Europees Recht - Algemeen deel.
Hoofdstuk 1 Inleidende opmerkingen
5 Materieel recht. Gemeenschappelijke markt, rechtsruimte, mededingingsbeleid,
monetair beleid (euro), gemeenschappelijke bevoegdheden
- Gemeenschappelijke markt voor goederen, diensten, personen & kapitaal.
- Gemeenschappelijk handelsbeleid met derde landen.
- Mededingingsbeleid: gericht op instandhouding concurrentie tussen bedrijven.
- Art. 26 VWEU.
- Bevoegdheden zijn per instantie toegedeelde & beperkte mogelijkheden tot handelen,
wettelijk vastgelegd.
- Art. 114 VWEU: belangrijkste bevoegdheden.
- Art. 294 VWEU: procedure.
- Art. 5 VWEU: grondregels.
- Art. 3 VWEU: exclusieve bevoegdheden.
- Art. 4 VWEU: gedeelde bevoegdheden.
- Art. 5 & 6 VWEU: bijkomende bevoegdheden.
- Art. 165 VWEU: concrete bevoegdheden.
- Doelen stelsel van bevoegdheden: overheid & haar instanties binden aan het gezag v.d.
wet of het verdrag (legaliteitsbeginsel) & efficiënte werkverdeling vestigen & onenigheid
tussen overheidsinstanties onderling voorkomen.
- Soevereiniteit van lidstaten.
- Art. 101-109 VWEU: mededinging.
- Gemeenschappelijke handelsbeleid: hanteren van gemeenschappelijk douanerechten
t.o.v. andere staten in wereld & handelsakkoorden met derde landen.
6 Rechtspraak, rechtsorde, rechtsbescherming, rechtsstaat
- Voorrang van Europees recht is nodig voor zijn uniforme werking.
- Gedeeld bestuur of gedeeld gezag tussen EU-recht en nationaal recht.
- Rechtsbescherming: juridische geschillenbeslechting.
- Rechtsprincipes (legaliteit) zijn bedoeld om bestuurlijke instanties onder controle te
houden.
- Rechtsorde: afzonderlijk stelsel van recht dat zijn eigen ontwikkeling beheerst, via
juridische procedures & vooral een eigen rechter. Heeft eigen leerstukken & doctrine of
rechtsgeleerd specialisme.
- In rechtsgemeenschap worden verhoudingen tussen het gezag & hen die er aan zijn
onderworpen door het recht beheerst, in openheid, niet door macht & beslotenheid.
- Art. 2 VEU.
- Art. 6 lid 1 VEU.
- Art. 7 VEU: belangrijkste politieke instrument.
- Art. 19 VEU: daadwerkelijke rechtsbescherming bieden.
- Overheidsgezag heeft het karakter v.d. rechtsstaat als: alle dwingende uitoefening van
overheidsbevoegdheden op de wet is te herleiden; grondrechten & andere fundamentele
vrijheden worden gerespecteerd.
Hoofdstuk 2 Rechtsgemeenschap, wetgeving en begroting
2 De andere bronnen van Unierecht.
- Art. 19 VEU: HvJ verzekert eerbiediging van het recht.
2.1 Primair recht: verdragen, rechtsbeginselen en grondrechten
- Primair recht staat bovenaan in de rangorde.
- EGKS-Verdrag, EEG-Verdrag (Werkingsverdrag) & het Euratom-Verdrag.
- Aangevuld en/of gewijzigd: Europese Akte, Verdrag van Maastricht (EU-Verdrag),
Verdrag van Amsterdam, Verdrag van Nice & Verdrag van Lissabon.
- Unieverdrag & Werkingsverdrag --> vormen grondslag voor alle bevoegdheden v.d.
Europese instellingen & bieden het kader waaraan de uitoefening van die bevoegdheden
wordt getoetst.
- Art. 6 VEU.
2.2 Secundair recht: het instrumentarium
1
, - Art. 288 VWEU: verordeningen & richtlijnen zijn belangrijkste secundaire
rechtshandelingen.
