Chemisch veredelen
Leerjaar 2 – kwartiel 3
Definitie = elke behandeling (anders dan voorbehandeling of verven) bij de productie
van textiel die het uiterlijk verbetert en/of het textiel functionele eigenschappen
verleent. Kan zo hetzelfde uitgangsmateriaal meerdere toepassingen geven, waardoor
het veelzijdiger op de markt kan worden gebracht.
- Het aanbrengen van chemicaliën (of mechanische handelingen) op een doek om
de eigenschappen ervan te veranderen.
- Voornamelijk op basis van een waterige oplossing, gevolgd door uitharding of
droging; chemische veredeling.
o Chemische veredeling wordt ook wel natveredeling (wet finishing) genoemd.
Proces van chemische veredeling
* Niet altijd vereist, hangt af van de chemicaliën/functie
Processen
- Aanbrengen van veredelingsoplossing
- Verdampen van oplosmiddel of water (drogen)
- Verhitten om chemische stoffen te activeren (uitharden)
Manieren van aanbrengen & machines
1. Foulard impregnatie/padding
Het doordrenken van de stof in een oplossing op waterbasis die functionele
chemicaliën bevat à uitpersen.
o Doel: een chemische finish volledig in de hele stof aanbrengen
o Soorten: verticale- en horizontale foulard
o Parameters: snelheid, druk en concentratie chemicaliën
Vochtopname = hoeveelheid van de
oplossing met chemicaliën op het doek
, De foulard wordt het meest toegepast om een finish aan te brengen.
Is het doek zwaar? Dan gaat hij meerdere keren door de chemische finish.
Voordeel op nat doek: je meet veel verschil in gewicht.
= continue proces
Nabehandeling: voordrogen – uitharden (stomen) – drogen.
Kritische factoren:
o Doek: kreukvorming, doekspanning.
o Aandrukrollen: beschadiging, ongelijke pick-up verhouding.
o Vloeistofbad: als chemicaliën niet oplossen, volume te klein.
Verticale foulard:
o Dip: het onderdompelen van de stof.
o Nip: de walsspleet; dit is de plek tussen
de twee perswalsen.
o WPU-percentage: de hoeveelheid
oplossing die wordt opgenomen.
Vb.: van 100 kg à 190 kg = 90% WPU.
Je ziet bij de horizontale foulard dat de walsen op
het eind naast elkaar staan. De verticale foulard
wordt het meest gebruikt, omdat de bediener dan
beter kan zien wanneer de stof voorbij de
walsspleet is.
o In plaats van de twee perswalsen (wordt soms ook wel een mangel genoemd) op
het eind, wordt er ook wel eens een vacuümsleuf gebruikt. Zij halen dus ook het
water & de chemicaliën uit het doek en kunnen staan voor en na de foulard. Door
het water te verwijderen wordt de stof sneller droog, waardoor de productie
toeneemt en er energie kan worden bespaard.
2. Uittrekprocedure
Voor een bepaalde tijd/temperatuur volledig
onderdompelen of regelmatig door de oplossing
halen; het doek of het garen bevindt zich in de
vloeistof totdat de chemicaliën op het textiel
overgedragen (affiniteit nodig), in de vezel
doorgedrongen en
gefixeerd zijn. De
vloeistof moet wel
willen hechten aan de
stof (= affiniteit), dus dit kan niet bij iedere stof.
Voorbeelden: Emulsie op basis van was, paraffine en
kationische stoffen (ionen met een positieve lading).
Eis: affiniteit van de chemische finish voor het doek
tijdens de uittrekprocedure.
(Affiniteit = aantrekkingskracht.)
= discontinue proces; alleen speciale coating die je
aanbrengt.
, 3. Coating
Het aanbrengen van een chemische finish (bijv. hars)
die een synthetische laag vormt (bijv. PVC of PU) boven
op de bestaande vezels/stof om extra functionaliteiten of
esthetiek te creëren.
o Coating kan één- of tweezijdig zijn (zelfs twee
verschillende soorten coatings)
o Aanbrengen van een film- of bedekkingslaag,
aangebracht met een mescoater (zie plaatje).
o De pasta heeft een hogere viscositeit (dikker) dan bij
de foulard.
