Groeihormoon: somatroop hormoon
1
Hypothalamus geeft GH-RH releasing af -> hypofyse wordt gestimuleerd -> geeft GH af.
Of
Hypothalamus geeft GH-IH inhibitie af -> hypofyse wordt geremd
GH heeft op weefsels invloed door cellen te laten vermeerderen waardoor de weefsels groter worden.
Te veel -> reuzengroei -> groei van weke delen in het gezicht, handen en voeten -> acromegalie
Te weinig -> dwerggroei
Schildklierhormoon: thyroxine
Hypothalamus geeft TRH af -> hypofyse wordt gestimuleerd -> geeft TSH af -> stimuleert schildklier ->
schildklier geeft thyroxine af.
Zorgt voor skeletgroei en celstofwisseling.
Hypothyreoïdie: tekort aan schilklierhormoon -> jodium gebrek
= Negatieve terugkoppeling ontbreekt -> hypofyse en hypothalamus produceren grote hoeveelheden
stimulerende stoffen -> schildklier wordt groot
Hyperthyreoïdie: overmaat aan schildklierhormoon -> verhoogd basaal metabolisme
Calciumhomeostase:
- PTH -> wordt afgegeven door de bijschildklieren
o Wordt afgegeven bij daling calciumspiegel
o Haalt calcium uit bot om gehalte te laten stijgen
o Stimuleert osteoclasten om deel botkalk op te lossen
o Stimuleert terugresorptie van calcium in de nier
o Stimuleert omzetting van vitamine D
- Vitamine D -> opgeslagen in de lever -> actieve vitamine D
o Bevordert resorptie van calcium- en fosfaatinonen in darm
o Bevordert terugresorptie van calcium uit voorurine nieren
- Calcitonine
o Remt bot afbrekende activiteit door osteoclasten te remmen
o Botopbouw stijgt
Geslachtskenmerken en geslachtshormonen:
Bij mannen: Productie GN-RH -> verhoogde testosteronproductie
Bij vrouwen: FSH en LH
Menstruatiecyclus:
1. Proliferatiefase: ontwikkeling van rijping van eicel -> eisprong van follikel -> oestrogeen stimuleert
groei baarmoederslijmvlies
2. Secretiefase: resterende follikelwand in ovarium produceert oestrogeen en progesteron
Progesteron = stimuleert verder groei van baarmoederslijmvlies, toename van bloedvaten en opslag
van glycogeen in slijmvlies
Geen bevruchting -> geel lichaam degenereert -> hormoonproductie stopt -> baarmoederslijmvlies wordt
afgesloten
,Oorzaken veroudering:
Hormonale verandering
o Na 30e neemt afgifte geslachtshormonen af -> verminderde vruchtbaarheid
o Verhoogt risico op osteoporose door dalende oestrogeenspiegel
Antagonistische pleiotropie
= het gen heeft zowel positieve als negatieve effecten
Voorbeeld: testosteronproductie -> positief: vruchtbaarheid en spieropbouw
-> negatief: verhoogt LDL en verminderd immuunsysteem
Beperkte delingsvermogen van cellen
o Bij iedere celdeling worden het uiteinde van de chromosomen (telemeren) iets korter, als ze
te kort zijn is celdeling niet meer mogelijk
Apoptose
o Geprogrammeerde zelfdoding van cellen
Mechanische slijtage
o Weefselherstel verloopt steeds trager of nauwelijks meer
Schade op moleculair niveau
o Straling, stress, etc. veranderen de structuur van eiwitten en DNA -> functieverlies in cellen
en weefsels
Gevolgen veroudering:
- Spieren nemen af in omvang en maximaal kracht wordt minder van witte (IIB) naar rode IIA) vezels
- Bindweefsel in pezen, banden en gewrichtskapsel verliezen bij veroudering water, minder vormbaar
- Botweefsel gaat minder calcium bevatten (minder Ca2+)
- Proprioceptie verminderd -> lastig om motorische taken nauwkeurig uit te voeren -> valrisico hoog
- Gezichtsvermogen neemt af
- Gehoor -> hoge frequenties hoor je minder goed, frequenties onderscheiden wordt lastiger
- Reuk en smaak -> degeneratie van smaakpapillen en verlies van neuronen -> gebrek aan eetlust
- Neuronen -> ophoping van niet-afbreekbare resten -> minder ruimte voor nuttige -> cellen
