HC 1. Wat is psychologie Literatuur: hoofdstuk 1
Psychologie = wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van menselijke gedrag en mentale
processen.
Mentale processen - IQ, hoe goed ben je in leren, hoe ontwikkelt het brein zich, hoe zie je de wereld
om je heen, hoe kijk je naar jezelf (onzeker, zelfvertrouwen).
→ De psychologie vraagt zich af hoe de mentale processen eruit zien bij normaal gedrag, als de
persoon zich goed voelt vs hoe het eruit ziet als het abnormaal/ongezond is
Gedrag en mentaal functioneren in context van cultuur, land, sociale economische status, geslacht,
leeftijd, opleiding, werk, inkomen
Psychologie bestaat pas 140 jaar
Wilhelm Wundt (1879) eerste psychologische onderzoekslaboratorium
Name of Founder Goals Methodes
psychology
Structuralism Wilhelm To study conscious experience Experiments: introspection
Wundt (1879) and its structure
Gestalt Max To describe the organization of Observation of sensory-
Wertheimer mental processes: “the whole is perceptual phenomena
(1912) different from the sum of its
parts”
Psychoanalysis Sigmund To explain personality and Study of individual cases
Freud (1800) behavior: to develop
techniques of treating mental
disorders
Functionalism William To study how the mind works Naturalistic observation of
James (1883) in allowing an organism to animal and human behavior
adapt to the environment
Behaviorism John B. To study observable behavior Observation of the
Watson and explain behavior through relationship between
B.F. Skinner learning principles environmental stimuli and
behavioral responses
10 Deelgebieden psychologie
Ontwikkelingspsychologie
→ Bestudeert hoe en waarom gedrag en mentale processen veranderen gedurende de levenscyclus van
een mens en wat de gevolgen daarvan zijn
Onderwijspsychologie
→ Bestudeert hoe mensen leren en hoe onderwijs het beste vormgegeven kan worden
Cognitieve
→ bestudeert mentale processen zoals perceptie, geheugen, leren, denken, bewustzijn, intelligentie,
etc.
,Klinische
→ bestudeert de oorzaken, gevolgen en behandelen van psychische stoornissen
Gezondheids
→ bestudeert hoe gedrag en mentale processen de lichamelijke gezondheid kunnen beïnvloeden en
andersom
(vb. hoe kan je ervoor zorgen dat kinderen meer groente gaan eten)
Persoonlijkheids
→ bestudeert de stabiele karaktereigenschappen van personen en hoe die samenhangen met bv
psychische problemen (temperament)
Sociale
→ bestudeert hoe mensen elkaars gedrag en mentale processen beïnvloeden, individueel én in groepen
Bio en Neuro
→ bestudeert hoe het brein en processen in ons lichaam ons gedrag en mentale processen beïnvloeden,
en andersom
Organisatie
→ bestudeert hoe de efficiëntie, productiviteit en tevredenheid van werknemers en werkgevers
vergroot kan worden
Schoolpsychologie
→ bestudeert IQ, diagnoseert leerproblemen van studenten
_________________________________________________________________________
HC 2. Learning Literatuur: hoofdstuk 5
Respondent conditioning (classic conditionering) - Pavlov & Watson
• Hoe kom je aan bepaalde angsten en hoe haal je de angsten weg?
→ Bij het klassiek conditioneren gaat het altijd om de reflexmatige respons (reactie) of gevoel
→ Bij klassiek conditionering gaat over de aanleiding die leidt tot het gedrag
Little Albert experiment
• Baby heeft van nature niet veel angsten. Watson laat zien dat de baby niet bang is voor witte
ratten. Als baby Albert een witte rat ziet, slaat Watson twee stalen buizen tegen elkaar wat
voor een hard geluid zorgt. De volgende keer dat baby Albert een witte rat ziet, is hij bang
→ conclusie: angsten zijn aan te leren
Unconditioned stimulus (UCS) → a stimulus that triggers a response without conditioning
Unconditioned response (UCR) → the automatic, unlearned, reaction to a stimulus
Conditioned stimulus (CS) → an originally neutral stimulus that now triggers a conditioned response
Conditioned response (CR) → the response triggered by the conditioned stimulus
• Extinctie: uitdoving van de gecondtitioneerde response
• Spontaan herstel (terugkeer CR op CS)
• Stimulusdiscriminatie → selectief leren, je leert alleen maar te reageren op een bepaalde
stimuli
• Stimulus generalisatie → aangeleerde respons CR pas je toe op meerdere stimuli die op CS
lijken
, Higher order conditioning
“stimulus van de twee orde roept dezelfde geconditioneerde respons op”
→ eigenlijk twee/ meerdere stimuli tegelijkertijd
→ de meerdere stimuli hoeven niet perse aangeleerd te zijn, kan ook een verbinding zijn
Angsten afleren
• Respondent extinction (flooding) → je wordt in 1x blootgesteld aan je grote angst
• Counterconditioning (systematic desensitization)
→ het verschil is dat je bij flooding hebt over blootstelling en bij counterconditioning gaat het over het
toevoegen van een positieve stimulus om de angst op te heffen
Habituatie: wennen aan prikkels → geluiden uit de omgeving die je niet meer hoort. bijv
tramgeluiden. Geldt ook voor het gewend raken van objecten voelen en zien.