4. Schuimcoating
Energie-efficiënte manier om chemische finishes op textiel aan te brengen door het
waterverbruik tot een minimum te beperken, is door schuim te gebruiken in plaats
van vloeistof om de actieve chemicaliën toe te dienen; remix van de foulard &
coating. Ook heb je minder chemicaliën nodig, omdat je lucht erbij hebt. Het schuim
wordt gemaakt van chemicaliën & water.
o Persistentie: tijd die nodig is om schuim om te zetten in vloeistof en de
levensduur.
o Schuimapplicatie:
- Mescoater: eenzijdig
(Het schuim moet stabiel zijn en niet geneigd te
verdampen).
De hoeveelheid schuim die wordt aangebracht is
afhankelijk van de afstand tussen het mes en het
stofoppervlak.
- Horizontale rolcoater: tweezijdig
Voordeel: schuim kan tegelijkertijd op twee kanten worden
aangebracht. De walsen breken de belletjes af.
o Nadat het schuim door het mes is aangebracht, wordt de
stof tussen twee perswalsen of over een vacuümsleuf gevoerd
om de belletjes in het schuim af te breken en te zorgen dat de
resulterende vloeistof in de stof doordringt.
5. Spraycoating/vernevelen
Voor het aanbrengen van kleine concentraties van
laagviskeuze (dunne) vloeistoffen. De chemicaliën
vernevelen over het doek heen.
o Het sproeien kan eenzijdig of tweezijdig.
o Er is geen energie nodig voor het drogen à geen
water nodig, dus met minder watergebruik, maar wel
hetzelfde realiseren.
o De chemische formulering mag de sproeikoppen niet
verstoppen.
à Voorbeelden: verzachtende- of antistatische finishes.
Leerjaar 2 – kwartiel 3
Definitie = elke behandeling (anders dan voorbehandeling of verven) bij de productie
van textiel die het uiterlijk verbetert en/of het textiel functionele eigenschappen
verleent. Kan zo hetzelfde uitgangsmateriaal meerdere toepassingen geven, waardoor
het veelzijdiger op de markt kan worden gebracht.
- Het aanbrengen van chemicaliën (of mechanische handelingen) op een doek om
de eigenschappen ervan te veranderen.
- Voornamelijk op basis van een waterige oplossing, gevolgd door uitharding of
droging; chemische veredeling.
o Chemische veredeling wordt ook wel natveredeling (wet finishing) genoemd.
Proces van chemische veredeling
* Niet altijd vereist, hangt af van de chemicaliën/functie
Processen
- Aanbrengen van veredelingsoplossing
- Verdampen van oplosmiddel of water (drogen)
- Verhitten om chemische stoffen te activeren (uitharden)
Manieren van aanbrengen & machines
1. Foulard impregnatie/padding
Het doordrenken van de stof in een oplossing op waterbasis die functionele
chemicaliën bevat à uitpersen.
o Doel: een chemische finish volledig in de hele stof aanbrengen
o Soorten: verticale- en horizontale foulard
o Parameters: snelheid, druk en concentratie chemicaliën
Vochtopname = hoeveelheid van de
oplossing met chemicaliën op het doek
, De foulard wordt het meest toegepast om een finish aan te brengen.
Is het doek zwaar? Dan gaat hij meerdere keren door de chemische finish.
Voordeel op nat doek: je meet veel verschil in gewicht.
= continue proces
Nabehandeling: voordrogen – uitharden (stomen) – drogen.
Kritische factoren:
o Doek: kreukvorming, doekspanning.
o Aandrukrollen: beschadiging, ongelijke pick-up verhouding.
o Vloeistofbad: als chemicaliën niet oplossen, volume te klein.
