Psychologie als Wetenschap
Hoorcollege 1 - 28 april 2022
Pseudo wetenschap = claims die niet toetsbaar zijn. De mensen claimen dat het waar is
maar willen niet mee werken aan de regels die in de wetenschap worden gebruikt.
Wetenschap verbeteren
We willen de wetenschap verbeteren, dat kan door:
- Van beperkt transparant -> volledig transparant.
- Beperkt reproduceerbaar -> meer reproduceerbaar
- Laag replicatie succes -> hogere replicatie succes
- Onvoldoendes diversiteit -> voldoende diversiteit
- Focus op individu -> focus op teams
Belangrijke termen
Transparant = het onderzoeksproces is stap voor stap helder en volledig is beschreven.
Reproduceerbaar = het onderzoek kan nog een keer uitgevoerd worden zoals er eerder ook
gebeurd is.
Replicatie = een studie vindt hetzelfde resultaat als een eerdere studie.
Transparantie is een voorwaarde voor reproduceerbaarheid.
Onderzoekssoorten:
- Descriptief onderzoek: observaties documenteren zonder relaties tussen variabelen
te analyseren
- Exploratief onderzoek: relaties tussen variabelen analyseren, maar niet toetsen
- Confirmatief onderzoek: hypothesen toetsen.
Alle drie zijn even valide, de een is niet beter dan de anderen.
Theorie-data cyclus
Belangrijke termen
Theorie: een set van onderling verbonden claims die toetsbaar is
Hypothese: claim over de relatie tussen constructen die volgt uit een theorie
Variabelen: observaties die verschillende waarden kunnen aannemen
Voorspelling: een verwacht patroon van data in studieopzet. (op basis van hypthese)
Data: records van observaties.
,Als wetenschapper moet je omgaan met onzekerheid. Dit is moeilijk. Twijfel is een kracht,
geen zwakte. -> Signaal detectie theorie.
Maatschappelijk belang van goed onderzoek
Recht doen aan onzekerheid heeft maatschappelijk belang:
- Leiders moeten hun overtuigingen publiekelijk kunnen aanpassen op basis van
nieuwe bewijs. Dit om bijvoorbeeld een beleid te verbeteren.
- Mensen moeten begrijpen dat schattingen niet perfect zijn, maar kunnen vaak wel
waardevol zijn. Dit om het vertrouwen in de wetenschap te behouden.
Vaak worden ‘fijne’ leugens gekozen boven ‘nare’ waarheden.
Definities
Diversiteit: het erkennen, respecteren en waarderen van verschillen tussen mensen
Inclusie: een gemeenschap waarin iedereen zich gewaardeerd en thuis voelt.
Soorten diversiteit:
- Diversiteit in onderzoekspopulatie. Hierdoor wordt het generaliseerbaar naar de
gehele populatie. Veel onderzoek vindt plaats in WEIRD onderzoekspopulatie.
(Westers, educated, industrialised, Rich Democracies).
- Diversiteit in onderzoekers. Waardevol voor kennisvermeerdering. Mensen met
verschillende achtergronden geven verschillende kennis en invalshoeken.
- Diversiteit in studenten: verschillende invalshoeken
- Diversiteit in expertise: de ene heel goed in statistiek en de andere in methodologie.
Specialisatie toe laten. Niet iedereen is expert in alles maar iedereen is goed in een
ander vak gebied.
Hoorcollege 2 – 28 april 2022
Wat is wetenschapsfilosofie?
Hoe waar zijn wetenschappelijke uitspraken? Deze vraag is het belangrijkst.
Wat kwalificeert als wetenschap?
Hoe moet wetenschap bedreven worden?
Wat is het doel van wetenschap?
Pseudo wetenschappelijk = een persoon doet een uitspraak maar weigert ander bewijs toe
te laten.
Non wetenschappelijk = mensen doen uitspraken maar deze zijn niet wetenschappelijk en
hebben ook geen doel om het wetenschappelijk te laten zijn.
Geloof versus wetenschap
Volgens sommige speelt geloof een belangrijke rol bij de wetenschap
Hoe moeten wij wetenschap bedrijven?
Mertoniaanse normen: 4 richtlijnen voor het bedrijven van wetenschap.
- Communisme: de kennis is van iedereen. Bijvoorbeeld wetenschappelijke
tijdschriften zijn erg duur en zijn dus niet voor iedereen toegankelijk.
- Universalisme: het zou niet moeten uitkomen wie de uitspraak doet. Bv welke school
je hebt gezet zou niet moeten uitmaken. (niveau, status etc)
- Belangeloosheid (disinterestedness): wetenschappers zijn onafhankelijk en niet
gebonden aan een bepaald doel of overtuiging.
, - Georganiseerde skepsis: de wetenschap moet zijn best doen om het systeem te
ontwerpen waarbij je altijd kritisch blijft. Wetenschappers moeten niet zomaar wat aan
nemen.
Als wetenschapper wil je uitspraken doen over wat waar is.
