Mensenwerk
Over Evidence Based Medicine, de kritiek hierop, de rol van de farmaceutische
industrie en methylfenidaat
…………………………………
………………
Faculty of Health, Medicine and Life Sciences (FHML)
Minor-variant GGZ van FiA 2.1 + 2.2
Aantal woorden: 1598
29-10-2021
, “Evidence-based medicine is the conscientious, explicit and judicious use of current best
evidence in making decisions about the care of individual patients” (Sackett, 1997). Dit is de
definitie van Evidence-based Medicine (EBM), ook wel geneeskunde op basis van bewijs,
zoals die gegeven werd door David Sackett. Maar wat houdt EBM nu precies in? Hoe is het
ontstaan? En wat zijn de kritieken op EBM? In deze paper zullen onder andere deze vragen
aan bod komen en zullen de kritieken geïllustreerd worden aan de hand van een
praktijkvoorbeeld in de geestelijke gezondheidszorg; methylfenidaat, ofwel Ritalin.
De kerngedachte van EBM
In de jaren tachtig van de vorige eeuw is de term Evidence-based Medicine ontstaan aan de
McMaster Medical School in Canada. Met deze term werd oorspronkelijk een nieuwe
onderwijsmethode aangeduid, echter is de betekenis ervan door de jaren heen verruimd
(Offringa, Assendelft & Scholten, 2003). Voordat de term EBM bestond was de wijze waarop
gezondheidszorg en geneeskunde beoefend werden er een die vertrouwde op
(onsystematische) klinische ervaring, intuïtie, tekstboeken en medische basiskennis. De
gezondheidszorg, geneeskunde en dus de klinische besluitvorming waren een op autoriteit
gebaseerd systeem, waarbij een leerling kennis en kunde leerde van zijn leermeester (Claridge
& Fabian, 2005).
Sinds de opkomst van EBM heeft de medische praktijk een transitie ondergaan. De Evidence-
Based Medicine Working Group (1992) beschrijft het zelfs als een paradigma shift. In het
nieuwe paradigma ligt de nadruk op het onderzoeken van bewijs uit klinisch onderzoek en
nieuwe benodigde vaardigheden van een arts. Het uiteindelijke streven van EBM is het
integreren van de volgende zaken: 1) de best beschikbare wetenschappelijke informatie, 2) de
voorkeuren van de patiënt, en 3) de klinische kennis en ervaring van de arts. Volgens het
nieuwe paradigma kan alleen op deze manier de beste behandeling voor een patiënt gekozen
worden (Evidence-Based Medicine Working Group, 1992).
Gebleken is dat het niet eenvoudig is om statistieken en richtlijnen te combineren met het
oordeel van een medicus. Er is dan ook verdeeldheid over wat evidence eigenlijk is en
wanneer iets evidence genoemd mag worden. Waar wel duidelijkheid over bestaat, is dat als
het over evidence gaat er binnen EBM sprake is van een aantal basisprincipes. Een van die
basisprincipes is dat er gebruik gemaakt wordt van een zekere hiërarchische structuur van
evidence. Deze hiërarchie betekent dat de beschikbare wetenschappelijke kennis