functioneren trager -> snelheid van prikkelgeleiding neemt af -> reactiesnelheid neemt af
- Mentale functies verminderen, denksnelheid neemt af, korte termijn wordt minder
- Hartfrequentie daalt, maximale slagvolume neemt af, contractie vermogen neemt niet af
- Vaatstelsel arteriën worden minder rekbaar, want elastine neemt af
- Regeling van bloeddruk reactie van hersenen op bloeddrukdaling wordt trager, HMV neemt af
- Ventilatie -> elasticiteit van longweefsel neemt af -> retractiekracht neemt af
- Luchtwegen en alveoli (longblaasjes) diameter van bronchiën wordt kleiner -> luchtweerstand neemt
toe en diffuse capaciteit neemt af
- Stofwisseling in maag-darmkanaal neemt de peristaltiek af -> obstipatie. Vetweefsel neemt toe,
spiermassa af -> weefsel verbruikten minder energie -> verlaagde basale metabolisme -> minder goed
aanpassen aan de kou
- Uitscheiding concentratie en verdunningsvermogen van nieren neemt af. Halfwaardetijd daalt
- Afweerfuncties -> minder T-lymfocyten worden geproduceerd waardoor ouderen vatbaarder zijn
Cellulaire veroudering:
Cel met verkeerde DNA -> fouten bij vertalen DNA -> nieuwe enzymen gevormd -> ontstaan beschadigde cellen
Oxidatieve stress:
Door inspanning hogere stofwisselingsactiviteit -> hogere concentratie oxidanten -> kan eiwitten beschadigen
Maar
Oxidanten die tijdens spierarbeid worden geproduceerd -> signaalfunctie -> zet lichaam aan tot produceren
antioxidanten -> spier weer beschermen tegen verdere beschadigingen door oxidanten
, Erfelijkheid = voor geprogrammeerde factoren:
- Hormonale veranderingen
- Antagonistische pleiotropie
- Beperkt delingsvermogen van cellen
- Apoptose
Milieu = omgevingsfactoren, inclusief leefstijl en gedrag:
- Mechanische slijtage
- Straling (radioactiviteit, röntgen, UV)
- Giftige stoffen
- Overvoeding
- Fysieke en psychische stress
1
Hypothalamus geeft GH-RH releasing af -> hypofyse wordt gestimuleerd -> geeft GH af.
Of
Hypothalamus geeft GH-IH inhibitie af -> hypofyse wordt geremd
GH heeft op weefsels invloed door cellen te laten vermeerderen waardoor de weefsels groter worden.
Te veel -> reuzengroei -> groei van weke delen in het gezicht, handen en voeten -> acromegalie
Te weinig -> dwerggroei
Schildklierhormoon: thyroxine
Hypothalamus geeft TRH af -> hypofyse wordt gestimuleerd -> geeft TSH af -> stimuleert schildklier ->
schildklier geeft thyroxine af.
Zorgt voor skeletgroei en celstofwisseling.
Hypothyreoïdie: tekort aan schilklierhormoon -> jodium gebrek
= Negatieve terugkoppeling ontbreekt -> hypofyse en hypothalamus produceren grote hoeveelheden
stimulerende stoffen -> schildklier wordt groot
Hyperthyreoïdie: overmaat aan schildklierhormoon -> verhoogd basaal metabolisme
Calciumhomeostase:
- PTH -> wordt afgegeven door de bijschildklieren
o Wordt afgegeven bij daling calciumspiegel
o Haalt calcium uit bot om gehalte te laten stijgen
o Stimuleert osteoclasten om deel botkalk op te lossen
o Stimuleert terugresorptie van calcium in de nier
o Stimuleert omzetting van vitamine D
- Vitamine D -> opgeslagen in de lever -> actieve vitamine D
o Bevordert resorptie van calcium- en fosfaatinonen in darm
o Bevordert terugresorptie van calcium uit voorurine nieren
- Calcitonine
o Remt bot afbrekende activiteit door osteoclasten te remmen
o Botopbouw stijgt
Geslachtskenmerken en geslachtshormonen:
Bij mannen: Productie GN-RH -> verhoogde testosteronproductie
Bij vrouwen: FSH en LH
Menstruatiecyclus:
1. Proliferatiefase: ontwikkeling van rijping van eicel -> eisprong van follikel -> oestrogeen stimuleert
groei baarmoederslijmvlies
2. Secretiefase: resterende follikelwand in ovarium produceert oestrogeen en progesteron