- Verordening: rechtstreekse toepasselijkheid --> hoeft niet omgezet te worden in
nationale wetgeving.
- Verordeningen treden binnen enkele weken na publicatie in het Publicatieblad v.d. EU in
werking.
- Belangrijkste verschil tussen verordeningen & richtlijnen: richtlijnen zijn niet bedoeld om
burgers & bedrijven rechtstreeks te binden maar lidstaten.
- Richtlijnen: verplichte omzetting in nationale wet- en regelgeving.
- Besluit: geschikt voor tenuitvoerlegging van in verordening neergelegde regels maar
kan ook een meer zelfstandige algemene regelstelling bevatten.
- Besluiten kunnen zijn gericht aan lidstaten, particulieren of ondernemingen.
- Art. 101 & 102 VWEU.
- Kaderbesluiten: betreffen een bindende rechtshandeling die voorheen kon worden
aangenomen op het terrein van politiële en justitiële samenwerking in strafzaken.
- Eigen rechtsinstrumentarium GBVB: gemeenschappelijk buitenlands- en
veiligheidsbeleid (art. 25 VEU) d.m.v. vaststellen van algemene richtsnoeren & nemen
van besluiten. Art. 31 VEU.
2.3 Secundair recht: de normenhiërarchie & wetgevingshandelingen
- Er moet voor secundair recht een grondslag voor wet- en regelgeving aan te wijzen zijn
in de Verdragen.
- Het secundaire recht moet in overeenstemming zijn met het primaire recht -->
vernietiging/ongeldig (art. 263/267 VWEU).
- Normenhiërarchie: heeft ermee te maken dat lange tijd het secundaire
rechtsintrumentarium geen duidelijk onderscheid maakte tussen wetgeving & uitvoering
(art. 289-291 VWEU).
- Wetgevingshandelingen: van hogere rang dan gedelegeerde & uitvoeringshandelingen;
dragen gezag van vertegenwoordigende instellingen.
- Als er politieke discussie kan ontstaan --> wetgevingshandeling.
2.4 Rechtsbronnen 'in between'
- Gelijkheidsbeginsel, evenredigheidsbeginsel, transparantiebeginsel.
- Algemene beginselen: rechtszekerheidsbeginsel, vertrouwensbeginsel, beginsel van het
verbod van terugwerkende kracht.
- Verordeningen, richtlijnen en besluiten in strijd met algemene beginselen worden door
het Hof vernietigd.
- HvJ maakt geen nieuwe rechtsregels & past het recht toe & interpreteert, maar;
uitspraken kunnen nieuw recht scheppen & belangrijke precedentenwerking
jurisprudentie.
- Europees recht > nationaal recht.
- Acquis communautaire: gemeenschappelijke verworvenheden betreft de Europese
Verdragen, geldende secundaire rechtshandelingen en relevante rechtspraak.
2.5 'Tertiair' recht; soft law
- Alleen aanbeveling & advies hebben een verdragsrechtelijke basis.
- Soft law: geen juridische werking bij Verdrag of wetgeving als vast kenmerk toegekend.
- Tertiair omdat laatste in rangorde & kunnen niet afwijken van normen van primair +
secundair recht.
3. Wie is de EU-wetgever?
3.1 Algemene karakterisering van de Europese wetgever
- Beginsel van institutioneel evenwicht vormt de grondslag voor de verdeling van taken &
bevoegdheden tussen verschillende EU-instellingen in het Europese wetgevingsproces.
- Commissie heeft de taak voorstellen voor wetgeving te doen & recht van initiatief,
terwijl de Raad & Europees Parlement de beslissingsmacht hebben.
- Art. 13 VEU.
- Verdragen kunnen ook worden gezien als een constitutioneel systeem, dat allerlei
checks and balances vastlegt die de verschillende instellingen moeten naleven &
eenzijdige machtsuitoefening tegengaan.