Operant conditioneren - Skinner
Wat leer je van operant conditioneren?
• Hoe kan je gewenst gedrag aanleren (huiswerk maken, kamer opruimen)
• Hoe kom ik van ongewenst gedrag af (doordrammen, onbeleefd zijn, vloeken)
• Hoe houd ik gedrag in stand?
• Hoe is probleemgedrag tot stand gekomen?
Thorndike’s law of effect → iets wat fijn voelt, ga je vaker doen
Operant conditioneren → nieuw gedrag aanleren
De kans op een respons verandert door de gevolgen ervan.
Escape conditioning → het proces van het leren van responses die een vervelende of vervelende
stimulus laten stoppen
Avoidance conditioning → the process of learning particular responses that avoid an aversive
stimulus
Reinforcers → bekrachtigen/belonen
• Positieve reinforces → als je iets leuks toevoegt (nadruk op iets leuks aanbieden, positieve
aandacht)
Positive reinforces kunnen ook gebruikt worden om negatieve vormen van gedrag aan te leren.
VB: een pester pest een kind, er zijn altijd wel meelopers die het gepeste kind uitlachen. Dat
gelach is een positieve reinforce voor de pestkop en zorgt ervoor dat de pester vaker zal
pesten.
• Negatieve reinforcers → als je iets niet leuks weghaalt (nadruk op iets wegnemen, kan iets
wat het kind niet leuk vind zijn bv. kiespijn)
• Primary reinforcers → events or stimuli that satisfy psychological needs basic to survival
• Secondary reinforcers → rewards that people or animals learn to like
Gedrag neemt af door operant extinction
Wat is operant extinction? → zorgen dat er op een gedrag geen positieve reinforcer meer volgt. (dus
bij je eigen principe blijven!!) VB: een kind blijft heel lang boos omdat ze weet dat ze haar zin krijgt
als ze boos blijft. Zo leert dit kind om woede uitbarstingen te krijgen. Dit leer je dus af door operant
extinction
Gedrag in stand houden/ reinforcement schedules
• Fixed ratio → tijdens de activiteit wordt je op bepaalde nummers/tijden beloond
Het kind heeft 10 keer alleen gespeeld
• Variable ratio → niet alle goede responsen worden beloont, maar sommige daarvan
• Fixed interval → gaat om een bepaalde cjdn….
Psychologie = wetenschap die zich bezighoudt met het bestuderen van menselijke gedrag en mentale
processen.
Mentale processen - IQ, hoe goed ben je in leren, hoe ontwikkelt het brein zich, hoe zie je de wereld
om je heen, hoe kijk je naar jezelf (onzeker, zelfvertrouwen).
→ De psychologie vraagt zich af hoe de mentale processen eruit zien bij normaal gedrag, als de
persoon zich goed voelt vs hoe het eruit ziet als het abnormaal/ongezond is
Gedrag en mentaal functioneren in context van cultuur, land, sociale economische status, geslacht,
leeftijd, opleiding, werk, inkomen
Psychologie bestaat pas 140 jaar
Wilhelm Wundt (1879) eerste psychologische onderzoekslaboratorium
Name of Founder Goals Methodes
psychology
Structuralism Wilhelm To study conscious experience Experiments: introspection
Wundt (1879) and its structure
Gestalt Max To describe the organization of Observation of sensory-
Wertheimer mental processes: “the whole is perceptual phenomena
(1912) different from the sum of its
parts”
Psychoanalysis Sigmund To explain personality and Study of individual cases
Freud (1800) behavior: to develop
techniques of treating mental
disorders
Functionalism William To study how the mind works Naturalistic observation of
James (1883) in allowing an organism to animal and human behavior
adapt to the environment
Behaviorism John B. To study observable behavior Observation of the
Watson and explain behavior through relationship between
B.F. Skinner learning principles environmental stimuli and
behavioral responses
10 Deelgebieden psychologie
Ontwikkelingspsychologie
→ Bestudeert hoe en waarom gedrag en mentale processen veranderen gedurende de levenscyclus van
een mens en wat de gevolgen daarvan zijn
Onderwijspsychologie
→ Bestudeert hoe mensen leren en hoe onderwijs het beste vormgegeven kan worden
Cognitieve
→ bestudeert mentale processen zoals perceptie, geheugen, leren, denken, bewustzijn, intelligentie,
etc.
