- Standpunt : mening/oordeel over een onderwerp.
- Argument(en) : reden(en)/verklaring(en) voor een standpunt.
Een hulpmiddel om het onderscheid te maken, is om na te gaan of het standpunt
en het argument logisch met elkaar te verbinden zijn door middel van de
woorden ‘omdat/want’ of ‘(en) daarom/dus’.
Standpunt → omdat/want → argument(en)
Argument(en) → (en) daarom /dus → standpunt
Argumentatiestructuur
= (schematisch) overzicht van de verbanden tussen standpunt en argument(en)
en tussen
argument(en) onderling.
1. Enkelvoudige argumentatie
= argumentatie die bestaat uit een standpunt en één argument.
2. Meervoudige argumentatie
= argumentatie die bestaat uit een standpunt en meerdere argumenten
daarvoor, waarbij ieder argument op zich volstaat voor de onderbouwing van
het standpunten. De argumenten zijn onafhankelijk van elkaar.
3. Nevenschikkende argumentatie
= argumentatie die bestaat uit een standpunt en meerdere argumenten, die
onderling samenhangen en/of elkaar aanvullen en tezamen het standpunt
onderbouwen.
4. Onderschikkende argumentatie
= argumentatie die bestaat uit een standpunt en meerdere argumenten,
waarbij één of meer argumenten dienen ter ondersteuning van één of meer
andere argumenten. Hierdoor ontstaat keten van argumenten, die in deze
onderlinge samenhang het standpunt onderbouwen.
, De
motivering
Soms spreekt een argument zo voor zich, dat dit geen toelichting behoeft. Het
enkel weergeven of noemen van het argument volstaat dan om de ander te
kunnen overtuigen van het standpunt.
Standpunt: X behoort een verkeersboete te krijgen.
Argument: X is door rood licht gereden.
Het argument dat x door rood is gereden, volstaat om te overtuigen van het
standpunt dat X een verkeersboete behoort te krijgen. Het is ook mogelijk dat
een argument niet zonder meer voor zich spreekt. Wanneer dat het geval is, is
een argument pas succesvol (lees: levert het de vereiste overtuiging) als dat
inhoudelijk wordt toegelicht. In die gevallen vervult de toelichting dus een rol in
de argumentatie die erop gericht is de ander te overtuigen van het standpunt.
Standpunt: X behoort een verkeersboete te krijgen.
Argument: X heeft zich niet aan de verkeersregels gehouden.
Toelichting op het argument:
- X kwam op hoge snelheid aanrijden bij een stoplicht op het moment dat het
stoplicht op oranje sprong.
- X remde op dat moment niet of voldoende af.
- X reed door bij het stoplicht, nadat het licht al op rood gesprongen was.