) enTristan und Isolde (1210) van Gottfried von Straßburg
● minnesang → liederen met thema hoge liefde, verering van een
onbereikbare adelijke dame, een voorbeeld is Walter vor der Vogelweide
- niedere minne → beschrijving van liefde tussen een Ridder en een
vrouw van een lagere stand
- höhere minne → de verering van een onbereikbare, adellijke dame
Neuhochdeutsche Zeit
Het accent verschuift van het hof (adel) naar de stad (burgerij).Steden groeien en daarmee
groeit ook het zelfbewustzijn van de burgers. Rond 1450 werd de boekdrukkunst
uitgevonden en in 1492 werd Amerika ontdekt door Columbus. Onder andere door deze
gebeurtenissen luidde zich een nieuw tijdperk in, namelijk de renaissance. Er was
verschillende literatuur in de Neuhochdeutsche Zeit:
● geestelijke literatuur → (door het ontstaan van bedelorden in de steden):
preken, heiligenlegenden, geestelijk drama, mystieke literatuur
, ● moralistik → moraliserende literatuur, bijvoorbeeld fabels en een Schwank
(kort verhaal over komische situatie, voorloper schelmenroman)
Neuzeit (1500-1700)
● Renaissance, Humanismus, Reformation (1500-1600)
● Barock (1600-1700)
Renaissance
In de middeleeuwen is de mens gericht op het Jeneseits (leven na de dood). Dit veranderde
rond 1500 in het richten op het hier en nu (Diesseits). Bovendien wil men de wereld met het
verstand onderzoeken en verklaren. De renaissance (Wiedergeburt) heeft oorsprong in Italië
(rond 1300). Het is de verering van de klassieke oudheid (Grieken en Romeinen) de mens
staat centraal in de renaissance.
Humanismus
Humanismus is een intellectuele en wetenschappelijke beweging die elke vorm van kennnis
wilde baseren op de literatuur en cultuur van de klassieke oudheid. Erasmus van Rotterdam
is een belangrijk humanist. Het humanisme heeft een positief mensbeeld, de mens is in
staat zelf zijn leven zin te geven.
Er was veel vertrouwen in het menselijke verstand:
● uitvindingen van de boekdrukkunst door Gutenberg rond 1450
● ontdekking van Amerika door Columbus in 1492
● Copernicus en het bewijs van Galilei dat de aarde om de zon draait (heliocentrisch
wereldbeeld) en niet omgekeerd (ptolemeïsch wereldbeeld)
Reformation
In 1517 plakte Martin Luther de 95 stellingen aan de kerk van Wittenberg en leverde hij
hierdoor kritiek op de misstanden binnen de kerk (o.a. de aflatenhandel), maar ook leverde
hij kritiek op de leer van de kerk. Reformation is de vernieuwing, de beweging die uiteindelijk
leidde tot een tweedeling binnen de kerk: Katholiek en Protestants. Luther vertaalt ook de
bijbel in het Duits, dit is de aanzet tot het vormen van een eenheidstaal.
Een Meistersinger was een dichter en/of zanger van burgerlijke afkomst in de 15e en 16e
eeuw. Meistersinger (meervoud) waren verenigd in een soort gilde.
Barock
De spanningen tussen de katholieken en de protestanten leidden tot de 30-jarige oorlog
(1618-1648) en valt deels samen met de 80-jarige oorlog. In 1648 is er de vrede van
Münster (Westfälischer Frieden). Naast de verschrikkingen van de oorlog heersen ook