,Klinische
→ bestudeert de oorzaken, gevolgen en behandelen van psychische stoornissen
Gezondheids
→ bestudeert hoe gedrag en mentale processen de lichamelijke gezondheid kunnen beïnvloeden en
andersom
(vb. hoe kan je ervoor zorgen dat kinderen meer groente gaan eten)
Persoonlijkheids
→ bestudeert de stabiele karaktereigenschappen van personen en hoe die samenhangen met bv
psychische problemen (temperament)
Sociale
→ bestudeert hoe mensen elkaars gedrag en mentale processen beïnvloeden, individueel én in groepen
Bio en Neuro
→ bestudeert hoe het brein en processen in ons lichaam ons gedrag en mentale processen beïnvloeden,
en andersom
Organisatie
→ bestudeert hoe de efficiëntie, productiviteit en tevredenheid van werknemers en werkgevers
vergroot kan worden
Schoolpsychologie
→ bestudeert IQ, diagnoseert leerproblemen van studenten
_________________________________________________________________________
HC 2. Learning Literatuur: hoofdstuk 5
Respondent conditioning (classic conditionering) - Pavlov & Watson
• Hoe kom je aan bepaalde angsten en hoe haal je de angsten weg?
→ Bij het klassiek conditioneren gaat het altijd om de reflexmatige respons (reactie) of gevoel
→ Bij klassiek conditionering gaat over de aanleiding die leidt tot het gedrag
Little Albert experiment
• Baby heeft van nature niet veel angsten. Watson laat zien dat de baby niet bang is voor witte
ratten. Als baby Albert een witte rat ziet, slaat Watson twee stalen buizen tegen elkaar wat
voor een hard geluid zorgt. De volgende keer dat baby Albert een witte rat ziet, is hij bang
→ conclusie: angsten zijn aan te leren
Unconditioned stimulus (UCS) → a stimulus that triggers a response without conditioning
Unconditioned response (UCR) → the automatic, unlearned, reaction to a stimulus
Conditioned stimulus (CS) → an originally neutral stimulus that now triggers a conditioned response
Conditioned response (CR) → the response triggered by the conditioned stimulus
• Extinctie: uitdoving van de gecondtitioneerde response
• Spontaan herstel (terugkeer CR op CS)
• Stimulusdiscriminatie → selectief leren, je leert alleen maar te reageren op een bepaalde
stimuli
• Stimulus generalisatie → aangeleerde respons CR pas je toe op meerdere stimuli die op CS
lijken
, Higher order conditioning
“stimulus van de twee orde roept dezelfde geconditioneerde respons op”
→ eigenlijk twee/ meerdere stimuli tegelijkertijd
→ de meerdere stimuli hoeven niet perse aangeleerd te zijn, kan ook een verbinding zijn
Angsten afleren
• Respondent extinction (flooding) → je wordt in 1x blootgesteld aan je grote angst
• Counterconditioning (systematic desensitization)
→ het verschil is dat je bij flooding hebt over blootstelling en bij counterconditioning gaat het over het
toevoegen van een positieve stimulus om de angst op te heffen
Habituatie: wennen aan prikkels → geluiden uit de omgeving die je niet meer hoort. bijv
tramgeluiden. Geldt ook voor het gewend raken van objecten voelen en zien.
Operant conditioneren - Skinner
Wat leer je van operant conditioneren?
• Hoe kan je gewenst gedrag aanleren (huiswerk maken, kamer opruimen)
• Hoe kom ik van ongewenst gedrag af (doordrammen, onbeleefd zijn, vloeken)
• Hoe houd ik gedrag in stand?
• Hoe is probleemgedrag tot stand gekomen?
Thorndike’s law of effect → iets wat fijn voelt, ga je vaker doen
Operant conditioneren → nieuw gedrag aanleren
De kans op een respons verandert door de gevolgen ervan.
Escape conditioning → het proces van het leren van responses die een vervelende of vervelende
stimulus laten stoppen
Avoidance conditioning → the process of learning particular responses that avoid an aversive
stimulus
Reinforcers → bekrachtigen/belonen
• Positieve reinforces → als je iets leuks toevoegt (nadruk op iets leuks aanbieden, positieve
aandacht)
Positive reinforces kunnen ook gebruikt worden om negatieve vormen van gedrag aan te leren.
VB: een pester pest een kind, er zijn altijd wel meelopers die het gepeste kind uitlachen. Dat
gelach is een positieve reinforce voor de pestkop en zorgt ervoor dat de pester vaker zal
pesten.
• Negatieve reinforcers → als je iets niet leuks weghaalt (nadruk op iets wegnemen, kan iets
wat het kind niet leuk vind zijn bv. kiespijn)
• Primary reinforcers → events or stimuli that satisfy psychological needs basic to survival
• Secondary reinforcers → rewards that people or animals learn to like
Gedrag neemt af door operant extinction
Wat is operant extinction? → zorgen dat er op een gedrag geen positieve reinforcer meer volgt. (dus
bij je eigen principe blijven!!) VB: een kind blijft heel lang boos omdat ze weet dat ze haar zin krijgt
als ze boos blijft. Zo leert dit kind om woede uitbarstingen te krijgen. Dit leer je dus af door operant
extinction
Gedrag in stand houden/ reinforcement schedules
• Fixed ratio → tijdens de activiteit wordt je op bepaalde nummers/tijden beloond
Het kind heeft 10 keer alleen gespeeld
• Variable ratio → niet alle goede responsen worden beloont, maar sommige daarvan
• Fixed interval → gaat om een bepaalde cjdn….