Samenvatting natuurkunde H12 - Medische beeldvorming
Echografie = ultrasone geluidsgolven worden in korte pulsen uitgezonden. Bij
overgang naar ander medium wordt een deel teruggekaatst en weer opgevangen
door de transducer (bijv: zwangerschapsonderzoek).
• Transducer meet afstand tot voorwerp m.b.v. tijd tussen uitzenden en ontvangen
van geluidspulsen.
MRI = met magnetisch veld in MRI-apparaat richten waterstofkernen evenwijdig aan
veld (mee of tegengesteld).
• Waterstofkern in lage energietoestand (staat met richting van magnetisch veld
mee) kan foton opnemen en overgaan in hogere energietoestand, bij
resonantiefrequentie.
• Waterstofkern in hoge energietoestand (staat tegengesteld gericht aan magnetisch
veld) kan foton uitzenden en teruggaan naar lage energietoestand.
• Gradiëntspoelen = spoelen in MRI-apparaat die plaatselijk het magnetisch veld
veranderen, om te weten uit welk deel van lichaam het foton afkomstig is >
foutenfrequentie wordt daarop ingesteld.
Röntgen foto = röntgenstraling gaat door lichaam en komt op detector terecht, die
registreert hoeveel straling doorgelaten wordt.
• Weefsels met kleine halveringsdikte absorberen röntgenstraling beter,
fotografische plaat (detector) blijft hier onbelicht en dit zie je als wit.
• Strooistraling = röntgenstraling die wordt weerkaatst
CT-scan = driedimensionaal beeld van lichaam wordt gemaakt met röntgenstraling,
waarbij bron om patiënt heen draait.
Scintigrafie = gammastraler wordt toegediend, deze hoopt zich ergens op. Detectie
van de gammastraling levert scintigram op. Ophoping kan oa wijzen op ontsteking of
tumor.
Tracer = radioactieve stof die wordt toegediend, om werking van delen van lichaam
te zien.
⁺
PET-scan = β -straler wordt gebonden aan bepaalde stof en toegediend, deze hoopt
zich ergens op en zendt positronen uit. Positron annihileert met elektron uit weefsel
tot twee gamma-fotonen die in tegengestelde richting bewegen. Door detectie van
⁺
de fotonen kun je positie van β -straler bepalen.
• Annihilatie = reactie tussen positron en elektron.
• Creatie = uit twee fotonen ontstaan een positron en elektron.
Echografie = ultrasone geluidsgolven worden in korte pulsen uitgezonden. Bij
overgang naar ander medium wordt een deel teruggekaatst en weer opgevangen
door de transducer (bijv: zwangerschapsonderzoek).
• Transducer meet afstand tot voorwerp m.b.v. tijd tussen uitzenden en ontvangen
van geluidspulsen.
MRI = met magnetisch veld in MRI-apparaat richten waterstofkernen evenwijdig aan
veld (mee of tegengesteld).
• Waterstofkern in lage energietoestand (staat met richting van magnetisch veld
mee) kan foton opnemen en overgaan in hogere energietoestand, bij
resonantiefrequentie.
• Waterstofkern in hoge energietoestand (staat tegengesteld gericht aan magnetisch
veld) kan foton uitzenden en teruggaan naar lage energietoestand.
• Gradiëntspoelen = spoelen in MRI-apparaat die plaatselijk het magnetisch veld
veranderen, om te weten uit welk deel van lichaam het foton afkomstig is >
foutenfrequentie wordt daarop ingesteld.
Röntgen foto = röntgenstraling gaat door lichaam en komt op detector terecht, die
registreert hoeveel straling doorgelaten wordt.
• Weefsels met kleine halveringsdikte absorberen röntgenstraling beter,
fotografische plaat (detector) blijft hier onbelicht en dit zie je als wit.
• Strooistraling = röntgenstraling die wordt weerkaatst
CT-scan = driedimensionaal beeld van lichaam wordt gemaakt met röntgenstraling,
waarbij bron om patiënt heen draait.
Scintigrafie = gammastraler wordt toegediend, deze hoopt zich ergens op. Detectie
van de gammastraling levert scintigram op. Ophoping kan oa wijzen op ontsteking of
tumor.
Tracer = radioactieve stof die wordt toegediend, om werking van delen van lichaam
te zien.
⁺
PET-scan = β -straler wordt gebonden aan bepaalde stof en toegediend, deze hoopt
zich ergens op en zendt positronen uit. Positron annihileert met elektron uit weefsel
tot twee gamma-fotonen die in tegengestelde richting bewegen. Door detectie van
⁺
de fotonen kun je positie van β -straler bepalen.
• Annihilatie = reactie tussen positron en elektron.
• Creatie = uit twee fotonen ontstaan een positron en elektron.