overbodig?
Een juridische uiteenzetting van de huidige positie van de ondernemingsraad ten opzichte van het
enquêterecht en van de argumenten voor en tegen een wettelijk verankerd enquêterecht van de
ondernemingsraad
Naam: Juliet van Dijk
Adres: Oude Rijn 81a, 2312 HC Leiden
Studentnummer: s2221489
Telefoonnummer: 06 349 622 74
E-mail:
Studierichting: Rechtsgeleerdheid
Betreffende: Bachelor scriptie Ondernemingsrecht
Begeleidend docent: Mr. C. de Groot
Datum: mei 2021
Aantal woorden: 4.954 (exclusief inhoudsopgave en literatuur- en jurisprudentielijst)
Aantal pagina’s: 19
1
,Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Inleiding ............................................................................................................................ 3
1.1 Onderzoeksvraag ........................................................................................................................... 3
1.2 Opbouw.......................................................................................................................................... 3
Hoofdstuk 2 Inleiding ondernemingsraad ........................................................................................... 4
2.1 Wet op de ondernemingsraden en het doel van de ondernemingsraad .......................................... 4
2.2 De verplichting tot het instellen van een ondernemingsraad ......................................................... 4
2.3 De rechten van de ondernemingsraad ............................................................................................ 4
Hoofdstuk 3 Inleiding enquêterecht ..................................................................................................... 6
3.1 Het enquêteverzoek en de procedure ............................................................................................. 6
3.1.1 Voorlopige voorzieningen ...................................................................................................... 6
3.1.2 Afwijzing van het verzoek ....................................................................................................... 6
3.1.3 Toewijzing van het verzoek..................................................................................................... 6
3.1.4 Kostenveroordeling ................................................................................................................ 6
3.1.5 Voorzieningen ......................................................................................................................... 7
3.2 De gerechtigden tot het doen van een verzoek tot enquête............................................................ 7
3.3 Het doel van het enquêterecht ........................................................................................................ 8
3.4 De geschiedenis van het enquêterecht ........................................................................................... 8
Hoofdstuk 4 De huidige positie van de ondernemingsraad ten opzichte van het enquêterecht...... 9
4.1 Enquêtebevoegdheid toegekend bij statuten of overeenkomst met de rechtspersoon ................... 9
4.2 De ondernemingsraad als belanghebbende in een enquêteprocedure .......................................... 10
4.3 Inlichting van de ondernemingsraad door de rechtspersoon en de vakbonden ........................... 10
4.4 Aansporen van andere partijen tot het doen van een enquêteverzoek ......................................... 10
Hoofdstuk 5 De wenselijkheid van het wettelijk enquêterecht van de ondernemingsraad ........... 11
5.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 11
5.2 Rechtspersoonlijkheid.................................................................................................................. 11
5.3 Procesbevoegdheid ...................................................................................................................... 11
5.4 Kostenveroordeling en schadevergoeding, waarborgen tegen lichtvaardige enquêteverzoeken . 12
5.5 Samenloop met artikel 26 Wor .................................................................................................... 13
5.6 De positie van de ondernemingsraad ........................................................................................... 14
5.7 Het wettelijk enquêterecht van de vakbonden ............................................................................. 15
Hoofdstuk 6 Conclusie ......................................................................................................................... 16
Literatuurlijst ....................................................................................................................................... 17
Jurisprudentielijst ................................................................................................................................ 19
2
, Hoofdstuk 1 Inleiding
Op 1 januari 2013 trad de Wet tot wijziging van boek 2 Burgerlijk Wetboek (BW) in verband
met de aanpassing van het recht van enquête in werking.1 De wetgever heeft toentertijd de keuze
gemaakt de ondernemingsraad niet de wettelijke enquêtebevoegdheid toe te kennen. In de
literatuur is echter veelvuldig de vraag opgeworpen of aan de ondernemingsraad dit recht niet
toch zou moeten toekomen.2
In dit stuk worden argumenten ten aanzien van de wenselijkheid van het wettelijk verankerd
enquêterecht van de ondernemingsraad uiteengezet. Ten slotte wordt een conclusie getrokken
over de wenselijkheid.
1.1 Onderzoeksvraag
Is het wenselijk om de ondernemingsraad een wettelijk verankerd enquêterecht toe te kennen?
1.2 Opbouw
De beantwoording van de onderzoeksvraag wordt opgedeeld in vijf hoofdstukken. Na deze
algemene inleiding geeft het tweede hoofdstuk een inleiding op de ondernemingsraad.
Hoofdstuk drie behandelt het enquêterecht. In hoofdstuk vier wordt stilgestaan bij de huidige
positie van de ondernemingsraad ten opzichte van het enquêterecht. Hoofdstuk vijf bevat een
uiteenzetting van argumenten voor en tegen de wenselijkheid van een wettelijk verankerd
enquêterecht en hoofdstuk zes bevat de conclusie.
1
Wet van 18 juni 2012, Stb. 2012, 274.
2
Bijvoorbeeld: Makkink, Ondernemingsrecht 2018/65 & Vink-Dijkstra & Wife, Recht & Arbeid 2020.
3