Verticale foulard:
o Dip: het onderdompelen van de stof.
o Nip: de walsspleet; dit is de plek tussen
de twee perswalsen.
o WPU-percentage: de hoeveelheid
oplossing die wordt opgenomen.
Vb.: van 100 kg à 190 kg = 90% WPU.
Je ziet bij de horizontale foulard dat de walsen op
het eind naast elkaar staan. De verticale foulard
wordt het meest gebruikt, omdat de bediener dan
beter kan zien wanneer de stof voorbij de
walsspleet is.
o In plaats van de twee perswalsen (wordt soms ook wel een mangel genoemd) op
het eind, wordt er ook wel eens een vacuümsleuf gebruikt. Zij halen dus ook het
water & de chemicaliën uit het doek en kunnen staan voor en na de foulard. Door
het water te verwijderen wordt de stof sneller droog, waardoor de productie
toeneemt en er energie kan worden bespaard.
2. Uittrekprocedure
Voor een bepaalde tijd/temperatuur volledig
onderdompelen of regelmatig door de oplossing
halen; het doek of het garen bevindt zich in de
vloeistof totdat de chemicaliën op het textiel
overgedragen (affiniteit nodig), in de vezel
doorgedrongen en
gefixeerd zijn. De
vloeistof moet wel
willen hechten aan de
stof (= affiniteit), dus dit kan niet bij iedere stof.
Voorbeelden: Emulsie op basis van was, paraffine en
kationische stoffen (ionen met een positieve lading).
Eis: affiniteit van de chemische finish voor het doek
tijdens de uittrekprocedure.
(Affiniteit = aantrekkingskracht.)
= discontinue proces; alleen speciale coating die je
aanbrengt.
, 3. Coating
Het aanbrengen van een chemische finish (bijv. hars)
die een synthetische laag vormt (bijv. PVC of PU) boven
op de bestaande vezels/stof om extra functionaliteiten of
esthetiek te creëren.
o Coating kan één- of tweezijdig zijn (zelfs twee
verschillende soorten coatings)
o Aanbrengen van een film- of bedekkingslaag,
aangebracht met een mescoater (zie plaatje).
o De pasta heeft een hogere viscositeit (dikker) dan bij
de foulard.
4. Schuimcoating
Energie-efficiënte manier om chemische finishes op textiel aan te brengen door het
waterverbruik tot een minimum te beperken, is door schuim te gebruiken in plaats
van vloeistof om de actieve chemicaliën toe te dienen; remix van de foulard &
coating. Ook heb je minder chemicaliën nodig, omdat je lucht erbij hebt. Het schuim
wordt gemaakt van chemicaliën & water.
o Persistentie: tijd die nodig is om schuim om te zetten in vloeistof en de
levensduur.
o Schuimapplicatie:
- Mescoater: eenzijdig
(Het schuim moet stabiel zijn en niet geneigd te
verdampen).
De hoeveelheid schuim die wordt aangebracht is
afhankelijk van de afstand tussen het mes en het
stofoppervlak.
- Horizontale rolcoater: tweezijdig
Voordeel: schuim kan tegelijkertijd op twee kanten worden
aangebracht. De walsen breken de belletjes af.
o Nadat het schuim door het mes is aangebracht, wordt de
stof tussen twee perswalsen of over een vacuümsleuf gevoerd
om de belletjes in het schuim af te breken en te zorgen dat de
resulterende vloeistof in de stof doordringt.
5. Spraycoating/vernevelen
Voor het aanbrengen van kleine concentraties van
laagviskeuze (dunne) vloeistoffen. De chemicaliën
vernevelen over het doek heen.
o Het sproeien kan eenzijdig of tweezijdig.
o Er is geen energie nodig voor het drogen à geen
water nodig, dus met minder watergebruik, maar wel
hetzelfde realiseren.
o De chemische formulering mag de sproeikoppen niet
verstoppen.
à Voorbeelden: verzachtende- of antistatische finishes.