weer
o Weer is – wisselvallig (verschillend) en speelt zich af in de atmosfeer
(dampkring).
Weersverwachtingen worden gemaakt door weerkundigen.
5 weerelementen
1. Temperatuur
2. Neerslag
3. Luchtdruk Bepalen samen het weer (op
4. Wind langere duur dus het klimaat)
5. Bewolkingsgraad (hoe hoger, hoe minder zonkracht.)
Zichtbaar licht
o zonlicht
uv-straling (onzichtbaar) schadelijk!
o Zonkracht: Een maat voor de hoeveelheid uv-straling het aardoppervlak
bereikt (1-8).
Klimaat
o Klimaat: Het gemiddelde weer over een bepaald gebied voor een langere
periode (30 jr.)
Klimaten worden ingedeeld op basis van de temperatuur en de hoeveelheid
neerslag dat er valt.
5 Klimaatfactoren
1. Breedteligging
De afstand van een gebied tot de evenaar, hoe dichterbij hoe warmer.
2. Hoogteligging boven zeeniveau
Hoe hoger, hoe lager de temperatuur. (Op een gebergte is het kouder dan op het
aardoppervlak.
3. Gesteldheid van het aardoppervlak
Er is meer zonne-energie nodig om water te verwarmen dan land.
(- Koud water uit de diepte mengt zich met opgewarmd water.)
(- Zonnestralen dringen dieper door in het water, ze moeten een groter
oppervlakte opwarmen.)
4. Afstand tot zee/Groot wateroppervlak
- Een gebied langs zee ontvangt vochtige lucht met veel neerslag.
- het water geeft een koele wind in de zomer en warme wind in de winter.
5. Aanvoer van warmte, koud of vochtigheid door wereldwijde wind- en
oceaanstromingen.