NEDERLANDS – BOEKVERSLAG 2 – 2022
Opdracht
I Bibliografische gegevens
naam van de schrijver/schrijfster
titel (oorspronkelijke jaar van uitgave)
plaats van uitgave
jaar van gelezen uitgave en gelezen druk
uitgeverij
aantal pagina’s
(opdracht)
(motto)
Let op: geen vertaald werk en ook geen boek van de auteur van wie je voor boekverslag 1 al
een boek hebt gelezen. Ga eens een nieuw leesavontuur aan. Je kunt bij je keuze gebruik
van bijgevoegde leeslijst. Je kunt ook raadplegen Leesplein15+. Laat je keuze eerst
controleren voordat je aan de slag gaat!!
II Vertelinstantie
Bepaal van het werk dat je gelezen hebt de vertelinstantie(s). Kies daarbij uit: de
belevende ik-verteller, de achteraf vertellende –ik, de personale verteller of de
auctoriale verteller. Let op: in sommige boeken is er sprake van meer dan één
vertelinstantie. Je hoeft dan niet alle vertelinstanties te bepalen, maar je mag je
beperken tot de twee belangrijkste vertelinstanties.
Beargumenteer jouw keuze voor deze vertelinstantie(s) met behulp van drie
bewijskrachtige citaten per vertelinstantie. Voorzie ieder citaat van een korte
toelichting.
III Personages
Geef een beschrijving van twee personages, die in het gelezen werk een rol van
betekenis spelen. In die beschrijving is opgenomen:
1] Gegevens van het uiterlijk van elk personage, (vermoedelijke) leeftijd, eventueel
beroep of maatschappelijke positie.
2] Beschrijving van karakter aan de hand van minimaal twee dominante
karaktertrekken en (eventuele) karakterveranderingen (onder invloed van
gebeurtenissen). Indien er sprake is van een speaking name, dan moet die uiteraard
ook vermeld en toegelicht worden.
3] Vaststelling van round, flat character of type met motivatie op grond van
tekstgegevens.
Per personage noteer je twee bewijskrachtige citaten (dus géén verwijzingen
naar pagina’s), die typerend zijn voor dat personage. Ieder citaat voorzie je
van een korte toelichting. Stel jezelf elke keer de vraag: wat wil ik met dit citaat
nu bewijzen?
Opdracht
I Bibliografische gegevens
naam van de schrijver/schrijfster
titel (oorspronkelijke jaar van uitgave)
plaats van uitgave
jaar van gelezen uitgave en gelezen druk
uitgeverij
aantal pagina’s
(opdracht)
(motto)
Let op: geen vertaald werk en ook geen boek van de auteur van wie je voor boekverslag 1 al
een boek hebt gelezen. Ga eens een nieuw leesavontuur aan. Je kunt bij je keuze gebruik
van bijgevoegde leeslijst. Je kunt ook raadplegen Leesplein15+. Laat je keuze eerst
controleren voordat je aan de slag gaat!!
II Vertelinstantie
Bepaal van het werk dat je gelezen hebt de vertelinstantie(s). Kies daarbij uit: de
belevende ik-verteller, de achteraf vertellende –ik, de personale verteller of de
auctoriale verteller. Let op: in sommige boeken is er sprake van meer dan één
vertelinstantie. Je hoeft dan niet alle vertelinstanties te bepalen, maar je mag je
beperken tot de twee belangrijkste vertelinstanties.
Beargumenteer jouw keuze voor deze vertelinstantie(s) met behulp van drie
bewijskrachtige citaten per vertelinstantie. Voorzie ieder citaat van een korte
toelichting.
III Personages
Geef een beschrijving van twee personages, die in het gelezen werk een rol van
betekenis spelen. In die beschrijving is opgenomen:
1] Gegevens van het uiterlijk van elk personage, (vermoedelijke) leeftijd, eventueel
beroep of maatschappelijke positie.
2] Beschrijving van karakter aan de hand van minimaal twee dominante
karaktertrekken en (eventuele) karakterveranderingen (onder invloed van
gebeurtenissen). Indien er sprake is van een speaking name, dan moet die uiteraard
ook vermeld en toegelicht worden.
3] Vaststelling van round, flat character of type met motivatie op grond van
tekstgegevens.
Per personage noteer je twee bewijskrachtige citaten (dus géén verwijzingen
naar pagina’s), die typerend zijn voor dat personage. Ieder citaat voorzie je
van een korte toelichting. Stel jezelf elke keer de vraag: wat wil ik met dit citaat
nu bewijzen?