2
Hoofdstuk 1 Inleidende opmerkingen
5 Materieel recht. Gemeenschappelijke markt, rechtsruimte, mededingingsbeleid,
monetair beleid (euro), gemeenschappelijke bevoegdheden
- Gemeenschappelijke markt voor goederen, diensten, personen & kapitaal.
- Gemeenschappelijk handelsbeleid met derde landen.
- Mededingingsbeleid: gericht op instandhouding concurrentie tussen bedrijven.
- Art. 26 VWEU.
- Bevoegdheden zijn per instantie toegedeelde & beperkte mogelijkheden tot handelen,
wettelijk vastgelegd.
- Art. 114 VWEU: belangrijkste bevoegdheden.
- Art. 294 VWEU: procedure.
- Art. 5 VWEU: grondregels.
- Art. 3 VWEU: exclusieve bevoegdheden.
- Art. 4 VWEU: gedeelde bevoegdheden.
- Art. 5 & 6 VWEU: bijkomende bevoegdheden.
- Art. 165 VWEU: concrete bevoegdheden.
- Doelen stelsel van bevoegdheden: overheid & haar instanties binden aan het gezag v.d.
wet of het verdrag (legaliteitsbeginsel) & efficiënte werkverdeling vestigen & onenigheid
tussen overheidsinstanties onderling voorkomen.
- Soevereiniteit van lidstaten.
- Art. 101-109 VWEU: mededinging.
- Gemeenschappelijke handelsbeleid: hanteren van gemeenschappelijk douanerechten
t.o.v. andere staten in wereld & handelsakkoorden met derde landen.
6 Rechtspraak, rechtsorde, rechtsbescherming, rechtsstaat
- Voorrang van Europees recht is nodig voor zijn uniforme werking.
- Gedeeld bestuur of gedeeld gezag tussen EU-recht en nationaal recht.
- Rechtsbescherming: juridische geschillenbeslechting.
- Rechtsprincipes (legaliteit) zijn bedoeld om bestuurlijke instanties onder controle te
houden.
- Rechtsorde: afzonderlijk stelsel van recht dat zijn eigen ontwikkeling beheerst, via
juridische procedures & vooral een eigen rechter. Heeft eigen leerstukken & doctrine of
rechtsgeleerd specialisme.
- In rechtsgemeenschap worden verhoudingen tussen het gezag & hen die er aan zijn
onderworpen door het recht beheerst, in openheid, niet door macht & beslotenheid.
- Art. 2 VEU.
- Art. 6 lid 1 VEU.
- Art. 7 VEU: belangrijkste politieke instrument.
- Art. 19 VEU: daadwerkelijke rechtsbescherming bieden.
- Overheidsgezag heeft het karakter v.d. rechtsstaat als: alle dwingende uitoefening van
overheidsbevoegdheden op de wet is te herleiden; grondrechten & andere fundamentele
vrijheden worden gerespecteerd.
Hoofdstuk 2 Rechtsgemeenschap, wetgeving en begroting
2 De andere bronnen van Unierecht.
- Art. 19 VEU: HvJ verzekert eerbiediging van het recht.
2.1 Primair recht: verdragen, rechtsbeginselen en grondrechten
- Primair recht staat bovenaan in de rangorde.
- EGKS-Verdrag, EEG-Verdrag (Werkingsverdrag) & het Euratom-Verdrag.
- Aangevuld en/of gewijzigd: Europese Akte, Verdrag van Maastricht (EU-Verdrag),
Verdrag van Amsterdam, Verdrag van Nice & Verdrag van Lissabon.
- Unieverdrag & Werkingsverdrag --> vormen grondslag voor alle bevoegdheden v.d.
Europese instellingen & bieden het kader waaraan de uitoefening van die bevoegdheden
wordt getoetst.
- Art. 6 VEU.
2.2 Secundair recht: het instrumentarium
1
, - Art. 288 VWEU: verordeningen & richtlijnen zijn belangrijkste secundaire
rechtshandelingen.
