Week 1
Bevoegdheid bestuursrechter
Zoals bij ieder procesrecht, bestaat ook hier de bevoegdheid van de bestuursrechter uit de
absolute en relatieve bevoegdheid. De absolute bevoegdheid wordt geregeld door art. 8:6 lid 1
Awb. In dat artikel wordt bepaald dat in principe beroep in wordt gesteld bij de rechtbank,
tenzij sprake is van een uitzondering. Deze uitzonderingen zijn te vinden in de
Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak (bijlage bij de wet) of in andere wettelijke
voorschriften.
De relatieve competentie wordt geregeld in het daaropvolgende artikel, 8:7 Awb. Lid 1
bepaalt dat wanneer het gaat om een besluit van onder andere een provincie, gemeente of een
waterschap dat de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan het bestuursorgaan zijn zetel
heeft bevoegd is. Tegen een besluit van het college van B en W van Utrecht, gaat men dus in
beroep bij de Rechtbank Midden-Nederland.
Art. 8:7 lid 2 Awb bepaalt dat voor alle besluiten, die niet van bestuursorganen komen die in
lid 1 genoemd zijn, geldt dat dan de rechtbank binnen het rechtsgebied van de woonplaats van
de indiener relatief bevoegd is.
Lid 3 geeft aan dat in Hoofdstuk 3 van de bevoegdheidsregeling nog uitzonderingen gemaakt
worden. Dit hoofdstuk bevat artikelen op basis waarvan alleen de in dat artikel genoemde
rechtbank relatief bevoegd is.
Dus:
Lid 1: Rechtbank zetel bestuursorgaan bevoegd
Lid 2: Rechtbank woonplaats indiener bevoegd
Lid 3: Uitzonderingen
Eisen voor ontvankelijkheid en de redenen achter die vereisten
Er zijn vijf eisen voor ontvankelijkheid, er moet een bezwaar- of beroepsbevoegdheid
bestaan, de inhoud van het bezwaar- of beroepschrift moet aan bepaalde eisen voldoen, de
bezwaar- of beroepstermijn moet in acht worden genomen, de verplichte voorprocedure moet
zijn gevolgd en het griffierecht moet zijn betaald.
Bezwaar- en beroepsbevoegdheid
Om de bezwaar- en beroepsbevoegdheid te bezitten moet sprake zijn van een belanghebbende
en deze belanghebbende moet daarnaast ook een procesbelang hebben (art. 8:1 Awb). Om te
bepalen of sprake is van een belanghebbende, moet gekeken worden naar art. 1:2 Awb.
Daarin wordt bepaald dat de belanghebbende diegene is wiens belang rechtstreeks bij een
besluit betrokken is. Hierbij wordt gekeken naar het in de rechtspraak bepaalde Opera-criteria.
Pagina 1 van 14