Thema 1 Democratie
Hoofdstuk 1 Democratie
Politiek = Het maken van keuzes over een land of gebied, bijvoorbeeld veel files tussen de steden.
Snelweg verbreden of nieuwe spoorverbinding?
Politicus = Iemand die politieke keuzes maakt (ministers en burgemeesters)
Bij het maken van keuzes hebben politici te maken met verschillende meningen en belangen uit de
samenleving, hier moet de politici rekening mee houden.
Democratie = een bestuursvorm waarbij alle burgers mogen meebeslissen en invloed kunnen
uitoefenen op het bestuur van het land.
Nederland is een democratie.
Het woord democratie komt van de Griekse woorden démos (volk) en krátos (heerschappij).
Inspraak = burgers mogen meepraten en hun mening geven over kwesties in de samenleving
(democratie).
Politici vraagt soms zelf om de mening van burgers (bijeenkomst over het probleem). Als burger kan
je ook zelf inspraak hebben (reageren op plannen of zelf een voorstel indienen).
In een democratie worden beslissingen genomen door te stemmen. Alleen als er een meerderheid
van de stemmers voor het voorstel is, wordt het aangenomen, de meerderheid beslist dus.
Dictatuur = een bestuursvorm waarbij één persoon of een kleine groep mensen alle macht in handen
heeft.
Degene die in een dictatuur de macht in handen heeft, noem je een dictator.
Bij een dictatuur wordt niet gestemd, worden dus ook beslissingen genomen waar de meerderheid
het niet mee eens is. Burgers hebben dus geen inspraak en geen vrijheid van meningsuiting.
Aristocratie = macht in handen van een elite (bevoorrechte groep). Bijvoorbeeld mensen met meeste
geld, adellijke komaf, hoogste opleiding.
Theocratie = godheid de hoogste macht. Religieuze leiders veel te zeggen, zij vertegenwoordigen de
godheid.
Hoofdstuk 2 Democratie in Nederland
Directe democratie = een vorm van democratie waarbij burgers zelf politieke beslissingen nemen
(stemmen).
Referendum = voorleggen van een politieke keuze aan de bevolking (wetsvoorstel, hierover wordt
gestemd, meerderheid beslist).
Indirecte democratie = vorm van democratie waarbij burgers via de verkiezingen invloed hebben op
politieke keuzes.
De volksvertegenwoordigers maken politieke keuzes, burgers niet. Burgers kiezen de
volksvertegenwoordigers.
Volksvertegenwoordiger = een persoon die wordt gekozen tijdens de verkiezingen en beslissingen
neemt namens de bevolking.
De bevolking kiest volksvertegenwoordigers de volksvertegenwoordigers stemmen over besluiten
een politiek besluit wordt genomen als een meerderheid van de volksvertegenwoordigers het
daarmee eens is.
Hoofdstuk 1 Democratie
Politiek = Het maken van keuzes over een land of gebied, bijvoorbeeld veel files tussen de steden.
Snelweg verbreden of nieuwe spoorverbinding?
Politicus = Iemand die politieke keuzes maakt (ministers en burgemeesters)
Bij het maken van keuzes hebben politici te maken met verschillende meningen en belangen uit de
samenleving, hier moet de politici rekening mee houden.
Democratie = een bestuursvorm waarbij alle burgers mogen meebeslissen en invloed kunnen
uitoefenen op het bestuur van het land.
Nederland is een democratie.
Het woord democratie komt van de Griekse woorden démos (volk) en krátos (heerschappij).
Inspraak = burgers mogen meepraten en hun mening geven over kwesties in de samenleving
(democratie).
Politici vraagt soms zelf om de mening van burgers (bijeenkomst over het probleem). Als burger kan
je ook zelf inspraak hebben (reageren op plannen of zelf een voorstel indienen).
In een democratie worden beslissingen genomen door te stemmen. Alleen als er een meerderheid
van de stemmers voor het voorstel is, wordt het aangenomen, de meerderheid beslist dus.
Dictatuur = een bestuursvorm waarbij één persoon of een kleine groep mensen alle macht in handen
heeft.
Degene die in een dictatuur de macht in handen heeft, noem je een dictator.
Bij een dictatuur wordt niet gestemd, worden dus ook beslissingen genomen waar de meerderheid
het niet mee eens is. Burgers hebben dus geen inspraak en geen vrijheid van meningsuiting.
Aristocratie = macht in handen van een elite (bevoorrechte groep). Bijvoorbeeld mensen met meeste
geld, adellijke komaf, hoogste opleiding.
Theocratie = godheid de hoogste macht. Religieuze leiders veel te zeggen, zij vertegenwoordigen de
godheid.
Hoofdstuk 2 Democratie in Nederland
Directe democratie = een vorm van democratie waarbij burgers zelf politieke beslissingen nemen
(stemmen).
Referendum = voorleggen van een politieke keuze aan de bevolking (wetsvoorstel, hierover wordt
gestemd, meerderheid beslist).
Indirecte democratie = vorm van democratie waarbij burgers via de verkiezingen invloed hebben op
politieke keuzes.
De volksvertegenwoordigers maken politieke keuzes, burgers niet. Burgers kiezen de
volksvertegenwoordigers.
Volksvertegenwoordiger = een persoon die wordt gekozen tijdens de verkiezingen en beslissingen
neemt namens de bevolking.
De bevolking kiest volksvertegenwoordigers de volksvertegenwoordigers stemmen over besluiten
een politiek besluit wordt genomen als een meerderheid van de volksvertegenwoordigers het
daarmee eens is.