- Verordening: rechtstreekse toepasselijkheid --> hoeft niet omgezet te worden in
nationale wetgeving.
- Verordeningen treden binnen enkele weken na publicatie in het Publicatieblad v.d. EU in
werking.
- Belangrijkste verschil tussen verordeningen & richtlijnen: richtlijnen zijn niet bedoeld om
burgers & bedrijven rechtstreeks te binden maar lidstaten.
- Richtlijnen: verplichte omzetting in nationale wet- en regelgeving.
- Besluit: geschikt voor tenuitvoerlegging van in verordening neergelegde regels maar
kan ook een meer zelfstandige algemene regelstelling bevatten.
- Besluiten kunnen zijn gericht aan lidstaten, particulieren of ondernemingen.
- Art. 101 & 102 VWEU.
- Kaderbesluiten: betreffen een bindende rechtshandeling die voorheen kon worden
aangenomen op het terrein van politiële en justitiële samenwerking in strafzaken.
- Eigen rechtsinstrumentarium GBVB: gemeenschappelijk buitenlands- en
veiligheidsbeleid (art. 25 VEU) d.m.v. vaststellen van algemene richtsnoeren & nemen
van besluiten. Art. 31 VEU.
2.3 Secundair recht: de normenhiërarchie & wetgevingshandelingen
- Er moet voor secundair recht een grondslag voor wet- en regelgeving aan te wijzen zijn
in de Verdragen.
- Het secundaire recht moet in overeenstemming zijn met het primaire recht -->
vernietiging/ongeldig (art. 263/267 VWEU).
- Normenhiërarchie: heeft ermee te maken dat lange tijd het secundaire
rechtsintrumentarium geen duidelijk onderscheid maakte tussen wetgeving & uitvoering
(art. 289-291 VWEU).
- Wetgevingshandelingen: van hogere rang dan gedelegeerde & uitvoeringshandelingen;
dragen gezag van vertegenwoordigende instellingen.
- Als er politieke discussie kan ontstaan --> wetgevingshandeling.
2.4 Rechtsbronnen 'in between'
- Gelijkheidsbeginsel, evenredigheidsbeginsel, transparantiebeginsel.
- Algemene beginselen: rechtszekerheidsbeginsel, vertrouwensbeginsel, beginsel van het
verbod van terugwerkende kracht.
- Verordeningen, richtlijnen en besluiten in strijd met algemene beginselen worden door
het Hof vernietigd.
- HvJ maakt geen nieuwe rechtsregels & past het recht toe & interpreteert, maar;
uitspraken kunnen nieuw recht scheppen & belangrijke precedentenwerking
jurisprudentie.
- Europees recht > nationaal recht.
- Acquis communautaire: gemeenschappelijke verworvenheden betreft de Europese
Verdragen, geldende secundaire rechtshandelingen en relevante rechtspraak.
2.5 'Tertiair' recht; soft law
- Alleen aanbeveling & advies hebben een verdragsrechtelijke basis.
- Soft law: geen juridische werking bij Verdrag of wetgeving als vast kenmerk toegekend.
- Tertiair omdat laatste in rangorde & kunnen niet afwijken van normen van primair +
secundair recht.
3. Wie is de EU-wetgever?
3.1 Algemene karakterisering van de Europese wetgever
- Beginsel van institutioneel evenwicht vormt de grondslag voor de verdeling van taken &
bevoegdheden tussen verschillende EU-instellingen in het Europese wetgevingsproces.
- Commissie heeft de taak voorstellen voor wetgeving te doen & recht van initiatief,
terwijl de Raad & Europees Parlement de beslissingsmacht hebben.
- Art. 13 VEU.
- Verdragen kunnen ook worden gezien als een constitutioneel systeem, dat allerlei
checks and balances vastlegt die de verschillende instellingen moeten naleven &
eenzijdige machtsuitoefening tegengaan.
2