1
Rookverboden in Leiden
Criminologie, Universiteit Leiden
Rechtssociologie
19 december 2021
Aantal woorden: 549
, 2
Rookverboden Leiden
In artikel 10 van de Tabaks- en Rookwarenwet staat dat niet gerookt mag worden in
publieke ruimtes. Om dit verbod kenbaar te maken staan op verschillende publieke plekken
signaleringen, zoals een stoeptegel bij het Kamerlingh Onnes Gebouw van de Faculteit der
Rechtsgeleerdheid te Leiden (Figuur 1) en een poster bij de fietsenstalling ‘Lorentz’ naast het
station in Leiden (Figuur 2). Deze twee voorbeelden reguleren allebei de openbare ruimte,
omdat burgers hierdoor gewezen worden op het feit dat het verboden is om te roken op die
plek.
Het verschil tussen de stoeptegel en de poster is dat de tekst van de stoeptegel in het
Engels en Nederlands is en de tekst van de poster enkel in het Nederlands. Hierdoor zullen
meer mensen de tekst bij de universiteit begrijpen. De poster bevat echter een pictogram van
het rookverbod en pictogrammen zijn universeel, waardoor het als begrijpelijk wordt gezien
door mensen uit verschillende culturen (Caffaro & Cavallo, 2015). Daarnaast gaat de tekst op
de stoeptegel uit van het feit dat men het gebod niet zal overtreden en daarvoor wordt men
bedankt. Het lijkt alsof men een eigen keuze heeft. De tekst op de poster is daarentegen een
directief gebod en zal minder positieve gevoelens oproepen.
De vraag of burgers de rookverboden zullen naleven, hangt af van hun
nalevingsbereidheid. De nalevingsbereidheid heeft Braithwaite (2009) theoretisch benaderd
door vijf motiverende houdingen te onderscheiden: commitment, capitulation, resistance,
disengagement, game-playing. De motiverende houdingen worden door drie factoren bepaald.
De eerste factor is de mate waarin de gereguleerde de achterliggende bedoelingen van de
regelgeving of het beleid steunt. Het doel van dit beleid is onder andere om ziekte als gevolg
van roken te voorkomen. De meeste rokers steunen dit beleid, maar voor een deel van de
rokers is dit lastig om in te zien, omdat zij de negatieve aspecten niet willen zien.
Rookverboden in Leiden
Criminologie, Universiteit Leiden
Rechtssociologie
19 december 2021
Aantal woorden: 549
, 2
Rookverboden Leiden
In artikel 10 van de Tabaks- en Rookwarenwet staat dat niet gerookt mag worden in
publieke ruimtes. Om dit verbod kenbaar te maken staan op verschillende publieke plekken
signaleringen, zoals een stoeptegel bij het Kamerlingh Onnes Gebouw van de Faculteit der
Rechtsgeleerdheid te Leiden (Figuur 1) en een poster bij de fietsenstalling ‘Lorentz’ naast het
station in Leiden (Figuur 2). Deze twee voorbeelden reguleren allebei de openbare ruimte,
omdat burgers hierdoor gewezen worden op het feit dat het verboden is om te roken op die
plek.
Het verschil tussen de stoeptegel en de poster is dat de tekst van de stoeptegel in het
Engels en Nederlands is en de tekst van de poster enkel in het Nederlands. Hierdoor zullen
meer mensen de tekst bij de universiteit begrijpen. De poster bevat echter een pictogram van
het rookverbod en pictogrammen zijn universeel, waardoor het als begrijpelijk wordt gezien
door mensen uit verschillende culturen (Caffaro & Cavallo, 2015). Daarnaast gaat de tekst op
de stoeptegel uit van het feit dat men het gebod niet zal overtreden en daarvoor wordt men
bedankt. Het lijkt alsof men een eigen keuze heeft. De tekst op de poster is daarentegen een
directief gebod en zal minder positieve gevoelens oproepen.
De vraag of burgers de rookverboden zullen naleven, hangt af van hun
nalevingsbereidheid. De nalevingsbereidheid heeft Braithwaite (2009) theoretisch benaderd
door vijf motiverende houdingen te onderscheiden: commitment, capitulation, resistance,
disengagement, game-playing. De motiverende houdingen worden door drie factoren bepaald.
De eerste factor is de mate waarin de gereguleerde de achterliggende bedoelingen van de
regelgeving of het beleid steunt. Het doel van dit beleid is onder andere om ziekte als gevolg
van roken te voorkomen. De meeste rokers steunen dit beleid, maar voor een deel van de
rokers is dit lastig om in te zien, omdat zij de negatieve aspecten niet willen zien.