•1813: Koning Willem I aan de macht: regeerde als een absoluut vorst. Alleen hij was de baas.
•1840: Koning Willem II aan de macht: wilde ook de totale macht.
•1844: Thorbecke en „Negenmannen “(liberalen) willen dat de koning afstand doet van zijn macht.
•1848: Revolutiejaar: Willem II doet afstand van zijn macht: Thorbecke schrijft nieuwe (liberale)
grondwet.
•Nederland wordt parlementaire democratie.
✴Gescheiden machten (wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht). ✴Gekozen Eerste
en Tweede kamer.
✴Censuskiesrecht
Klassieke grondrechten: beschermen de burgers tegen een te grote macht van de overheid. Ook de
overheid moet zich aan de grondwet houden. Nieuwe wetten mogen nooit tegen de grondwet
ingaan.
•Vrijheid van godsdienst
•Vrijheid van meningsuiting
•Vrijheid van vereniging en vergadering
•Vrijheid van onderwijs
Politieke partijen bestaan pas vanaf 1878 (ARP). Men stemde in de 19ᵉ eeuw op personen; nu op
partijen. Een regering moet altijd een meerderheid aan steun hebben in de kamer, dus vormt men
een coalitie of samenwerking tussen partijen. 3
Taken van het parlement:
•Tweede kamer:
✓Maken van wetten, recht van Initiatief
✓Wijzigen en/of aanvullen van een wetsvoorstel, recht van Amendement
•Eerste en Tweede kamer:
✓Bepalen waaraan het geld wordt besteed, bestedingen goedkeuren, recht van Budget
✓Minster informatie vragen, recht van Interpellatie
✓Grootscheeps onderzoek naar iets instellen, recht van Enquete
Coalitie: politieke partijen die samen een regering vormen; zij moeten minimaal 76 zetels in de
Tweede Kamer hebben, ander zullen de oppositiepartijen steeds hun voorstellen wegstemmen.
Oppositie: Politieke partijen die niet tot de regeringspartijen behoren, maar alleen in de kamer
zitten. Wanneer zij de meerderheid hebben, kunnen zij de regering dwars zitten door alle
wetsvoorstellen af te wijzen.
, Recht van initiatief (wanneer de wet door een kamerlid is gemaakt).
Tweede Kamer mag de wet aannemen, afwijzen of wijzigen
Eerste Kamer mag een wet alleen aannemen of afwijzen: dus niet wijzigen. Toetst de wet aan de
Grondwet.
De minister en de koning tekenen de wet en de wet wordt gepubliceerd in de Staats-courant zodat
iedereen ervan weet.