Deductie en Inductie
Deductie = gebruik van logica. (premisse en conclusie). De inhoud van premisse is niet altijd
waar, hierdoor worden er foute conclusies getrokken. Een logische conclusie is niet meteen
een ‘waar’ conclusie. Het is logisch en valide maar dus niet zekerweten waar. Valide is dus
logisch correct.
Probleem van deductie is dus dat we alleen logische conclusies kunnen trekken maar
hoe weten we dat de premissen waar zijn?
Validiteit en waarheid overlappen wel is. Maar het gaat niet altijd samen, iets kan valide zijn
maar niet waar.
Inductie: op basis van verschillende observaties wordt er een conclusie getrokken.
Bijvoorbeeld de zon komt op in het oosten. De meeste kennis uit de psychologie komt vanuit
inductie tot stand. Hoe meer observaties hoe meer steun voor de uitspraak.
Inductie is gelinkt aan het positivisme: de opvatting dat de wetenschap draait om
observaties en dat dit de enige methode is.
Realisme
Realisme is gerelateerd aan positivisme en dus aan inductie. Er is een wereld er is onze
waarneming daarvan, de wereld bestaat los van onze waarheid.
Metafysische realisme: er bestaat een externe wereld los van onze geest en waarneming
onafhankelijke wereld
Epistemologisch realisme: wij kunnen objectieve kennis krijgen van deze externe
werkelijkheid.
Even wat belangrijke mensen
De kip van Russel, hij legt zo het inductie probleem uit. Met de kip het voer en de dood van
de kip.
Immanuel Kant = we kunnen de zwaan nooit kennen; er bestaat geen realiteit los van onze
observaties. Onze geest creëert realiteit.
De methode van Popper = je kunt niet met 100% zekerheid zeggen dat een uitspraak waar
is maar je kan wel met 100% zekerheid zeggen dat een uitspraak niet waar is. (Falsificiatie)
Falsificatie: kan je in principe een theorie ontkrachten.
Demarcatie = Een theorie op uitspraak is wetenschappelijk als hij falsifieerbaar is.
Sterke wet: De wet van Weber. Gaat over waarneembare verschillen. Er zijn situaties waar
de wet niet geld.
Theorie–afhankelijkheid: je accepteert bewijs niet.
Lakatos theorie over hoe je wetenschap moet uitvoeren: het is nuttig om je niet de hele tijd
uit het veld te laten slaan. Als je ergens wilt komen begin je met een algemeen idee (de
harde kern) van hoe de wereld in elkaar zit, en die hou je even zo. Dit zijn je assumpties.
Positieve heuristiek: onderzoek dat theorie versterkt. Wat wel doen.
Negatieve heuristiek: onderzoek dat de harde kern aantast. Wat niet doen.
Hoorcollege 1 - 28 april 2022
Pseudo wetenschap = claims die niet toetsbaar zijn. De mensen claimen dat het waar is
maar willen niet mee werken aan de regels die in de wetenschap worden gebruikt.
Wetenschap verbeteren
We willen de wetenschap verbeteren, dat kan door:
- Van beperkt transparant -> volledig transparant.
- Beperkt reproduceerbaar -> meer reproduceerbaar
- Laag replicatie succes -> hogere replicatie succes
- Onvoldoendes diversiteit -> voldoende diversiteit
- Focus op individu -> focus op teams
Belangrijke termen
Transparant = het onderzoeksproces is stap voor stap helder en volledig is beschreven.
Reproduceerbaar = het onderzoek kan nog een keer uitgevoerd worden zoals er eerder ook
gebeurd is.
Replicatie = een studie vindt hetzelfde resultaat als een eerdere studie.
Transparantie is een voorwaarde voor reproduceerbaarheid.
Onderzoekssoorten:
- Descriptief onderzoek: observaties documenteren zonder relaties tussen variabelen
te analyseren
- Exploratief onderzoek: relaties tussen variabelen analyseren, maar niet toetsen
- Confirmatief onderzoek: hypothesen toetsen.
Alle drie zijn even valide, de een is niet beter dan de anderen.
Theorie-data cyclus
Belangrijke termen
Theorie: een set van onderling verbonden claims die toetsbaar is
Hypothese: claim over de relatie tussen constructen die volgt uit een theorie
Variabelen: observaties die verschillende waarden kunnen aannemen
Voorspelling: een verwacht patroon van data in studieopzet. (op basis van hypthese)
Data: records van observaties.
,Als wetenschapper moet je omgaan met onzekerheid. Dit is moeilijk. Twijfel is een kracht,
geen zwakte. -> Signaal detectie theorie.
Maatschappelijk belang van goed onderzoek
Recht doen aan onzekerheid heeft maatschappelijk belang:
- Leiders moeten hun overtuigingen publiekelijk kunnen aanpassen op basis van
nieuwe bewijs. Dit om bijvoorbeeld een beleid te verbeteren.
- Mensen moeten begrijpen dat schattingen niet perfect zijn, maar kunnen vaak wel
waardevol zijn. Dit om het vertrouwen in de wetenschap te behouden.
Vaak worden ‘fijne’ leugens gekozen boven ‘nare’ waarheden.
Definities
Diversiteit: het erkennen, respecteren en waarderen van verschillen tussen mensen
Inclusie: een gemeenschap waarin iedereen zich gewaardeerd en thuis voelt.