Progesteron = stimuleert verder groei van baarmoederslijmvlies, toename van bloedvaten en opslag
van glycogeen in slijmvlies
Geen bevruchting -> geel lichaam degenereert -> hormoonproductie stopt -> baarmoederslijmvlies wordt
afgesloten
,Oorzaken veroudering:
Hormonale verandering
o Na 30e neemt afgifte geslachtshormonen af -> verminderde vruchtbaarheid
o Verhoogt risico op osteoporose door dalende oestrogeenspiegel
Antagonistische pleiotropie
= het gen heeft zowel positieve als negatieve effecten
Voorbeeld: testosteronproductie -> positief: vruchtbaarheid en spieropbouw
-> negatief: verhoogt LDL en verminderd immuunsysteem
Beperkte delingsvermogen van cellen
o Bij iedere celdeling worden het uiteinde van de chromosomen (telemeren) iets korter, als ze
te kort zijn is celdeling niet meer mogelijk
Apoptose
o Geprogrammeerde zelfdoding van cellen
Mechanische slijtage
o Weefselherstel verloopt steeds trager of nauwelijks meer
Schade op moleculair niveau
o Straling, stress, etc. veranderen de structuur van eiwitten en DNA -> functieverlies in cellen
en weefsels
Gevolgen veroudering:
- Spieren nemen af in omvang en maximaal kracht wordt minder van witte (IIB) naar rode IIA) vezels
- Bindweefsel in pezen, banden en gewrichtskapsel verliezen bij veroudering water, minder vormbaar
- Botweefsel gaat minder calcium bevatten (minder Ca2+)
- Proprioceptie verminderd -> lastig om motorische taken nauwkeurig uit te voeren -> valrisico hoog
- Gezichtsvermogen neemt af
- Gehoor -> hoge frequenties hoor je minder goed, frequenties onderscheiden wordt lastiger
- Reuk en smaak -> degeneratie van smaakpapillen en verlies van neuronen -> gebrek aan eetlust
- Neuronen -> ophoping van niet-afbreekbare resten -> minder ruimte voor nuttige -> cellen
functioneren trager -> snelheid van prikkelgeleiding neemt af -> reactiesnelheid neemt af
- Mentale functies verminderen, denksnelheid neemt af, korte termijn wordt minder
- Hartfrequentie daalt, maximale slagvolume neemt af, contractie vermogen neemt niet af
- Vaatstelsel arteriën worden minder rekbaar, want elastine neemt af
- Regeling van bloeddruk reactie van hersenen op bloeddrukdaling wordt trager, HMV neemt af
- Ventilatie -> elasticiteit van longweefsel neemt af -> retractiekracht neemt af
- Luchtwegen en alveoli (longblaasjes) diameter van bronchiën wordt kleiner -> luchtweerstand neemt
toe en diffuse capaciteit neemt af
- Stofwisseling in maag-darmkanaal neemt de peristaltiek af -> obstipatie. Vetweefsel neemt toe,
spiermassa af -> weefsel verbruikten minder energie -> verlaagde basale metabolisme -> minder goed
aanpassen aan de kou
- Uitscheiding concentratie en verdunningsvermogen van nieren neemt af. Halfwaardetijd daalt
- Afweerfuncties -> minder T-lymfocyten worden geproduceerd waardoor ouderen vatbaarder zijn
Cellulaire veroudering:
Cel met verkeerde DNA -> fouten bij vertalen DNA -> nieuwe enzymen gevormd -> ontstaan beschadigde cellen
Oxidatieve stress:
Door inspanning hogere stofwisselingsactiviteit -> hogere concentratie oxidanten -> kan eiwitten beschadigen
Maar
Oxidanten die tijdens spierarbeid worden geproduceerd -> signaalfunctie -> zet lichaam aan tot produceren
antioxidanten -> spier weer beschermen tegen verdere beschadigingen door oxidanten
, Erfelijkheid = voor geprogrammeerde factoren:
- Hormonale veranderingen
- Antagonistische pleiotropie
- Beperkt delingsvermogen van cellen
- Apoptose
Milieu = omgevingsfactoren, inclusief leefstijl en gedrag:
- Mechanische slijtage
- Straling (radioactiviteit, röntgen, UV)
- Giftige stoffen
- Overvoeding
- Fysieke en psychische stress