Methoden van bedrijfseconomisch onderzoek
Week 1
• Deze cursus bespreekt verschillende onderzoeksstrategieën en bijbehorende
dataverzamelingsmethoden die gebruikt kunnen worden.
Herhaling IOM
STAP 1: Definieer het bedrijfsprobleem
Eigenschappen ‘’goed’’ bedrijfsprobleem:
• Uitvoerbaar
• Relevant
➢ Academisch
➢ Praktisch
UITVOERBAARHEID
• Is het probleem afgebakend?
• Kan het probleem in variabelen uitgedrukt worden
• Kun je de benodigde data verkrijgen
➢ Bestaande data
➢ Nieuwe data
,Wat zijn eigenschappen van een variabele?
• Varieert
➢ Op verschillende tijdstippen voor eenzelfde persoon / bedrijf
➢ Op dezelfde tijd voor verschillende personen/ bedrijven
• Meetbaar
• Concreet
Personalisatie → GEEN variabele
Humeur → GEEN variabele
COVID-19 → GEEN variabele
Geslacht → WEL variabele
RELEVANTIE
Wanneer is iets relevant?
PRAKTISCHE RELEVANTIE
Wie heeft er baat bij dat het probleem opgelost wordt
• Managers
➢ Van 1 bedrijf
➢ In 1 industrie
➢ In meerdere in industrieën
• Eindgebruikers (consumenten, investeerders, belastingbetalers)
• Beleidsmakers (overheden, EU)
ACADEMISCHE RELEVANTIE
• Nieuw topic
⎯ Het topic is belangrijk, maar er is nog geen onderzoek over gedaan
• Nieuwe context
⎯ Er is eerder onderzoek gedaan, maar niet in deze context. (andere variabelen)
• Integreren van versnipperd bestaand onderzoek
⎯ Bv verschillende studies hebben gefocust op verschillende moderatoren
• Verzoenen van tegenstrijdige resultaten in bestaand onderzoek
⎯ Bv uitleggen door moderatoren te introduceren
STAP 2: FORMULEER DE PROBLEEMSTELLING
Checklist
Wat zijn de eigenschappen van een goede probleemstelling?
• Geformuleerd in termen van
⎯ Variabelen, en
⎯ Relaties
• Een open vraag
• Helder en ondubbelzinnig geformuleerd
,1. Geformuleerd in thermen van variabelen en relaties
Let op! variabelen zijn:
• Niet: landen
• Wel: landkenmerken / type landen
• Niet: bedrijven
• Wel: bedrijfskenmerken / type bedrijven
Relaties tussen de variabelen
• Landkenmerken zijn gerelateerd aan het marktaandeel van huismerken
• Marketinginstrumenten van merkfabrikanten zijn gerelateerd aan het marktaandeel van
huismerken
• De relatie tussen de marketinginstrumenten en het marktaandeel van huismerken hangt af
van de landkenmerken
2. Een open vraag
Spreekt voor zich
3. Helder en ondubbelzinnig geformuleerd
Wat is er fout aan:
⎯ Welke landkenmerken
⎯ En welke marketinginstrumenten
⎯ Zijn gerelateerd aan het succes van huismerken
⎯ En in welke mate varieert deze relatie tussen landkenmerken
• Marketinginstrumenten: van wie? De fabrikanten? De retailers?
• Wat is succes? Share, sales, winst, marge, kwaliteit?
• Welke relatie? De relatie tussen landkenmerken en succes van huismerken? Of de relatie
tussen de marketinginstrumenten en succes van huismerken?
Wat zijn de eigenschappen van goede onderzoeksvragen?
• Moeten gezamenlijk de probleemstelling beantwoorden
• Eerst theoretisch, dan praktische onderzoeksvragen
⎯ In de volgorde waarin ze behandeld worden in je onderzoeksvoorstel!
• Helder en ondubbelzinnig geformuleerd
, Theoretische onderzoeksvragen
o Contextuele vraag (bv, ‘’wat is…’’)
⎯ Alleen als de context om uitleg vraagt
o Conceptualisatie vraag / vragen (bv ‘’wat is…’’)
⎯ Alleen voor de variabelen die uitleg behoeven
o Relatie vraag / vragen (bv, ‘’welke variabele…’’ ‘’hoe wordt… beïnvloed door ..’’)
⎯ Alle relaties uit de probleemstelling moeten behandeld worden
Praktische onderzoeksvragen
o Relatie vraag/vragen (bv ‘’in welke mate…’’)
⎯ Wat is de (relatieve) sterkte van relaties?
o Implicatie vraag
⎯ Hoe kunnen managers de resultaten van de studie implementeren
⎯ Open vraag
Week 1
• Deze cursus bespreekt verschillende onderzoeksstrategieën en bijbehorende
dataverzamelingsmethoden die gebruikt kunnen worden.