Soorten diversiteit:
- Diversiteit in onderzoekspopulatie. Hierdoor wordt het generaliseerbaar naar de
gehele populatie. Veel onderzoek vindt plaats in WEIRD onderzoekspopulatie.
(Westers, educated, industrialised, Rich Democracies).
- Diversiteit in onderzoekers. Waardevol voor kennisvermeerdering. Mensen met
verschillende achtergronden geven verschillende kennis en invalshoeken.
- Diversiteit in studenten: verschillende invalshoeken
- Diversiteit in expertise: de ene heel goed in statistiek en de andere in methodologie.
Specialisatie toe laten. Niet iedereen is expert in alles maar iedereen is goed in een
ander vak gebied.
Hoorcollege 2 – 28 april 2022
Wat is wetenschapsfilosofie?
Hoe waar zijn wetenschappelijke uitspraken? Deze vraag is het belangrijkst.
Wat kwalificeert als wetenschap?
Hoe moet wetenschap bedreven worden?
Wat is het doel van wetenschap?
Pseudo wetenschappelijk = een persoon doet een uitspraak maar weigert ander bewijs toe
te laten.
Non wetenschappelijk = mensen doen uitspraken maar deze zijn niet wetenschappelijk en
hebben ook geen doel om het wetenschappelijk te laten zijn.
Geloof versus wetenschap
Volgens sommige speelt geloof een belangrijke rol bij de wetenschap
Hoe moeten wij wetenschap bedrijven?
Mertoniaanse normen: 4 richtlijnen voor het bedrijven van wetenschap.
- Communisme: de kennis is van iedereen. Bijvoorbeeld wetenschappelijke
tijdschriften zijn erg duur en zijn dus niet voor iedereen toegankelijk.
- Universalisme: het zou niet moeten uitkomen wie de uitspraak doet. Bv welke school
je hebt gezet zou niet moeten uitmaken. (niveau, status etc)
- Belangeloosheid (disinterestedness): wetenschappers zijn onafhankelijk en niet
gebonden aan een bepaald doel of overtuiging.
, - Georganiseerde skepsis: de wetenschap moet zijn best doen om het systeem te
ontwerpen waarbij je altijd kritisch blijft. Wetenschappers moeten niet zomaar wat aan
nemen.
Als wetenschapper wil je uitspraken doen over wat waar is.
Deductie en Inductie
Deductie = gebruik van logica. (premisse en conclusie). De inhoud van premisse is niet altijd
waar, hierdoor worden er foute conclusies getrokken. Een logische conclusie is niet meteen
een ‘waar’ conclusie. Het is logisch en valide maar dus niet zekerweten waar. Valide is dus
logisch correct.
Probleem van deductie is dus dat we alleen logische conclusies kunnen trekken maar
hoe weten we dat de premissen waar zijn?
Validiteit en waarheid overlappen wel is. Maar het gaat niet altijd samen, iets kan valide zijn
maar niet waar.
Inductie: op basis van verschillende observaties wordt er een conclusie getrokken.
Bijvoorbeeld de zon komt op in het oosten. De meeste kennis uit de psychologie komt vanuit
inductie tot stand. Hoe meer observaties hoe meer steun voor de uitspraak.
Inductie is gelinkt aan het positivisme: de opvatting dat de wetenschap draait om
observaties en dat dit de enige methode is.
Realisme
Realisme is gerelateerd aan positivisme en dus aan inductie. Er is een wereld er is onze
waarneming daarvan, de wereld bestaat los van onze waarheid.
Metafysische realisme: er bestaat een externe wereld los van onze geest en waarneming
onafhankelijke wereld
Epistemologisch realisme: wij kunnen objectieve kennis krijgen van deze externe
werkelijkheid.
Even wat belangrijke mensen
De kip van Russel, hij legt zo het inductie probleem uit. Met de kip het voer en de dood van
de kip.
Immanuel Kant = we kunnen de zwaan nooit kennen; er bestaat geen realiteit los van onze
observaties. Onze geest creëert realiteit.
De methode van Popper = je kunt niet met 100% zekerheid zeggen dat een uitspraak waar
is maar je kan wel met 100% zekerheid zeggen dat een uitspraak niet waar is. (Falsificiatie)
Falsificatie: kan je in principe een theorie ontkrachten.
Demarcatie = Een theorie op uitspraak is wetenschappelijk als hij falsifieerbaar is.
Sterke wet: De wet van Weber. Gaat over waarneembare verschillen. Er zijn situaties waar
de wet niet geld.
Theorie–afhankelijkheid: je accepteert bewijs niet.
Lakatos theorie over hoe je wetenschap moet uitvoeren: het is nuttig om je niet de hele tijd
uit het veld te laten slaan. Als je ergens wilt komen begin je met een algemeen idee (de
harde kern) van hoe de wereld in elkaar zit, en die hou je even zo. Dit zijn je assumpties.
Positieve heuristiek: onderzoek dat theorie versterkt. Wat wel doen.
Negatieve heuristiek: onderzoek dat de harde kern aantast. Wat niet doen.