Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1 Omgevingsfactoren 2
Hoofdstuk 2 Onderzoek van de omgevingsfactoren 4
Hoofdstuk 3 Markt en Afzet 6
Hoofdstuk 4 Kosten en opbrengsten 10
Hoofdstuk 5 Marktmechanisme en invloed van de overheid 12
Hoofdstuk 6 Het natuurlijke milieu 14
,Hoofdstuk 1 Omgevingsfactoren
Wat is algemene economie?
Verschillende opvattingen:
Opvatting 1:
Het gaat over kiezen uit onbegrensde behoeften beperkte middelen —> schaarste zou
centraal staan
= neoklassieke opvatting
Opvatting 2:
Het gaat over de vorming en verdeling van wat in een land wordt geproduceerd en dus
verdiend.
= keynesiaanse opvatting
- bruto binnenlands product (bbp)
-Y=C+I+O+E-M
In de economie gaat het om schaarse of economische goederen en niet over vrije goederen (bijv.
lucht).
Begrippen die belangrijk zijn:
productie = voortbrengen van goederen / diensten
• soorten goederen:
1. kapitaalgoederen
2. consumptiegoederen / diensten
• daarvoor is nodig:
1. arbeid
2. kapitaalgoederen
3. natuur
Schumpeter: ondernemersarbeid. Ondernemer is een stuwende kracht. Altijd op zoek naar Neue
Kombinationen.
onderneming
= plaats waar arbeid/kapitaal/natuur worden samengevoegd (in de productiefase)
ondernemingsklimaat / omgevingsfactoren
= elke onderneming opereert binnen een maatschappelijke omgeving. De onderneming
heeft te maken met de omgeving en participanten (zoals: werknemers;
vermogensverschaffers; afnemers; leveranciers etc.)
Bepaalde omgevingsfactoren worden niet door de economie verklaard, maar zijn wel van invloed,
die worden als gegeven beschouwd. Dit wordt ook wel de data van de economie genoemd.
Omgevingsfactoren
1) Concurrentieverhoudingen
- marktvorm
= vraag/aanbod; verhandelde goed; mate van bescherming nieuwe toetreders
- marktgedrag
= in hoeverre concurrenten elkaar bestrijden / afspraken te maken
2) Economische situatie
- hoogconjunctuur
= gunstige toestand in de economie, periode van economische bloei
- laagconjunctuur
= stagnerende economische bedrijvigheid, periode waarin het economisch minder
goed gaat
3) Betrekkingen met het buitenland
, - open economie (NL) = hierin vinden economische interacties plaats
- gesloten economie = het streven zo min mogelijk afhankelijk te zijn van anderen.
4) Economische orde
- overheid
- infrastructuur
Omgevingsfactoren in ruime zin
- de demografische ontwikkeling;
- ontwikkeling van techniek;
- normen en waarden;
- politieke systeem;
- rechtsorde.
Een onderneming is voortdurend bezig om te reageren/anticiperen op de omgevingsfactoren.
Beslissingen en handelingen die de prestaties op langer termijn bepaald, wordt strategie van de
onderneming genoemd. (strategisch management)
Strategisch management is een continue proces
Stap 1: Onderzoek van de omgevingsfactoren (SWOT-analyse)
- Intern onderzoek: analyse van sterke en zwakke punten van de onderneming.
(strengths + weakness)
- structuur: manier waarop de onderneming is georganiseerd.
- cultuur: verwachting/overtuiging/waarden van de mensen in onderneming.
- productiemiddelen: de mensen en hun vakbekwaamheid, kwaliteit van het
management, financiële middelen, machines, kantoren en fabrieken.
- Extern onderzoek: analyse van de kansen en bedreigingen buiten de onderneming.
(opportunities + threats)
Betreft de omgevingsfactoren in ruime zin (hierboven)
Stap 2: Formuleren van een strategie
- Mission statement: wie zijn we en wat willen we?
- Hieruit worden doelstellingen afgeleid.
- Strategie = samenhangend plan dat aangeeft hoe de doelstellingen bereikt worden.
Stap 3: Uitvoeren van een strategie
- Vertaling van de strategie in actieplannen. (dmv: progamma’s/begrotingen/procedures).
Stap 4: Evaluatie
SWOT-analyse
De ‘strenghts’ (S) en de ‘weakness’ (W) van de onderneming worden geconfronteerd met de
‘opportunities’ (O) en ‘threats’ (T) die de omgeving bied.
(S+W vs O+T)
Hieruit volgt een strategie.
AEC vs BE
• BE kijkt naar bedrijven (intern)
• AEC kijk naar de omgeving (extern)
Klein bedrijf: < 10 werknemers Midden bedrijf: > 10 - < 100 Groot bedrijf: > 100