Herhaling IOM
STAP 1: Definieer het bedrijfsprobleem
Eigenschappen ‘’goed’’ bedrijfsprobleem:
• Uitvoerbaar
• Relevant
➢ Academisch
➢ Praktisch
UITVOERBAARHEID
• Is het probleem afgebakend?
• Kan het probleem in variabelen uitgedrukt worden
• Kun je de benodigde data verkrijgen
➢ Bestaande data
➢ Nieuwe data
,Wat zijn eigenschappen van een variabele?
• Varieert
➢ Op verschillende tijdstippen voor eenzelfde persoon / bedrijf
➢ Op dezelfde tijd voor verschillende personen/ bedrijven
• Meetbaar
• Concreet
Personalisatie → GEEN variabele
Humeur → GEEN variabele
COVID-19 → GEEN variabele
Geslacht → WEL variabele
RELEVANTIE
Wanneer is iets relevant?
PRAKTISCHE RELEVANTIE
Wie heeft er baat bij dat het probleem opgelost wordt
• Managers
➢ Van 1 bedrijf
➢ In 1 industrie
➢ In meerdere in industrieën
• Eindgebruikers (consumenten, investeerders, belastingbetalers)
• Beleidsmakers (overheden, EU)
ACADEMISCHE RELEVANTIE
• Nieuw topic
⎯ Het topic is belangrijk, maar er is nog geen onderzoek over gedaan
• Nieuwe context
⎯ Er is eerder onderzoek gedaan, maar niet in deze context. (andere variabelen)
• Integreren van versnipperd bestaand onderzoek
⎯ Bv verschillende studies hebben gefocust op verschillende moderatoren
• Verzoenen van tegenstrijdige resultaten in bestaand onderzoek
⎯ Bv uitleggen door moderatoren te introduceren
STAP 2: FORMULEER DE PROBLEEMSTELLING
Checklist
Wat zijn de eigenschappen van een goede probleemstelling?
• Geformuleerd in termen van
⎯ Variabelen, en
⎯ Relaties
• Een open vraag
• Helder en ondubbelzinnig geformuleerd
,1. Geformuleerd in thermen van variabelen en relaties
Let op! variabelen zijn:
• Niet: landen
• Wel: landkenmerken / type landen
• Niet: bedrijven
• Wel: bedrijfskenmerken / type bedrijven
Relaties tussen de variabelen
• Landkenmerken zijn gerelateerd aan het marktaandeel van huismerken
• Marketinginstrumenten van merkfabrikanten zijn gerelateerd aan het marktaandeel van
huismerken
• De relatie tussen de marketinginstrumenten en het marktaandeel van huismerken hangt af
van de landkenmerken
2. Een open vraag
Spreekt voor zich
3. Helder en ondubbelzinnig geformuleerd
Wat is er fout aan:
⎯ Welke landkenmerken
⎯ En welke marketinginstrumenten
⎯ Zijn gerelateerd aan het succes van huismerken
⎯ En in welke mate varieert deze relatie tussen landkenmerken
• Marketinginstrumenten: van wie? De fabrikanten? De retailers?
• Wat is succes? Share, sales, winst, marge, kwaliteit?
• Welke relatie? De relatie tussen landkenmerken en succes van huismerken? Of de relatie
tussen de marketinginstrumenten en succes van huismerken?
Wat zijn de eigenschappen van goede onderzoeksvragen?
• Moeten gezamenlijk de probleemstelling beantwoorden
• Eerst theoretisch, dan praktische onderzoeksvragen
⎯ In de volgorde waarin ze behandeld worden in je onderzoeksvoorstel!
• Helder en ondubbelzinnig geformuleerd
, Theoretische onderzoeksvragen
o Contextuele vraag (bv, ‘’wat is…’’)
⎯ Alleen als de context om uitleg vraagt
o Conceptualisatie vraag / vragen (bv ‘’wat is…’’)
⎯ Alleen voor de variabelen die uitleg behoeven
o Relatie vraag / vragen (bv, ‘’welke variabele…’’ ‘’hoe wordt… beïnvloed door ..’’)
⎯ Alle relaties uit de probleemstelling moeten behandeld worden
Praktische onderzoeksvragen
o Relatie vraag/vragen (bv ‘’in welke mate…’’)
⎯ Wat is de (relatieve) sterkte van relaties?
o Implicatie vraag
⎯ Hoe kunnen managers de resultaten van de studie implementeren
⎯ Open vraag