Samenvatting natuurkunde H13 - Quantumfysica
Buiging = vlakke golf aan ene kant breidt zich voorbij spleet als cirkelvormige golf in alle
richtingen uit.
• Dubbele spleet: interferentie
• In welke mate buiging optreedt, hangt af van spleetbreedte d
• Volledige buiging: spleetbreedte < golflengteλ << d: één grote piek achter de
spleet nagenoeg geen buigingλ < d: maxima en minima, verder uit elkaar bij
kleinere spleetbreedte λ = d: één maximum over λ > d: volledige buiging
Foto-elektrisch effect = elektron verlaat metaal.
• Frequentie van licht moet hoog genoeg zijn
• Uittree-energie = energie die nodig is om elektron te laten loskomen uit materiaal.
• Grensfrequentie = frequentie waarbij fotonenergie gelijk is aan uittree-energie.
Grensgolflengte = golflengte die bij grensfrequentie hoort.
• Ieder foton kan maximaal één elektron vrijmaken
Quantum = energiepakkertje van licht. (Quantum van elektromagnetische straling is
foton)
Golf-deeltje dualiteit = licht heeft zowel golfeigenschappen als deeltjesachtige
eigenschappen.
Waarschijnlijkheidsverdeling = waar je wel of niet een deeltje kunt aantreffen.
• Intensiteit van quantumgolf geeft waarschijnlijkheid dat deeltje op bepaalde plek wordt
aangetroffen.Amplitude van quantumgolf is maat voor waarschijnlijkheid om deeltje
aan te treffen
Impuls = hoeveelheid beweging
Deeltje in een doos:
• Staande golven met knopen aan uiteinden (net zoals bij staande golven van snaar)
• Als n toeneemt, neemt En toe > energieniveaus komen verder uit elkaar
• Bij groter doosje (grote L) liggen energieniveaus dichter bij elkaar
• Hoe kleiner de ruimte, hoe kleiner de golflengte
Elektron in waterstofatoom:
• Elektron in waterstofatoom heeft Ekin en Epot
Buiging = vlakke golf aan ene kant breidt zich voorbij spleet als cirkelvormige golf in alle
richtingen uit.
• Dubbele spleet: interferentie
• In welke mate buiging optreedt, hangt af van spleetbreedte d
• Volledige buiging: spleetbreedte < golflengteλ << d: één grote piek achter de
spleet nagenoeg geen buigingλ < d: maxima en minima, verder uit elkaar bij
kleinere spleetbreedte λ = d: één maximum over λ > d: volledige buiging
Foto-elektrisch effect = elektron verlaat metaal.
• Frequentie van licht moet hoog genoeg zijn
• Uittree-energie = energie die nodig is om elektron te laten loskomen uit materiaal.
• Grensfrequentie = frequentie waarbij fotonenergie gelijk is aan uittree-energie.
Grensgolflengte = golflengte die bij grensfrequentie hoort.
• Ieder foton kan maximaal één elektron vrijmaken
Quantum = energiepakkertje van licht. (Quantum van elektromagnetische straling is
foton)
Golf-deeltje dualiteit = licht heeft zowel golfeigenschappen als deeltjesachtige
eigenschappen.
Waarschijnlijkheidsverdeling = waar je wel of niet een deeltje kunt aantreffen.
• Intensiteit van quantumgolf geeft waarschijnlijkheid dat deeltje op bepaalde plek wordt
aangetroffen.Amplitude van quantumgolf is maat voor waarschijnlijkheid om deeltje
aan te treffen
Impuls = hoeveelheid beweging
Deeltje in een doos:
• Staande golven met knopen aan uiteinden (net zoals bij staande golven van snaar)
• Als n toeneemt, neemt En toe > energieniveaus komen verder uit elkaar
• Bij groter doosje (grote L) liggen energieniveaus dichter bij elkaar
• Hoe kleiner de ruimte, hoe kleiner de golflengte
Elektron in waterstofatoom:
• Elektron in waterstofatoom heeft Ekin en Epot